
Begrippenlijst
Begrippenlijst: 950 termen van A tot Z
De woorden die je tegenkomt als je iets over seks, bdsm of relaties opzoekt, hier rustig uitgelegd.
De sex en BDSM woordenlijst van A tot Z
De terminologie rond seks en BDSM is een taal op zich: iedereen gebruikt de begrippen, bijna niemand legt ze uit. Vandaar deze woordenlijst. Bijna duizend termen uit BDSM, seks en relaties, van A tot Z, kort uitgelegd in gewoon Nederlands. Geen college. Zoek op wat je tegenkomt, de rest wacht rustig tot je hem nodig hebt.
0–9
| Term | Wat het betekent |
|---|---|
| 24/7 | Machtsuitwisseling die niet stopt na de sessie maar dag en nacht doorloopt, met afspraken die in het dagelijks leven gelden. Zie ook lifestyle en TPE. |
| 3V’s | Nederlandse tegenhanger van SSC: Veilig, Verstandig, Vrijwillig. Het klassieke uitgangspunt voor verantwoord spel. Zie ook SSC, RACK en PRICK. |
| 69 | Gelijktijdige orale seks, waarbij beide partners elkaar tegelijk bevredigen. Ook bekend als soixante-neuf. Staat op vrijwel elke seksuele checklist. |
A
| Term | Wat het betekent |
|---|---|
| Aanbetaling | Bedrag dat vooraf wordt voldaan om de afspraak vast te leggen. |
| Aanbiddingsfantasie | Fantasie waarin iemand vooral bewonderd en verzorgd wordt in plaats van gebruikt. Zie ook praise kink en anti-vernedering. |
| Aanraakarmoede | Langdurig tekort aan lichamelijk contact, met merkbare gevolgen voor stemming en stress. Engels: touch starvation. |
| Aarden | Terugkomen in het hier en nu via zintuigen, adem of aanraking. Engels: grounding. Zie ook aftercare. |
| Abrasie | Ruwe materialen (schuurpapier, borstel, handschoen met nopjes) over de huid halen om die te prikkelen of gevoelig te maken. Zie ook sensation play. |
| Achtervolger-vluchterpatroon | De vaste dans waarin de een aandringt op nabijheid en de ander zich terugtrekt, waarbij beide bewegingen elkaar aanjagen. |
| Ademcontrole | Het beperken van iemands ademhaling als spelvorm, met hand, kussen, kap of houding. Levert een roes op door zuurstoftekort en geldt als een van de gevaarlijkste dingen die de scene kent. Zie ook breath control en edgeplay. |
| Ademreductie | Het doelbewust knijpen op de ademhaling van de ontvanger, met een hand, een kap of een houding. Geeft een roes door zuurstoftekort, maar de marge tussen spannend en gevaarlijk is klein. Zie ook ademcontrole en breath control. |
| Ademwerk | De ademhaling sturen om spanning te lossen of opwinding door het lichaam te verspreiden. Iets heel anders dan ademcontrole als spelvorm. |
| Adrenaline | Stresshormoon dat vrijkomt bij spanning, angst en pijn; verhoogt alertheid en draagt bij aan de roes tijdens een sessie. |
| Affaire | Buitenrelatie die langer loopt en geheim blijft. Zie ook emotionele affaire. |
| Aftercare | De zorg na een BDSM-sessie: deken, water, aanraking, praten en checken hoe het gaat, voor iedereen die meedeed. Speekselmetingen laten zien dat een scene die goed afloopt meetbaar minder stress achterlaat; de populaire uitleg over wegzakkende endorfine is nooit getoetst. Nederlands: nazorg. |
| Aftrekken | Met de hand bevredigen, bij jezelf of bij een ander. Engels: handjob; zie ook masturbatie en milking. |
| Ageplay | Rollenspel waarin iemand een andere leeftijd aanneemt dan de werkelijke. Zie ook little, caregiver en DDlg. |
| Aibunawa | Japanse touwstijl die eerder streelt dan vastzet; het touw geeft een gevoel van schijnbare vrijheid. |
| Algolagnie | Het ervaren van seksuele opwinding door pijn, gegeven of ontvangen. Verzamelterm achter sadisme en masochisme. |
| Alligatorklem | De scherpste klem uit de wasknijperfamilie: getande bek, harde veer, geen stelschroef. Wordt op tepels of huidplooien gezet; tien minuten achtereen is de grens. Zie ook krokodillenklem en klemmen. |
| Ambiamoureus | Iemand die zich even goed thuis voelt in een monogame als in een polyamoureuze relatie. |
| Amerikaantjes | Nederlandse scenenaam voor Amerikaanse tepelklemmen: klemmen met verstelbare schroef waarmee je de druk instelt. |
| Anaal haak | Metalen haak met bal die anaal wordt ingebracht en aan een bondage of aan het haar wordt vastgemaakt, zodat bewegen wordt afgestraft. |
| Anaalplug | Plug met brede voet die anaal ingebracht blijft zitten. Bestaat met staart (petplay), edelsteen of vibratie. Zie ook buttplug. |
| Anal beads | Snoer of staaf met een reeks kralen die anaal wordt ingebracht; de prikkel zit in het passeren van elke afzonderlijke kraal, langzaam of met een ruk. Zie ook anale kralen. |
| Anale kralen | Snoer van kralen dat anaal wordt ingebracht en er langzaam of in één keer uit wordt getrokken. Zie ook anal beads en anusballetjes. |
| Anale seks | Penetratie van de anus. Standaarditem op elke checklist, meestal apart voor geven en ontvangen. |
| Anale training | Het geleidelijk laten wennen van de anus aan meer omvang, met oplopende pluggen, tijd en veel glijmiddel. Haast is hier de enige echte fout. |
| Anal hook | Gebogen metalen haak met een bal aan het uiteinde, anaal ingebracht en met een touwtje aan haar, halsband of bondage verbonden, zodat elke beweging zichzelf afstraft. Zie ook anaal haak. |
| Andreaskruis | Menshoog X-vormig kruis met bevestigingspunten voor boeien of touw; het klassiekste speelmeubel in een dungeon. Kortweg het kruis. |
| Andropauze | De geleidelijke daling van testosteron bij ouder wordende mannen. Minder scherp afgebakend dan de overgang. |
| Angstige hechting | Sterke behoefte aan bevestiging, en snel bang zijn om verlaten te worden. |
| Anililagnie | Aantrekking tot vrouwen die veel ouder zijn dan jezelf, een vorm van leeftijdsgebonden voorkeur. |
| Animal play | Verzamelterm voor rollenspel waarin iemand een dier speelt, ook een dier dat niemand houdt. Zie ook petplay, puppy play, kitten play en ponyplay. |
| Ankerpartner | Partner die je stabiliteit en houvast geeft, als niet-hiërarchisch alternatief voor de primaire partner. Engels: anchor partner. |
| Annuleringsvoorwaarden | De afspraken over afzeggen: tot wanneer het kosteloos kan en wat er daarna geldt. |
| Anorgasmie | Niet tot een orgasme kunnen komen terwijl de prikkeling voldoende is. |
| Anticonceptie | Middelen en methoden om zwangerschap te voorkomen. |
| Anti-vernedering | Spel dat juist met lof en bevestiging werkt in plaats van met kleinering. Zie ook praise kink. |
| Anus | De anale opening, met twee sluitspieren waarvan er één niet bewust te sturen is. Precies daarom vraagt anale seks om tijd, glijmiddel en ontspanning. |
| Anusballetjes | Reeks kralen aan een snoer die anaal wordt ingebracht en er weer uit wordt getrokken. Zie ook anale kralen en anal beads. |
| A-plek | Gebied dieper op de voorwand, vlak bij de baarmoedermond. Wordt beschreven als snel vochtig makend, en is weinig onderzocht. |
| Armbinder | Kokervormige sleeve die beide armen strak achter de rug samenbindt tot aan de ellebogen. |
| Asanawa | Japanse aanduiding voor natuurvezeltouw (jute, hennep, vlas), het standaardmateriaal voor shibari. |
| Asfyxiofilie | Opwinding door zuurstoftekort. Vorm van edgeplay die om grote zorgvuldigheid vraagt. Zie ook ademcontrole. |
| Auralisme | Geluid doet hier het werk: een stem, gekreun, gefluister vlak bij het oor. |
| Autobondage | Jezelf vastbinden zonder aanwezige partner. Extra risicovol: altijd een uitweg en een safety call regelen. Zie ook jibaku en zelfbondage. |
B
| Term | Wat het betekent |
|---|---|
| Bagging | Ademspel met een zak over het hoofd. Uitgesproken edgeplay, met dezelfde risico’s als ademcontrole. |
| Bakushi | Japanse titel voor een meester in kinbaku, samentrekking van kinbakushi. Zie ook nawashi, dat vrijwel hetzelfde betekent maar op nawa is gebouwd in plaats van op kinbaku. |
| Ballbusting | Vorm van CBT waarbij de testikels doelbewust worden geraakt met hand, knie of voet. |
| Ball crusher | Klemwerktuig met twee platen en schroeven dat de balzak samendrukt, zodat de druk millimeter voor millimeter opgevoerd kan worden. Zie ook CBT en ballbusting. |
| Ballgag | Mondknevel met een bal en riempjes achter het hoofd. Zorgt voor kwijlen en beperkt spraak. Zie ook knevel. |
| Ballstretcher | Ring of manchet die om de balzak wordt gezet zodat de teelballen omlaag worden getrokken. |
| Banding | Het afbinden van de balzak met een strakke band. Zie ook ballstretcher en CBT. |
| Barrièremiddel | Alles wat contact met lichaamsvocht tegenhoudt: condoom, beflapje, handschoen, vingercondoom. |
| Bastinado | Slaan op de voetzolen met stok, cane of zweep. Doet fel pijn zonder blijvende schade bij juiste opbouw. |
| B&D | Bondage en Discipline: de eerste twee letters van BDSM, ook gebruikt voor spel zónder pijn of machtsuitwisseling. |
| BDSM | Paraplubegrip voor Bondage & Discipline, Dominantie & Submissie, Sadisme & Masochisme: consensueel spel met macht, pijn en overgave. |
| BDSM-embleem | In 1995 ontworpen driedelig emblemen-logo (de ‘triskelion’) waarmee BDSM’ers elkaar kunnen herkennen zonder buitenstaanders te storen. |
| BDSM-test | Online vragenlijst die je scoort op archetypen (rigger, rope bunny, sadist, brat, pet enzovoort). Vaak startpunt voor het invullen van een sublijst. |
| Beffen | Orale seks bij een vulva, met tong en lippen. Latijn: cunnilingus. |
| Beflapje | Dun vel latex dat bij orale seks over de vulva of de anus wordt gelegd. Engels: dental dam. |
| Bekkenbodem | Spiergroep onder in het bekken die orgasme, continentie en pijn bij seks sterk beïnvloedt. |
| Bekkenbodemoefening | Het bewust aanspannen en weer loslaten van de bekkenbodemspieren, ook kegeloefening genoemd. Bij klachten verwijst de huisarts door naar een bekkenbodemfysiotherapeut. |
| Belichaming | Weer in je lichaam wonen in plaats van erover denken. Engels: embodiment. |
| Bench | Speelmeubel om iemand voorover of achterover op vast te zetten; ook gebruikt voor de traliekooi bij petplay. |
| Berkenroede | Bundel dunne twijgen als slaginstrument. Prikt scherp en oppervlakkig; klassiek Engels strafmiddel. |
| Bevriezing | De alarmreactie waarbij bewegen of spreken niet meer lukt, in de literatuur tonic immobility. De reden dat ze zei niets nooit hetzelfde is als instemming. Zie vecht-of-vluchtreactie. |
| BFE | Afkorting van boyfriend experience, betaald mannelijk gezelschap dat aanvoelt als een relatie. |
| Bight | Lus in het midden van een touw, waar je de meeste knopen en frictions mee begint. |
| Bijten | Bijten in nek, schouder, borst of dij, als sensatie- of markeerspel. Vaak checklistitem onder primal play. |
| Bit | Langwerpig bijstuk in de mond, van rubber, leer, hout of metaal. Gebruikt als knevel en bij ponyplay om te sturen. |
| Bitgag | Knevel met een staaf of bit dat achter de tanden ligt, met riempjes achter het hoofd. Houdt de mond half open en dient bij ponyplay om te sturen. Zie ook bit en gag. |
| Blackmail play | Fantasie waarin de onderdanige ‘compromitterend’ materiaal afstaat waarmee gehoorzaamheid wordt afgedwongen. Puur rollenspel; echte chantage is misdrijf. |
| Blinddoek | Ontneemt het zicht, waardoor andere zintuigen scherper worden en de ontvanger meer moet loslaten. |
| Bloedspel | Verzamelnaam voor spel waarbij bloed vrijkomt (cutting, naalden, cupping). Hoge hygiëne- en infectierisico’s. Zie ook bloodplay. |
| Blood cupping | Cupping over kleine krasjes in de huid, zodat er bloed in de cup wordt getrokken. Combineert het zuigen met bloedspel, dus steriel werken is verplicht. Zie ook cupping en bloedspel. |
| Bloodsports | Verzamelnaam voor spel waarbij bloed vrijkomt, van een enkel sneetje tot uitgebreide scarificatie. Hoort tot edgeplay. Zie ook bloedspel en bloodplay. |
| Bodybag | Zak van latex, leer of rubber waarin iemand volledig wordt ingesloten. Vorm van mummificatie. |
| Boeien | Manchetten voor polsen of enkels, van leer, rubber, staal of nylon. Beperken beweging en maken de rolverdeling zichtbaar. |
| Bok | Gecapitonneerd blok op vier poten, afgeleid van het gymtoestel, waar iemand voorover op wordt vastgezet. |
| Bondage | Het beperken of wegnemen van bewegingsvrijheid met touw, boeien, kettingen, tape, folie of meubels. De B van BDSM. |
| Bondagemat | Mat of kleed dat de vloer beschermt en het touw schoon houdt bij floorwork. |
| Bondagetape | Tape die alleen aan zichzelf plakt, niet aan huid of haar. Geschikt voor snel en veilig vastzetten. |
| Bonderen | Nederlands werkwoord voor het aanleggen van bondage: iemand vastbinden of vastzetten met touw, boeien of tape. Zie ook bondage. |
| Boot worship | Laarzen likken, kussen, poetsen of aanbidden als vorm van onderwerping. Zie ook worship. |
| Borst | Borsten en tepels zijn bij iedereen gevoelig voor aanraking, met of zonder klierweefsel. De basis onder borstbondage, tepelklemmen en het tepelorgasme. |
| Borstbondage | Touwwerk rond en om de borsten, om ze op te binden, af te binden of te accentueren. Zie ook breast bondage en shinju. |
| Borstmarteling | Pijnspel gericht op borsten en tepels, beschreven op de blog met klemmen, gewichten, slagen of touw. Zie ook tit torture. |
| Bottom | Degene die in een sessie de handeling ondergáát. Zegt niets over onderdanige gevoelens: je kunt bottom zijn zonder sub te zijn. |
| Bottoming | De rol van bottom vervullen: de handeling ondergaan, de sensatie ontvangen, het tempo laten bepalen. Zegt niets over onderdanige gevoelens. Zie ook bottom en top. |
| Boyfriend experience | Betaald gezelschap dat aanvoelt als een relatie: praten, aandacht, aanraking, en seks als het zover komt. Afgekort BFE. |
| Branding | Permanent brandmerk zetten met hitte, laser of electro. Onomkeerbaar; hoort bij scarificatie. |
| Brandmerken | Een blijvend litteken zetten door de huid plaatselijk te verbranden met verhit metaal, laser of stroom. Onomkeerbaar en weken genezen. Zie ook branding en scarificatie. |
| Brat | Onderdanige die bewust tegenstribbelt, plaagt en uitdaagt om een reactie uit te lokken. Zie ook relsub. |
| Brat tamer | Dominant die er plezier in heeft een brat te temmen en de uitdaging beantwoordt in plaats van te bestraffen uit frustratie. |
| Bratting | Het gedrag van een brat: opzettelijk ongehoorzaam zijn als spelvorm, binnen afgesproken kaders. |
| Bratty sub | Veelgebruikte schrijfwijze voor de brat, de onderdanige die bewust tegenstribbelt. |
| Breast bondage | Touwwerk boven en onder de borsten dat ze opbindt, afbindt of naar voren duwt. Afbinden mag nooit lang duren, want de doorbloeding stokt. Zie ook borstbondage en shinju. |
| Breath control | Het beperken van iemands ademhaling als spelvorm, met hand, kussen, kap of houding. Levert een roes op door zuurstoftekort en staat bekend als een van de gevaarlijkste dingen die de scene kent. Zie ook ademcontrole. |
| Bruising | Blauwe plekken als gewild resultaat van impact play; op checklists apart aangegeven omdat sporen zichtbaar blijven. |
| Bull | De derde man die binnen cuckolding seks heeft met de vrouw, met medeweten van haar partner. |
| Bullwhip | Lange zweep uit één streng met een handvat. Klapt door de geluidsbarrière; vereist veel oefening en veel ruimte. |
| Bunny | Verkorting van rope bunny: iemand die graag vastgebonden wordt. Sommigen vinden de term denigrerend. |
| Buttplug | Plug met taps toelopende punt en brede voet, gemaakt om anaal te blijven zitten. Bestaat met staart voor petplay, met vibratie of met een edelsteen. Zie ook anaalplug. |
C
| Term | Wat het betekent |
|---|---|
| Cadeaubon | Tegoedbon voor een afspraak, cadeau gegeven of aan zichzelf gegeven om de drempel te verlagen. |
| Candaulisme | Opwinding uit het tonen van je partner aan of met een ander. De psychologische bodem onder hotwifing en de stag-vixendynamiek. |
| Cane | Flexibele stok van rotan, bamboe, glasvezel of acryl. Geeft scherpe, gebundelde pijn en typische streepvormige sporen. |
| Caning | Slaan met een cane, de dunne buigzame stok van rotan, bamboe of acryl. Geeft scherpe, gebundelde pijn en de bekende dubbele strepen die dagen blijven staan. Zie ook cane. |
| Caregiver | De verzorgende dominante helft in een CGL-dynamiek: leidt, beschermt en verzorgt in plaats van te straffen. Zie ook DDlg. |
| Cashmaster | De ontvangende rol in findom: degene aan wie betaald wordt. Het mannelijke tegenwoord van cashmistress, en de tegenrol van de paypig. Geen aparte praktijk, wel het woord dat in advertenties staat. |
| CB | Chastity Belt of chastity cage: kuisheidsgordel of -kooi. Niet verwarren met CBT. |
| CBT | Cock and Ball Torture: pijnspel gericht op penis en testikels. Zie ook ballbusting en humbler. |
| Cell popping | Kleine brandpuntjes zetten met een verhit pennetje. Zie ook branding en microbranding. |
| Cervicaal orgasme | Orgasme door druk bij de baarmoedermond, in ervaringsverhalen beschreven als traag opkomend en door het hele lichaam. |
| CFNM | Clothed Female Nude Male: spel met het contrast tussen een geklede vrouw en een naakte man. |
| CGL | Caregiver/Little: verzamelterm voor dynamieken waarin de een verzorgt en de ander de rol van ‘little’ aanneemt. Zie ook DDlg en MDlb. |
| Chastity play | Het spel rond opgelegde kuisheid: het wachten, het onderhandelen, het moment van de sleutel. Chastity is de toestand, dit is wat je ermee doet. Zie ook kuisheid en sleutelhouder. |
| Check-in | Tussentijds vragen hoe het gaat, tijdens de sessie. Vaak met het stoplichtsysteem: groen, oranje, rood. |
| Check-out | Het bewust afsluiten van een scène of een afspraak, zodat duidelijk is dat de rollen voorbij zijn. Zie ook debrief. |
| Chemical play | Spel met prikkelende stoffen op of in het lichaam: gember, menthol, capsaicine, wintergroenolie. Het molecuul zet een temperatuurkanaal in de huid open, dus je meldt hitte of kou terwijl er niets warm of koud wordt. Een stopwoord haalt de stof er niet uit, dus de afspraak vooraf is hier het stuurmiddel. Het Nederlands heeft er geen eigen woord voor. Zie ook gemberspel en pepermuntolie. |
| Cinch | Extra touwslag dwars over een bundel wraps, om die aan te spannen en op zijn plek te houden. Zie ook kannuki. |
| Clitoris | Orgaan dat er alleen voor het genot is. Wat je ziet is de top, het grootste deel ligt inwendig. |
| Clit torture | Pijnspel gericht op de clitoris met klemmen, zuignap, vibratie of tikken. Zie ook CT. |
| Clover clamps | Platte klem van Japanse makelij, ook butterfly of bird clamp, met een oogje voor een ketting. Trekken maakt hem strakker in plaats van losser, dus een gewichtje knijpt mee en de klem schiet er niet af als uitweg. Smalle bek, dus de tijdgrens van klemmen telt hier dubbel. Nederlands heeft er geen gedrukt woord voor. |
| CMNF | Clothed Male Nude Female: hetzelfde contrast andersom. |
| CNC | Consensual Non-Consent: vooraf onderhandelde afspraak om te spelen alsóf er geen toestemming is. Vraagt zeer stevige kaders en een stopgebaar. |
| Cock cage | De Engelse naam voor de kuisheidskooi. |
| Cockring | Ring om de penisbasis, soms inclusief de balzak, die de erectie langer vasthoudt. |
| Cocooning | Iemand volledig inwikkelen in folie, tape of stof tot een cocon. Zie ook mummificatie. |
| Collaring | Ceremonie waarin een Dominant een collar omdoet en de onderdanige die aanvaardt; binnen de scene vergelijkbaar met een verloving of huwelijk. |
| Collar of consideration | Eerste, voorlopige collar: teken dat partijen elkaar serieus verkennen, vergelijkbaar met verkering. |
| Coming-out kink | Aan een partner, vriend of familielid vertellen dat je kinky bent. Zie ook outing en default world. |
| Compersie | Het plezier voelen dat je partner geniet van iemand anders. Kernbegrip in polyamorie, cuckolding en hotwifing. |
| Complex trauma | Trauma door langdurige, herhaalde ervaringen in plaats van door één gebeurtenis. Afgekort C-PTSS. |
| Condoom | Dun hoesje dat sperma opvangt en huidcontact beperkt; beschermt tegen zwangerschap en tegen de meeste soa’s. Glijmiddel op waterbasis erbij, want olie tast latex aan. |
| Condoomcontract | Expliciete afspraak binnen een netwerk over wie met wie zonder condoom vrijt en wat er buiten die kring geldt. |
| Consensuele non-monogamie | Zie ethische non-monogamie: de term die onderzoek en therapie voor hetzelfde gebruiken, afgekort CNM. |
| Consent | Vrijwillige, geïnformeerde en op elk moment intrekbare toestemming. Zonder consent is er geen BDSM maar misbruik. |
| Consent violation | Het overschrijden van wat is afgesproken, met of zonder opzet. Wordt binnen de scene serieus genomen en gemeld bij organisatoren. |
| Contract | Schriftelijke vastlegging van rollen, regels, grenzen en verwachtingen. Juridisch niet bindend, maar wel een sterk gespreks- en ritueel document. |
| Coolidge-effect | Het verschijnsel dat opwinding terugkomt bij een nieuwe partner terwijl die bij de vaste partner is afgevlakt. Aangetoond in dieronderzoek en daarna op mensen betrokken. |
| Co-primair | Twee of meer partners die allemaal de status van primair hebben, zonder onderling verschil. |
| Coregasme | Orgasme dat tijdens inspanning ontstaat, meestal bij buikspieroefeningen. |
| Co-regulatie | Tot rust komen via het zenuwstelsel van een ander: stem, adem, aanraking, nabijheid. De werkzame stof van aftercare en knuffelen. |
| Corner time | Straf of rustmoment waarbij de onderdanige met het gezicht naar de muur in de hoek moet staan of knielen. |
| Corset | Ingesnoerd kledingstuk om het middel dat houding forceert en ademhaling beperkt. Bestaat als underbust en overbust. |
| Courtisane | Historische term voor een vrouw die gezelschap, gesprek en intimiteit bood aan welgestelde mannen. |
| Cowboy | Monogame man die een polyamoureuze vrouw uit haar netwerk probeert los te weken naar een exclusieve relatie. Vrouwelijke variant: cowgirl. |
| Cowgirl | In polykringen de vrouwelijke tegenhanger van de cowboy, die een polyamoureuze partner naar monogamie probeert te bewegen. Buiten die kringen is cowgirl de naam van een rijhouding. |
| Crop | Dunne buigzame stok met een leren klepje aan het uiteinde, uit de paardensport. Het klepje maakt veel geluid bij weinig kracht, ideaal voor precisiewerk op billen of dijen. Zie ook rijzweep. |
| CT | Afkorting van clit torture: pijnspel gericht op de clitoris met klemmen, zuignap, vibratie of tikjes. Extreem gevoelig gebied, dus in kleine stappen opbouwen. Zie ook clit torture. |
| Cuckcake | Vrouwelijke tegenhanger van de bull binnen cuckqueaning: de vrouw met wie de man seks heeft. |
| Cuckold | De man wiens partner met medeweten en instemming seks heeft met anderen, en die daar opwinding of vernedering uit haalt. |
| Cuckolding | Spel waarin de ene partner seksuele vrijheid krijgt en de ander toekijkt, wacht of dient. Draait op jaloezie, vernedering of compersie. |
| Cuckoldress | De vrouw die binnen cuckolding seks heeft met anderen, met medeweten en instemming van haar partner. Zie ook cuckold en cuckolding. |
| Cuckquean | Vrouwelijke tegenhanger van de cuckold: de vrouw wier partner seksuele vrijheid heeft. |
| Cuckqueaning | De omgekeerde variant van cuckolding: de man heeft de seksuele vrijheid en de vrouw kijkt toe, wacht of dient. Zie ook cuckquean en cuckolding. |
| Cupping | Vacuüm zuigen van huid, tepels of geslachtsdelen met glazen of siliconen cups. Voelt als een hevige zuigzoen en laat ronde plekken na. |
| Cutting | Patronen in de huid snijden met een steriel mesje. Vorm van scarificatie met blijvend litteken. |
D
| Term | Wat het betekent |
|---|---|
| Daddy Dom | Dominant die de rol van verzorgende, sturende vaderfiguur aanneemt binnen een CGL-dynamiek. Zie ook DDlg. |
| DADT | Don’t Ask, Don’t Tell: afspraak waarin contact buiten de relatie mag, maar er niet over verteld wordt. Omstreden, omdat geïnformeerde toestemming er lastig door wordt. |
| Datingapp | App waarmee mensen elkaar zoeken voor daten, seks of een relatievorm. Sommige richten zich uitdrukkelijk op kink of non-monogamie, met eigen filters en eigen omgangsvormen. |
| DDlg | Daddy Dom / little girl: dynamiek gebouwd op zorg, regels en vertrouwen, niet noodzakelijk seksueel. |
| Dead bedroom | De Engelse term uit online lotgenotengroepen voor een relatie zonder seks. Zie ook seksloos huwelijk. |
| Debrief | Nagesprek een of enkele dagen ná de sessie, wanneer de roes weg is: wat werkte, wat niet, wat de volgende keer anders. |
| Deep throat | Orale seks waarbij de penis diep in de keel wordt genomen, voorbij de kokhalsreflex. Vraagt ontspanning, oefening en een afgesproken stopgebaar. Zie ook keelneuken. |
| Default world | De gewone wereld buiten de scene, waar je je kink niet draagt. Zie ook vanilla en scene name. |
| Degradatie | Bewust kleineren, afwaarderen of ‘tot ding maken’ van de ontvanger. Zwaardere variant van vernedering; vraagt scherpe afspraken over woorden. |
| Degradee | Archetype uit de BDSM-test: iemand die er plezier aan beleeft gedegradeerd te worden. |
| Degrader | Archetype uit de BDSM-test: iemand die er plezier aan beleeft de ander te degraderen. |
| Demo | Voorgedane scène met uitleg erbij, bedoeld om van te leren in plaats van om naar te kijken. |
| Deprivatie | Het wegnemen van zintuigen of prikkels. Zie ook sensory deprivation en zintuiglijke deprivatie. |
| Deurboeien | Set boeien met een tussenstuk dat achter een dichte deur klemt, zodat je zonder speelmeubel toch kunt vastzetten. |
| Dienstbaarheid | Het verlenen van diensten als vorm van overgave: huishouden, verzorging, kleding, agenda. Zie ook service. |
| Dilator | Staafje om een lichaamsopening geleidelijk op te rekken, meestal urethraal. Zie ook sounding. |
| Dildo | Voorwerp in penisvorm om vaginaal of anaal in te brengen, meestal van siliconen. Zonder brede voet niet anaal gebruiken. Zie ook buttplug en strap-on. |
| Dinner date | Afspraak die begint met eten en gesprek voordat er iets anders gebeurt, of die daarbij blijft. |
| Disciplinarian | Sturende rol die zich vooral op regels, correctie en straf richt. Zie ook discipline en brat tamer. |
| Discipline | De D van BDSM: het geheel van regels, training, beloning en straf waarmee gedrag wordt gevormd. |
| Discrepant verlangen | Het vakwoord voor de verlangenkloof: partners met een structureel verschillende behoefte aan seks. |
| Discretie | Terughoudend gedrag met gevoelige informatie over een ander: je weet iets en laat dat nergens merken. Het woordenboek kent er nog drie betekenissen van, waaronder de bevoegdheid om zelf te beslissen. Anders dan zwijgplicht, dat een plicht is en geen gedrag. |
| Dissociatie | Afwezig raken uit je eigen lichaam of uit de situatie. Kan tijdens seks gebeuren zonder dat de ander het merkt. |
| DM | Dungeon Monitor: ervaren vrijwilliger die op een speelfeest toezicht houdt op veiligheid en huisregels. |
| DNR | Do Not Repeat: markering voor een ontmoeting die niet slecht was, maar ook geen tweede keer krijgt. |
| Dogging | Seks op een openbare of half openbare plek, met de kans op toeschouwers als onderdeel van de opwinding. Zie ook openbaar spel en exhibitionisme. |
| Doggystyle | Standje waarbij de ontvangende partner op handen en knieën steunt en van achteren genomen wordt. Diepe penetratie, geen oogcontact. |
| Dollification | Rollenspel waarin iemand tot pop of etalagepop wordt gemaakt: maskers, latex, stilstaan, geen eigen wil. Zie ook objectificatie. |
| Dom | Verkorting van Dominant, meestal gebruikt voor mannen. Neemt in spel of relatie de leidende positie in en draagt de verantwoordelijkheid voor wat er gebeurt. Zie ook Dominant en Domme. |
| Domdrop | Emotionele en fysieke terugval bij de dominante partij na een sessie, wanneer adrenaline en aandacht wegvallen. Zie ook subdrop. |
| Domina | Vrouwelijke dominant: neemt in spel of relatie de leidende, beslissende positie in en draagt de verantwoordelijkheid. Gangbaar als aanspreektitel, ook professioneel. Zie ook Domme, Meesteres en dominatrix. |
| Dominant | Degene die binnen spel of relatie de leidende, beslissende positie inneemt en verantwoordelijkheid draagt. |
| Dominantie | De leidende helft van D/s: beslissen wat er gebeurt en de verantwoordelijkheid dragen voor hoe het afloopt. Het gedrag, niet de persoon; die heet dominant. Tegenhanger van submissie. |
| Dominatrix | Vrouwelijke dominant, meestal in professionele context: verzorgt tegen betaling sessies, doorgaans zonder seks. Zie ook prodomme, Pro Dom, Domina en Meesteres. |
| Domlijst | Sublijst die andersom wordt gelezen: wat de Dominant graag zou willen dóén, in plaats van wat de sub wil ondergaan. |
| Domme | Vrouwelijke dominant, geschreven als tegenhanger van Dom voor mannen. Bepaalt het tempo van het spel en houdt de veiligheid in de gaten. Zie ook Domina en Meesteres. |
| Domspace | Staat van uiterste concentratie, helderheid en euforie waarin een Dominant tijdens spel kan komen. Tegenhanger van subspace. |
| Dopamine | Boodschapperstof achter verlangen, verwachting en jacht. Verklaart een groot deel van NRE. |
| Dorei | Japans woord voor slaaf, gebruikt binnen kinbaku: een onderdanige die zich als eigendom overgeeft, met sterker eigenaarschap dan het neutrale bottom. Blijft een afgesproken rol met een stopwoord. Zie ook slaaf en meester. |
| Double column tie | Basisboei die twee ledematen samenbindt, met een tussenslag zodat het touw niet dichttrekt. |
| DP | Double penetration: twee plekken tegelijk gevuld, meestal vaginaal en anaal, met twee personen of met speelgoed. Zie ook penetratie en anale seks. |
| Draak | De mannelijke tegenhanger van de eenhoorn: een alleenstaande man die als derde bij een stel komt. Minder vaak gezocht en minder vaak gevonden. |
| Dragon tail | Zweep met een plat, driehoekig uiteinde dat bijtend aankomt. |
| Dresscode | De verplichte kledingstijl van een club of feest, van lingerie tot fetisj tot naakt. |
| Driehoek | Nederlandse term voor een triade. Drie mensen die alle drie een relatie met elkaar hebben, dus niet twee plus een aanhangsel. |
| Drieminutenspel | Oefening uit de Wheel of Consent. Drie minuten precies dat wat de ander vraagt, en daarna omgekeerd. |
| D-ring | D-vormige metalen ring op boeien en halsbanden, waar je touw, haak of ketting aan bevestigt. |
| Drop | Overkoepelende term voor de dip na een intense sessie, bij top of bottom. Kan uren tot dagen aanhouden. Zie ook subdrop en domdrop. |
| D/s | Dominance/submission: machtsuitwisseling die psychologisch is, los van pijn of bondage. De middelste letters van BDSM. |
| D-type | Verzamelterm voor alle sturende rollen: dom, meester, meesteres, handler, caregiver. |
| Dual control model | Model van Janssen en Bancroft: opwinding heeft een gaspedaal en een rem, en de rem geeft meestal de doorslag. |
| Duimboeien | Miniboeien die alleen de duimen verbinden. Klein maar zeer effectief immobiliserend. |
| Dungeon | Ruimte ingericht voor BDSM, met kruis, bok, kooi, ophangpunten. Zie ook kerker en speelkamer. |
| Duo-afspraak | Afspraak met twee aanbieders tegelijk. Zie ook trio en stellenafspraak. |
| Dwangbuis | Jas die op de rug dichtgaat en de armen gekruist over de romp vastzet. Rond 1770 bedacht als menselijker alternatief voor kettingen, en in het Nederlands het gewone woord voor dit jasje. Zie ook straitjacket. |
| Dyspareunie | Pijn bij het vrijen, met lichamelijke of psychische oorzaken, vaak allebei tegelijk. |
E
| Term | Wat het betekent |
|---|---|
| Edgeplay | Spel op de grens van wat veilig is: ademcontrole, bloedspel, mesjes, vuur, angst. Vraagt extra kennis, kaders en consent. |
| Edging | Iemand telkens tot vlak vóór het orgasme brengen en dan stoppen. Zie ook orgasmecontrole en tease and denial. |
| Eendenbek | Metalen of kunststof spreider die vaginaal of anaal wordt ingebracht en de opening met een schroef openhoudt. De bijnaam komt van de vorm van het gangbaarste model en niet van de spreekkamer; het is een vertaling van de vakterm duckbilled speculum. Kernstuk van medical play. Zie ook speculum. |
| Eenhoorn | Nederlandse vertaling van unicorn: de single vrouw die een stel erbij zoekt. |
| Eenzaamheid | Het gemis van betekenisvol contact, ook met mensen om je heen. Vaker de reden voor een afspraak dan de seks zelf. Zie ook huidhonger. |
| Eetcontrole | Afspraken waarbij de Dominant bepaalt wat, wanneer en hoeveel de onderdanige eet. Standaard checklistitem onder dienstbaarheid. |
| EFT | Emotionally Focused Therapy: relatietherapie die zich richt op de hechtingsbehoefte onder de ruzie. Ontwikkeld door Sue Johnson. |
| Ejaculatie | Zaadlozing: het naar buiten komen van sperma, meestal maar niet altijd samen met het orgasme. Zie ook vroegtijdige zaadlozing. |
| Electro play | Spel met stroomprikkels via TENS-unit, violet wand of e-stim. Nooit boven de gordel of over het hart. |
| Elektroplay | Spel met stroomprikkels via een TENS-kastje, violet wand of e-stim-plug, van kriebelen tot fel steken. Nooit boven de gordel of over het hart, en niet bij een pacemaker. Zie ook electro play en TENS. |
| Emotionally focused therapy | De voluitschrijving van EFT, in Nederland bekend geworden via het boek Houd me vast. |
| Emotionele affaire | Buitenrelatie zonder seks, met wel de intimiteit, de aandacht en de geheimhouding van een affaire. |
| Endometriose | Aandoening waarbij weefsel dat op baarmoederslijmvlies lijkt buiten de baarmoeder groeit, met pijn bij de menstruatie en vaak ook bij seks. Diagnose en behandeling lopen via huisarts en gynaecoloog. |
| Endorfine | Lichaamseigen opioïde die bij pijn en stress vrijkomt; krijgt de eer voor de roes en voor de dip erna, maar dat verband is nooit aangetoond. |
| Enema | Vloeistof anaal in de darmen brengen, voor prikkeling, reiniging of vernedering. Lauw water en kleine hoeveelheden; te veel of te heet is gevaarlijk. Zie ook nursing. |
| Enkelboeien | Manchetten om de enkels, meestal met D-ring om aan een spreidstang of ophangpunt te koppelen. |
| ENM | Afkorting van ethische non-monogamie: parapluterm voor elke relatievorm waarin meerdere seksuele of romantische banden bestaan, met medeweten en instemming van iedereen. |
| Enthousiaste toestemming | Norm waarin alleen een duidelijke ja telt. Het uitblijven van een nee is niet genoeg. |
| Erectie | Het stijf worden van penis of clitoris doordat er meer bloed in stroomt dan eruit kan. Ontspanning is voorwaarde: spanning laat het bloed juist wegtrekken. |
| Erogene zone | Plek op het lichaam die bij aanraking seksueel prikkelt. Er zijn er veel meer dan de geslachtsdelen. |
| Erotica | Literatuur waarin seks het onderwerp is en het verhaal draagt, tegenover pornografie, waar het bij de handeling blijft. |
| Erotische afstand | Het idee dat verlangen ruimte nodig heeft en niet groeit op nabijheid alleen. De kern van Perels werk over lange relaties. |
| Erotische blauwdruk | Model van Jaiya met vijf manieren van opgewonden raken: energetisch, sensueel, seksueel, kinky en wisselend. |
| Erotische intelligentie | Term van Esther Perel voor het vermogen om verlangen levend te houden naast veiligheid en gewenning. |
| Erotische massage | Massage waarbij opwinding het doel is en niet het bijeffect. Loopt van sensueel aanraken tot een expliciet slot; wat er wel en niet gebeurt, hoort vooraf besproken te zijn. |
| Erotische verbeelding | Het vermogen om opwinding op te roepen met gedachten alleen. Zie ook psycholagnie. |
| Erotische vergelijking | Morins formule: aantrekking plus obstakel is opwinding. Verklaart waarom wachten, spanning en verbod zo goed werken. |
| Escort | Iemand die tegen betaling gezelschap en meestal ook intimiteit biedt, op locatie of bij de klant thuis. |
| E-stim | Verzamelterm voor elektrostimulatie met pads, plugs of ringen. Zie ook electro play en TENS. |
| Ethical slut | Iemand die openlijk en verantwoord meerdere seksuele relaties heeft. Naar het gelijknamige boek van Dossie Easton en Janet Hardy. |
| Ethische non-monogamie | De paraplu voor relatievormen waarin iemand meer dan een band heeft en iedereen ervan weet: polyamorie, swingen, de open relatie en relatieanarchie vallen eronder. De tegenpool van vreemdgaan, niet van monogamie. Ruim een op de vijf Amerikanen deed het ooit. |
| Exhibitionisme | Opwinding door bekeken worden: uitkleden, spelen of klaarkomen waar anderen bij zijn. |
| Experimentalist | Archetype uit de BDSM-test: iemand die vrijwel alles minstens één keer wil proberen. |
F
| Term | Wat het betekent |
|---|---|
| Faalangst in bed | Angst om tekort te schieten tijdens de seks. Bij mannen vaak rond de erectie, bij vrouwen rond klaarkomen of aantrekkelijk zijn. |
| Facesitting | Op iemands gezicht zitten, voor orale bevrediging of om de ademhaling te beperken. Kan tegelijk als smothering en ademcontrole werken. Zie ook queening, de variant waarin dat bedekken zelf de bedoeling is. |
| Face slapping | Een klap in het gezicht als spelvorm, met de vlakke hand op de wang. Risicovol omdat oor, oog en kaak dicht bij elkaar liggen, dus mikken, aankondigen en afspreken horen erbij. |
| Failsafe | Voorziening om iemand in één beweging los te krijgen: veiligheidsschaar, paniekhaak, snelkoppeling. |
| Fantasiearchetype | Terugkerende hoofdvorm waarin fantasieën zich groeperen: macht, taboe, aanbidding, gezien worden, meerdere partners. |
| Fantasie versus wens | Het verschil tussen iets opwindend vinden om te denken en het echt willen meemaken. Voor veel mensen het meest geruststellende onderscheid uit deze lijst. |
| Fawn-reactie | De alarmreactie waarbij iemand gaat pleasen en meebewegen om de dreiging te ontwapenen. In seks de moeilijkst te herkennen vorm van niet willen. |
| Fear play | Spelen met echte angsten van de ontvanger: mesjes, dreiging, verrassing, opsluiting. Vereist grondige kennis van elkaar. |
| Femdom | Spel of relatie waarin de vrouw de dominante partij is, van een enkele sessie tot een doorlopende dynamiek. Zie ook Domina, Meesteres en D/s. |
| Fetishfeest | Feest met dresscode van leer, latex, lak of uniform. Niet altijd een speelfeest. |
| Fetisj | Voorwerp, materiaal, lichaamsdeel of situatie waaraan iemand een sterke erotische lading toekent. |
| FetLife | Wereldwijd sociaal netwerk voor kinky mensen, met profielen, groepen, evenementen en fetisjlijsten. |
| Fifty Shades-effect | De golf van belangstelling voor bdsm na 2011, met alle misverstanden die eraan vastzaten. |
| Figging | Geschilde gemberwortel anaal of vaginaal inbrengen; geeft een fel brandend gevoel dat vanzelf wegtrekt. |
| Findom | Financial domination: dynamiek waarin de onderdanige geld of cadeaus afstaat als vorm van overgave. Zie ook paypig en tribute. |
| Fire cupping | Cupping waarbij het vacuüm met een vlammetje in de cup wordt gemaakt, vlak voordat die op de huid gaat. Zie ook cupping en fireplay. |
| Fisting | Hand of deel daarvan vaginaal of anaal inbrengen, waarbij binnenin een vuist wordt gemaakt. Draagt het onderzoek naar sluitspierdruk, overdracht en perforatie. Zie ook vuistneuken, dat de vaginale kant en de woordgeschiedenis draagt. |
| Flagging | Je rol of voorkeur zichtbaar dragen zonder er iets over te zeggen: een gekleurde zakdoek in de achterzak, sleutels aan een riemlus, of tegenwoordig een icoon op je profiel. Links staat voor gevend of dominant, rechts voor ontvangend. De bekendste vorm is de hanky code. Zie ook zakdoekcode. |
| Flashback | Onverwacht herbeleven van een eerdere ervaring, in beeld, gevoel of lichamelijke reactie. |
| Flogger | Zweep met veel platte, ongeknoopte strengen. Vergevingsgezind instrument; van fluweelzacht tot bijtend afhankelijk van materiaal en zwaai. |
| Floorwork | Touwspel op de grond, zonder ophanging. Waar vrijwel iedereen begint en waar veel riggers blijven. |
| Florentine | Floggen met twee floggers tegelijk, in een achtvormig ritme. |
| FLR | Female Led Relationship: relatie waarin de vrouw structureel de leiding heeft. Zie ook femdom. |
| Fluid bonding | De afspraak om binnen een vaste kring zonder condoom te vrijen, na testen en met instemming van iedereen die het raakt. |
| FMF | Trio met twee vrouwen en één man, waarbij de vrouwen elkaar niet aanraken. |
| Folie | Huishoud- of stretchfolie om iemand mee in te wikkelen. Zie ook mummificatie en cocooning. |
| Foodplay | Eten inzetten als speelmateriaal: uitsmeren, voeren, van het lichaam eten, morsen. Van romantisch tot ronduit smerig, afhankelijk van wat je pakt. Zie ook sploshing, het ruimere veld waar ook niet-eetbare stoffen bij horen. |
| Fooi | Vrijwillige extra betaling achteraf. Nergens verplicht, in sommige kringen wel gebruikelijk. |
| Forced bi | Scenario waarin een dominante partner een onderdanige man contact met een andere man laat hebben. Het gedwongen deel is spel: de afspraak wordt vooraf gemaakt. |
| Forced feminization | Rollenspel waarin iemand ‘gedwongen’ vrouwelijk wordt gemaakt in kleding, houding en gedrag. Het woord ‘gedwongen’ beschrijft de fantasie, niet de toestemming. Zie ook sissificatie. |
| Forniphilia | Iemand als meubelstuk gebruiken: voetenbankje, tafel, kapstok, asbak. Zie ook human furniture en objectificatie. |
| Foxplay | Petplay-variant waarin iemand een vos speelt, eigenwijzer dan een pup en minder gedwee dan een kitten. Wolfplay werkt hetzelfde, met een roedel in plaats van een baasje. |
| Free use | Afspraak waarbij de Dominant op elk moment seksueel toegang heeft, zonder telkens opnieuw te vragen. Blijft binnen vooraf gestelde kaders. |
| Frenzy | De roes van de beginner: alles tegelijk willen, te snel, met te weinig kennis. Bekende valkuil bij nieuwe subs én doms. |
| Frictie | Touwslag die blokkeert zonder echte knoop, zodat je hem snel kunt lossen. Basisprincipe van shibari. |
| Friends with benefits | Vriendschap waar seks bij hoort zonder dat het een relatie heet. Nederlands: scharrel of vriend met voordelen; zie ook speelrelatie. |
| FRIES | Ezelsbruggetje voor goede toestemming: Freely given, Reversible, Informed, Enthusiastic, Specific. |
| Frottage | Tegen elkaar aan schuren, gekleed of naakt, tot het genoeg is. |
| Frubble | Het warme gevoel als je je partner gelukkig ziet met iemand anders. De alledaagse variant van compersie. |
| Full swap | Partnerruil inclusief geslachtsgemeenschap, de volledige vorm van swingen, tegenover soft swap waar geslachtsgemeenschap er juist buiten valt. |
| Funishment | ‘Straf’ die eigenlijk een beloning is: beide partijen genieten ervan. Tegenhanger van echte discipline. |
| Futomomo | Japanse beenboei waarbij het onderbeen tegen het bovenbeen wordt gebonden, zodat de knie gebogen blijft. |
G
| Term | Wat het betekent |
|---|---|
| Garden party polyamory | Tussenvorm waarin metamours elkaar beleefd zien bij verjaardagen en feestjes, zonder vriendschap te zoeken. |
| Gasmasker | Masker dat over het gezicht sluit, met een filterbus of een slang; gebruikt voor zintuigontneming en soms ademcontrole. |
| Gedesorganiseerde hechting | Tegelijk nabijheid zoeken en ervoor terugdeinzen. Vaak verbonden met vroeg trauma. |
| Geforceerd orgasme | De ontvanger klaar laten komen zonder dat die het kan tegenhouden of afbreken, meestal met een vibrator in bondage. Na het eerste orgasme voelt het snel te veel, en dat is precies de bedoeling. Zie ook forced orgasm. |
| Geldslaaf | De betalende rol in findom: iemand die opwinding haalt uit geld afstaan aan een ander. Nederlands voor paypig; de ontvangende kant heet cashmaster of cashmistress. |
| Gemengd orgasme | Orgasme uit twee of meer soorten prikkeling tegelijk, bijvoorbeeld clitoraal en vaginaal. |
| Genitourinair syndroom van de menopauze | De verzamelnaam voor droogte, pijn, branderigheid en plasklachten na de overgang. Afgekort GSM. |
| Gesloten groep | Vaste kring die alleen onderling speelt en niemand nieuw toelaat. Zie ook polyfideliteit. |
| Gewichten | Kleine gewichtjes aan tepel- of schaamlipklemmen om de druk en de pijn te vergroten. |
| Gezelschapsdienst | Afspraak waarbij aanwezigheid en aandacht het product zijn, met of zonder seks. Zie ook boyfriend experience. |
| GFE | Girlfriend Experience: afspraak met de warmte en de wederkerigheid van een relatie, niet alleen de handeling. |
| GGG | Good, Giving and Game: de norm van Dan Savage voor een goede seksuele partner. |
| Gigolo | Man die tegen betaling gezelschap en intimiteit biedt aan vrouwen, stellen of mannen. |
| Gimp suit | Volledig omhullend pak van leer, latex of pvc, meestal met masker. |
| Girlfriend experience | De voluitschrijving van GFE, en de vrouwelijke tegenhanger van de boyfriend experience. |
| Glijmiddel | Middel dat wrijving wegneemt. Op waterbasis, op siliconenbasis of op oliebasis, elk met eigen beperkingen: olie sloopt latex, siliconen tasten siliconen toys aan. |
| Goede pijn | Pijn die binnen het spel gewenst is en de roes voedt. Zie ook pijngrens. |
| Golden shower | Op iemand plassen of geplast worden, als vernedering, markering of gewoon omdat het opwindt. Doe het op een plek die tegen een plas kan. Zie ook plasseks en watersports. |
| Gor | De fantasiewereld uit de romans van John Norman, en de naam voor de strikte meester-slavinstijl die mensen erop baseren, in het echt als consensueel rollenspel. Zie ook Gorean en kajira. |
| Gorean | Iemand die BDSM of een levensstijl beleeft volgens de wereld Gor, met vaste aanspreekvormen, houdingen en rituelen. Zie ook kajira en M/s. |
| Gote shibari | Japanse armbinding op de rug, meestal met wikkels om borst en bovenarmen. Gote en takate kote zijn grotendeels twee namen voor dezelfde boei; takate kote legt daarbij de armstand vast. Zie ook takate kote. |
| G-plek | Gevoelig gebied op de voorwand van de vagina, een paar centimeter naar binnen. Dat het om een apart orgaan gaat, is nooit aangetoond. |
| Grens | Punt waar iemand niet voorbij wil, kan of durft. Zowel dominanten als onderdanigen hebben grenzen en mogen die altijd aangeven. |
| Grensoverschrijding | Het Nederlandse woord voor consent violation: over een afgesproken grens heen gaan, met of zonder opzet. |
| Grensverkenning | Vooraf en onderweg aftasten waar iemands grens ligt, zonder eroverheen te gaan. |
| Grenzenlijst | Overzicht van wat zeker niet mag, opgeschreven zodat het niet ter plekke bedacht hoeft te worden. Zie ook hard limit. |
| Groene vlag | Signaal de andere kant op: rustig tempo, duidelijke afspraken, referenties die kloppen. |
| Groepshuwelijk | Verband waarin drie of meer mensen zichzelf als onderling getrouwd beschouwen, meestal zonder juridische status. |
| Groepsseks | Seks met drie of meer mensen tegelijk. Verzamelwoord waar trio, spitroast, gangbang en orgie allemaal onder vallen. |
| Groundwork | Touwspel op de grond, zonder ophanging. Waar mensen leren binden en waar veel riggers bewust blijven, omdat er zonder ophangconstructie een hele klasse van ongelukken wegvalt. Vanzelf veilig is het niet. Zie ook floorwork. |
| Gun play | Spel met een wapen als angstinstrument. Vuurwapenbezit is in Nederland verboden, dus het gaat vrijwel altijd om een replica. Extreem edgeplay. |
H
| Term | Wat het betekent |
|---|---|
| Haartrekken | Bij het haar vastpakken en sturen. Klein gebaar met groot machtseffect; staat op vrijwel elke checklist. |
| Hakkenfetisj | Opwinding door hoge hakken: de vorm, het geluid, de houding die ze afdwingen. Onderdeel van het bredere retifisme, de schoenfetisj. |
| Hall pass | Eenmalige toestemming van een partner om alleen met iemand anders iets te doen. |
| Halsband | Band om de hals, meestal van leer, die de rolverdeling zichtbaar maakt en vaak een D-ring draagt. Mag nooit strak zitten en hoort nooit aan een vast punt: dat maakt er een ophangpunt van. Zie ook collar en leash. |
| Handboeien | Boeien om de polsen, meestal staal of leer. Stalen politieboeien knellen snel op de polszenuw en klikken vanzelf strakker zonder dubbele vergrendeling; leer of nylon is veiliger. |
| Handler | De deelnemer die mens blijft terwijl de ander een dier speelt: leidt, traint, beloont, en bewaakt de tijd en de veiligheid. Bij ponyplay heet dezelfde rol meestal trainer. Zie ook petplay en owner, de rol die er eigenaarschap bij claimt. |
| Handschoenen | Latex of nitril handschoenen bij fisting, penetratie met de hand en bloedspel. Hygiëne, en een gladder gevoel. |
| Hanky code | Kleurencode uit de Amerikaanse homo- en leerscene van de jaren zeventig: aan een gekleurde zakdoek in je achterzak kon iemand aflezen wat je zocht. De kleur benoemt de handeling, de zak de rol, links gevend of dominant, rechts ontvangend. Zwart is zware SM, grijs bondage, lichtblauw orale seks, donkerblauw anale seks, geel plasseks, rood fisting. Nederlands: zakdoekcode; een vorm van flagging. |
| Harde grens | Iets wat absoluut niet gebeurt, onder geen enkele voorwaarde. Wordt vooraf uitgesproken en niet ter discussie gesteld. |
| Harem | Groep onderdanigen onder één dominant, meestal met een onderlinge rangorde. |
| Harnas | Geheel van banden, kettingen of touw dat om het lichaam sluit. Kan decoratief zijn of dragend bij ophanging. |
| Hechtingsstijl | Het patroon waarmee iemand nabijheid zoekt of vermijdt, gevormd in de vroege jeugd en zichtbaar in latere relaties. Vier stijlen: veilig, vermijdend, angstig-ambivalent en gedesorganiseerd. Matig stabiel, dus niet vastliggend. |
| Hempex | Synthetisch touw dat eruitziet als hennep maar sterker is en langer meegaat. Wat gladder in de knoop, dus even wennen. Zie ook henneptouw en touw. |
| Henneptouw | Touw van hennep: ruw, harig, grip, neemt vocht op. Samen met jute het klassieke shibari-materiaal. |
| Herhaalafspraak | Vervolgafspraak die voortbouwt op wat de vorige keer werkte. |
| Herrin | Het Duitse woord voor een dominante vrouw, en de gewone aanspreekvorm in de Duitstalige scene. Grimms woordenboek laat zien dat het pas in de zestiende eeuw is gevormd, uitdrukkelijk als vertaling van het Latijnse domina. Het Nederlands bouwde nooit een vrouwelijke vorm van heer en zegt meesteres. |
| Herstelseks | Seks die vooral bedoeld is om een eerdere nare ervaring te overschrijven. Kan helpen, kan ook te vroeg komen. |
| Hiërarchische polyamorie | Vorm waarin partners een vaste rangorde hebben: primair, secundair, tertiair. Zie ook koppelprivilege. |
| High protocol | Zwaar aangezette omgangsvorm binnen een D/s-band, met vaste aanspreektitels, houdingen en rituelen. Geldt meestal alleen tussen een afgesproken begin- en eindmoment, bijvoorbeeld op een feest of een avond thuis. Geen spelsoort. Zie ook low protocol en protocol. |
| Hinge | Engelse term voor scharnier: degene die twee verder niet verbonden partners aan elkaar knoopt. |
| Hishi | Japans ruitpatroon in touw over borst, buik en heupen, dat onderaan meestal overgaat in een touw tussen de benen. Bindt nauwelijks en is vooral decoratief, maar bewerkelijk om symmetrisch te krijgen. Voluit hishinawa shibari; niet te verwarren met kikkou, dat zeshoeken legt in plaats van ruiten. Zie ook karada. |
| Hoerenstigma | Het maatschappelijke oordeel dat aan sekswerk kleeft en dat ook klanten raakt. Engels: whore stigma. |
| Hogtie | Positie waarbij iemand op de buik ligt met polsen en enkels achter de rug aan elkaar gebonden. |
| Hoofdkap | Kap die het hele hoofd of een deel ervan afsluit en zicht, gehoor en een stuk identiteit wegneemt. Raakt precies de twee angsten waar claustrofobie uit bestaat, verstikking en beperking, dus paniek komt vaker voor dan mensen verwachten. Zie ook hood en masker. |
| Hoorndrager | Nederlands scheldwoord uit 1599 voor de bedrogen echtgenoot. Wordt losjes als vertaling van cuckold gebruikt, maar dekt die betekenis maar half: een hoorndrager overkomt het, een cuckold wil het. Zie ook cuckold en cuckolding. |
| Horseplay | Naam die op Nederlandse kinklijsten voor ponyplay wordt gebruikt. In het Engels betekent horseplay iets anders, namelijk ruw stoeien; het rollenspel heet daar pony play. Zie ook ponyplay en animal play. |
| Hoteldate | Afspraak in een hotelkamer, vaak gekozen om thuis erbuiten te houden. |
| Hotelfantasie | Scenario dat draait om de anonimiteit van een kamer buiten het eigen leven. |
| Hotwife | Vrouw die met instemming van haar partner seks heeft met anderen, waarbij de partner het waardeert in plaats van vernederd te worden. Haar partner heet stag, de derde persoon bull. |
| Hotwifing | De afspraak rond een hotwife: zij gaat met anderen naar bed, hij moedigt aan en blijft meestal monogaam. Verschilt van cuckolding doordat vernedering geen rol speelt. |
| Huidhonger | De lichamelijke behoefte aan aanraking, en het gemis als die er lang niet is. |
| Huis | Georganiseerde groep binnen de scene onder leiding van een meester of meesteres. Engels: house. |
| Huishoudelijke dienstbaarheid | Schoonmaken, koken, wassen en klussen als vorm van overgave. Loopt door op gewone dagen en staat op vrijwel elke ja-nee-misschienlijst. Zie ook dienstbaarheid en service sub. |
| Huisregels | Regels van een speelfeest of dungeon: consent, foto’s, gedrag, alcohol, wat mag waar. Lezen vóór je binnenkomt. |
| Human furniture | Iemand als meubelstuk gebruiken: voetenbankje, tafel, kapstok of asbak, die stil blijft en verder wordt genegeerd. De lading zit in het niet meetellen. Zie ook forniphilia en meubelstuk. |
| Humbler | Houten of metalen klem die om de basis van de balzak sluit, bevestigd op een beugel die achter de dijen langs loopt, zodat de benen gebogen moeten blijven en rechtop komen onmogelijk wordt. Zie ook CBT. |
| Hyperseksualiteit | Seksueel gedrag dat dwangmatig aanvoelt en het leven in de weg zit, in de ICD-11 opgenomen als compulsief seksueel gedrag. Iets anders dan een hoog libido; hulp loopt via huisarts of seksuoloog. |
| Hypnokink | Erotische hypnose en suggestie als speelvorm: trance, opgelegde reflexen, ingeplante triggers. Ligt op de grens van mindfuck, en het middel tast precies het vermogen aan waarmee je tijdens de scène nog toestemming zou geven. Zie ook mindfuck. |
I
| Term | Wat het betekent |
|---|---|
| Ichinawa | Vrije Japanse touwstijl met één enkel touw, waarbij het vloeiend aanleggen en loslaten belangrijker is dan het patroon. Ook wel ippon nawa genoemd. Zie ook nawa, shibari en sabaki. |
| IJsklontjes | Bevroren water voor temperatuurspel, over de huid bewogen en vaak afgewisseld met kaarsvet, zodat warm en koud door elkaar gaan lopen. Blijft het ijs stilliggen, dan begint koudeletsel. |
| Impact play | Verzamelterm voor alles waarbij de huid geraakt wordt: hand, paddle, flogger, cane, zweep, riem. Zie ook billenkoek en caning. |
| Incall | Afspraak op de locatie van de aanbieder, tegenover outcall. |
| Incontinentie | Ongewild urineverlies, ook tijdens de seks. Komt veel voor, wordt zelden besproken en is vaak goed te behandelen. |
| Informed consent | Toestemming gegeven mét kennis van de risico’s, niet alleen van de handeling. Het begrip komt uit de medische ethiek (Neurenberg Code, Belmont Report) en is de I van RACK. Zie ook consent. |
| Infuusnaalden | Holle naalden met een plastic canule eromheen, gebruikt bij naaldenspel. Het staal brengt de canule in en wordt daarna teruggetrokken, zodat er iets buigzaams achterblijft. De dikte staat in gauge, met een vaste kleur per maat. |
| Injectienaalden | Holle naalden met een geslepen punt, in diktes uitgedrukt in gauge, gebruikt bij naaldenspel. Die holle kern houdt bloed vast en bepaalt het risico. Altijd steriel en eenmalig. Zie ook infuusnaalden. |
| Inspectie | Ritueel waarbij de onderdanige zich uitkleedt en in houding gaat staan om bekeken en beoordeeld te worden. Er wordt niet aangeraakt en niet gepraat; de lading zit in het oordeel. Vaak het openingsritueel van een high protocol-avond. |
| Intake | Het gesprek vooraf over wensen, grenzen, gezondheid en verwachtingen. Zie ook onderhandelen. |
| Intakeformulier | Vragenlijst vooraf over wensen, grenzen, gezondheid en verwachtingen. Zie ook intake. |
| Internal enslavement | Vorm van M/s waarin de rol niet als spel wordt beleefd maar als binnenkant van wie iemand is. |
| Interrogation | Verhoorscenario met dreiging, herhaalde vragen, ongemakkelijke houdingen en een uitweg in ruil voor een bekentenis. Het geheim waar het om draait is verzonnen. Vaak gecombineerd met fear play. |
| Intimiteitsangst | Terugdeinzen zodra contact echt wordt, ook als het verlangen er wel is. |
| Irrumatio | Latijnse term voor orale seks waarbij de actieve partij in de mond stoot en de ontvanger passief blijft. Zie ook keelneuken en deep throat. |
J
| Term | Wat het betekent |
|---|---|
| Jaloezie | Angst om iemand kwijt te raken, meestal een mengsel van onzekerheid, uitsluiting en oud zeer. In open relatievormen geldt het niet als bewijs dat het misgaat, maar als informatie over wat iemand nodig heeft. Het tegenovergestelde heet compersie. |
| Ja-nee-misschien-lijst | De Nederlandse naam voor de yes/no/maybe-lijst. |
| Japanse bondage | Nederlandse verzamelnaam voor de bondagestijl uit oude Japanse boeitechnieken, met nadruk op esthetiek, spanning en beleving. In de scene heet dat shibari. Zie ook kinbaku en hojojutsu. |
| Jibaku | Japans (自縛) voor jezelf vastbinden zonder dat er iemand bij is. Het woord benoemt geen touwtechniek; in gewoon Japans betekent het vooral klem zitten in je eigen uitspraken. Regel altijd een uitweg en een schaar binnen handbereik. Zie ook autobondage en zelfbondage. |
| Judaszetel | Puntige zit waarop iemand aan touwen wordt neergelaten, zodat het eigen gewicht op het kruis rust. Gaat terug op het Italiaanse tormento della veglia (16e-17e eeuw), waar de punt stomp was en wakker houden het doel; het scherpe museumexemplaar en de naam judaszetel zijn later. In de scene zeldzaam. |
| Jute | Bastvezel van planten uit het geslacht Corchorus, uit de kaasjeskruidfamilie. Licht, stroef en het meest gebruikte touwmateriaal voor shibari. Zie ook henneptouw en asanawa. |
K
| Term | Wat het betekent |
|---|---|
| Kaakklem | Spreider die de mond geforceerd open houdt, met een ring of een schroef; toegang is het doel en niet stilte. Maakt spreken onverstaanbaar en veroorzaakt kwijlen. Let op de dubbele betekenis: in de geneeskunde is kaakklem juist trismus, een kaak die niet opengaat. Zie ook mondspreider en gag. |
| Kaarsvet | Gesmolten was op de blote huid laten druppelen. Hoe hoger je giet, hoe koeler het aankomt. Neem soja of paraffine met een laag smeltpunt; bijenwas, microkristallijne was en stearine smelten te heet. |
| Kajira | Het Goreaanse woord voor een vrouwelijke slavin binnen de wereld Gor, met een eigen stelsel van houdingen zoals nadu en vaste aanspreekvormen. Zie ook Gorean en slaaf. |
| Kamergenotensyndroom | Een stel dat prima samenleeft en elkaar niet meer aanraakt. Engels: roommate syndrome. |
| Kannuki | Japans voor een cinch: de touwslag dwars over een bundel wraps die deze aanspant en op zijn plek houdt. Het woord betekent letterlijk de grendel van een poort. Zie ook frictie en double column tie. |
| Karabijnhaak | Metalen beugel met een verende poort, genoemd naar de haak waarmee een karabijn aan de bandelier hing. Een gekeurd exemplaar draagt zijn breeksterkte in kilonewton op het lichaam; een haak uit de bouwmarkt draagt niets en belooft dus niets. Zie ook musketonhaak en paniekhaak. |
| Karada | Lichaamsharnas van touw over de romp, meestal uitgevoerd in het hishi-ruitpatroon. Karada is het harnas, hishi het patroon erin. Bindt zelf niets vast maar levert wel aanknooppunten voor ander touwwerk, en is onder kleding te dragen. Zie ook hishi en shinju. |
| Karezza | Langzaam vrijen waarbij het orgasme bewust wordt weggelaten en de aandacht naar de verbinding gaat. |
| Karwats | Korte zweep met een stevige, meestal houten steel en een slag gevlochten uit leren riemen of touw. Komt uit de veedrijverij; het woord kwam via het Duits uit het Turkse kırbaç. Anders dan de crop, die geen slag heeft maar een stijve stok met een leren klepje. Zie ook quirt. |
| Kat met negen staarten | Nederlandse naam voor de zweep met negen losse einden aan één handvat, in 1856 al opgetekend in het zeemanswoordenboek. De Koninklijke Marine kende hem als knuttel, uitdrukkelijk zonder knopen; juist die knopen maken het verschil tussen een zware klap en een opengaande huid. Zie ook cat o’ nine tails. |
| Keelneuken | Orale seks waarbij degene met de penis stoot en de mond passief blijft, in het Engels irrumatio. Het stuur ligt dus niet bij de mond, en praten kan niet: spreek vooraf een stopgebaar af. Zie ook deep throat. |
| Kegelballen | Gewichtjes die in de vagina gedragen worden, ook liefdesei of geishaballen genoemd, om de bekkenbodem te trainen of als stille prikkel. |
| Kennismakingsgesprek | Vrijblijvend gesprek vooraf, aan de telefoon of in het echt, zonder dat er een afspraak uit hoeft te komen. |
| Kerker | Nederlands woord voor een ingerichte speelruimte, van het Latijnse carcer ‘gevangenis’ en sinds 1220 in de taal. Klinkt zwaarder dan dungeon omdat het daarbuiten een cel aanduidt; verhuurders adverteren onder het Engelse woord. Zie ook dungeon en speelkamer. |
| Kernerotisch thema | Het patroon onder iemands opwinding: dat ene scenario dat in duizend varianten terugkomt. Van Jack Morin. |
| Ketting | Metalen schakels om iemand mee vast te zetten. Zwaar, koud en luidruchtig, wat het effect versterkt. |
| Kettingzweep | Zweep met dunne kettinkjes in plaats van leren strengen. Bijtend en zwaar; niet voor beginners. |
| Keuzelijst | Hetzelfde vel als de kinklist, met een naam die zegt dat je eruit kiest in plaats van dat je hem afvinkt. Buiten de slaapkamer is het een gewoon Nederlands woord voor elke lijst waaruit een selectie wordt gemaakt, tot en met de voorselectie van de Top 2000. |
| Keyholder | Degene die de sleutel van een kuisheidsslot bewaart, en dus bepaalt wanneer het eraf gaat en of er tussendoor prikkeling mag zijn. Zonder die sleutel krijgt de drager het apparaat er in de regel niet zelf af, dus hoort er een reservesleutel binnen bereik te liggen. Zie ook sleutelhouder, het Nederlandse woord voor dezelfde rol. |
| Kietelen | Aanraking die een onwillekeurige lachreactie opwekt, meestal in bondage zodat ontsnappen niet kan. Lachen is hier een reflex en geen toestemming; spreek een stopteken af dat niet uit woorden bestaat. Zie ook knismolagnie. |
| Kikkou | Japans voor schildpadschild: het zeshoekpatroon in touw over de romp. De meest verwarde buur van hishi, dat juist ruiten geeft. Decoratief van opzet; het bindt nauwelijks. |
| Kinbaku | Japans voor ‘strak vastbinden’, en in de touwscene de naam voor erotische Japanse touwbondage. Het Japanse woordenboek kent maar één, technische betekenis; de erotische lading kwam pas in de tijdschriften van de jaren vijftig. Zie ook shibari en bakushi. |
| Kink | Elke seksuele voorkeur, fantasie of speelvorm buiten de gebaande paden. Ruimer dan BDSM: ook een fetisj of rollenspel zonder macht of pijn valt eronder. |
| Kinkevenement | Verzamelterm voor munch, speelfeest, workshop, rope jam en fetisjfeest. |
| Kink-friendly | Van een hulpverlener, arts of locatie: bekend met kink en niet oordelend. |
| Kinkidentiteit | Het verschil tussen iets doen en iets zijn: een kink beoefenen of jezelf ermee benoemen. |
| Kinklist | Lijst met alle mogelijke activiteiten waarop je per stuk aangeeft of het een ja, een misschien of een nee is, meestal ook of je wilt geven of ontvangen. Bedoeld om het gesprek op gang te brengen. Een misschien is geen half ja maar een ja met een voorwaarde eraan vast. Zie ook sublijst en yes/no/maybe-lijst. |
| Kinkontdekking | Het moment waarop iemand doorkrijgt dat een fantasie een naam heeft en dat er anderen zijn. Zie ook kinkidentiteit en frenzy. |
| Kinkshaming | Iemand kleineren of veroordelen om een consensuele kink of fetisj. Kritiek op niet-consensueel gedrag valt er niet onder: de grens ligt bij instemming, niet bij normaal of raar. Zie ook YKINMK en kink-friendly. |
| Kinkster | Iemand die zich thuis voelt in kink en dat woord over zichzelf gebruikt. Neutraal en zelfgekozen, in tegenstelling tot klinische termen als parafiel; het zegt niets over rol of voorkeur. |
| Kinky | Bijvoeglijk naamwoord bij kink: het typeert een voorkeur, handeling of persoon als buiten de gangbare paden. Wat kinky heet hangt af van de omgeving en niet van de handeling; een vaste lijst bestaat er niet. |
| Kitchen table polyamory | Stijl waarin alle partners en metamours met elkaar aan de keukentafel kunnen zitten. De onderlinge omgang wordt actief opgezocht. Afgekort KTP. |
| Kitten play | Petplay waarin de rol van kat wordt aangenomen: oortjes, staartplug, spinnen, aaien. Anders dan bij puppy play is niet-luisteren onderdeel van de rol; een kat laat zich overhalen in plaats van belonen. Zie ook petplay en animal play. |
| Klaarkomen | Gewoon Nederlands voor het krijgen van een orgasme. Zie ook ejaculatie, dat er meestal maar niet altijd mee samenvalt. |
| Klemmen | Verzamelnaam voor knijpende voorwerpen die druk vasthouden op een huidplooi, tepel, schaamlip of balzak. Vier modelfamilies: wasknijper met veer, tweezer met schuifring, clover en magneet. Een klem slaat niet, hij knelt af; de tijd is de grens. Zie ook alligatorklem, knijpers en tepelklemmen. |
| Knevel | Het Nederlandse woord voor de mondknevel, maar oorspronkelijk een kort dwarshoutje om een touw strak te zetten. Vandaar het werkwoord knevelen, dat vastbinden betekent en niet ‘de mond dichtdoen’. Zie ook gag en mondknevel. |
| Knifeplay | Spel met een mes: over de huid strijken, dreiging, koude sensatie. Snijden hoeft niet en gebeurt vaak niet; gaat de huid wel open, dan heet het cutting. Valt onder edgeplay. |
| Knijpers | Wasknijpers als goedkope klem, op tepels, huidplooien of schaamlippen. De veerkracht ligt vast, dus je doseert met de plek en het aantal in plaats van met een schroef. Aan een touwtje geregen vormen ze een rits. Zie ook klemmen, wasknijpers en zipper. |
| Knismolagnie | Seksuele opwinding door te kietelen of gekieteld te worden. Zie ook kietelen en algolagnie. |
| Knuffelfeest | Bijeenkomst waar mensen geklede, niet-seksuele aanraking oefenen, met uitgesproken toestemmingsregels. Engels: cuddle party. |
| Knuffeltherapie | Begeleide, niet-seksuele aanraking als vorm van zorg, met duidelijke afspraken vooraf. |
| Komeet | Geliefde die met lange tussenpozen terugkomt, kort en intens, zonder verwachting van continuïteit. Engels: comet. |
| Kompersie | Spellingvariant van compersie die je in Nederlandse polyteksten tegenkomt. |
| Kooi | Afsluitbare constructie van tralies of gaas waarin iemand wordt opgesloten en moet wachten tot een ander hem eruit laat. Hoort bij het vaste meubilair van een speelruimte en bindt zelf niets vast; hij neemt alleen de uitgang weg. Van het Latijnse cavea; in gewoon Nederlands eerder een schaapskooi, een eendenkooi of een bed op een schip. Zie ook cage, kerker en kuisheidskooi. |
| Koppelprivilege | De voorrang die een gevestigd stel vanzelf krijgt boven nieuwere partners: huis, geld, tijd, familie. Vaak de kern van het conflict in een polynetwerk. |
| Koppeltoeslag | Extra bedrag dat sommige aanbieders rekenen als er twee mensen bij de afspraak zijn. Lang niet iedereen doet dat. Zie ook stellenafspraak. |
| Korset | Nederlandse spelling van corset, en in het Nederlands dekt het woord ook het medische steunkorset voor rug of buikwand. Ontleend aan Frans corset; het oudere Nederlandse woord keurslijf betekent sinds 1840 “belemmering”. Zie ook corset. |
| Krokodillenklem | Nederlandse naam voor de veerklem met zaagvormige bek, ook krokodillenbek, grijpklem of veerklem; de zware accuversie heet pooltang. Gemaakt voor tijdelijk elektrisch contact, in 1906 geïntroduceerd bij Mueller Electric. Zie ook alligatorklem en klemmen. |
| Kruis | Het korte woord dat in inventarislijsten van speelruimtes voor het staande X-frame wordt gebruikt; voluit heet dat een andreaskruis. In het Nederlands betekent kruis ook het lichaamsdeel tussen de benen, vandaar de volledige naam op papier. Zie ook andreaskruis. |
| Kuisheid | Het je onthouden van seksuele bevrediging: als morele deugd iets wat je van jezelf vraagt, in BDSM iets wat je uit handen geeft aan een sleutelhouder. Werkt ook zonder apparaat, als afspraak. Het woord komt van het Latijnse conscius, ‘zich bewust’. Zie ook chastity, keyholder en kuisheidsgordel. |
| Kuisheidsgordel | Gordel met slot die de geslachtsdelen ontoegankelijk maakt, zodat aanraken en klaarkomen niet meer aan de drager is. De sleutel ligt bij een ander. Zie ook kuisheid en keyholder. |
| Kuisheidskooi | Kooitje dat de penis omsluit en te klein is om een erectie in toe te laten, met een ring achter de balzak die het op zijn plaats houdt. Het risico zit in die ring, niet in de huls. Zie ook kuisheid, cage en CB. |
L
| Term | Wat het betekent |
|---|---|
| Latex | Gevulkaniseerd natuurrubber uit het melksap van Hevea brasiliensis, in vellen van 0,18 tot 0,5 mm verwerkt tot kleding en maskers. Gelijmd, niet genaaid; talk, glijmiddel of chloreren om erin te komen. Latexallergie treft 1 tot 2 procent, met kruisreactie op onder meer avocado, banaan en kiwi. |
| Leash | Riem of ketting aan de halsband waarmee iemand geleid, vastgezet of getoond wordt. Nooit ergens onbewaakt aan vastmaken. Zie ook lijn en halsband. |
| Leer | Gelooide dierenhuid, in BDSM het materiaal van boeien, halsbanden, harnassen en zwepen. Poreus, dus het neemt lichaamswarmte op, kraakt en houdt geur vast. Waar latex juist afsluit. Niet uit te koken en niet machinewasbaar; chroom(VI) uit het looiproces kan huidallergie geven. De subcultuur eromheen staat onder leather. |
| Lepeltjeshouding | Allebei op de zij, de een tegen de rug van de ander. Rustig en dicht op elkaar, en geschikt bij pijn, zwangerschap of vermoeidheid. |
| Libido | De sterkte van iemands zin in seks. Schommelt met stress, gezondheid, hormonen en context. Ruim de helft van de Nederlandse vrouwen had het afgelopen jaar een periode met weinig zin; het heet pas een probleem als het vaak gebeurt en je er last van hebt. |
| Libidoverlies | Een duidelijke afname van zin, door hormonen, medicatie, stress, de relatie of dat alles bij elkaar. Zie ook libido. |
| Lichaamsbeeld | Hoe iemand het eigen lichaam ziet en beoordeelt. Weegt in bed bij veel mensen zwaarder dan wat de ander ervan vindt. |
| Lifestyle | BDSM als manier van leven in plaats van als losse sessie: de rollen gelden ook buiten de scène. Tegenover play only. Let op: buiten BDSM betekent “de lifestyle” in Nederland meestal de swingerswereld. |
| Lifestyler | Iemand die zijn BDSM voltijds leeft in plaats van er af en toe iets mee te doen. Geen scene-woord: het wordt net zo gebruikt voor wie een andere subcultuur voltijds beleeft. Tegenpolen: dabbler en weekend warrior. Zie ook lifestyle en 24/7. |
| Lijfstraf | Slaan met een uitgesproken strafdoel, dus niet als prettige sensatie. Vaak geteld, aangekondigd en met een reden erbij. Zie ook corporal punishment en straf. |
| Lijn | Nederlands woord voor het koord of de ketting waarmee iemand geleid wordt. Betekent letterlijk “van vlas gemaakt touw”, vandaar het onderscheid met de riem: rond en gedraaid tegenover plat en gesneden. Zie ook leash en halsband. |
| Limiet | Een vooraf afgesproken uiterste voor één benoemde handeling, met erbij wat ermee mag gebeuren: hard betekent onder geen voorwaarde, zacht betekent wel maar onder een genoemde voorwaarde. Wordt vastgelegd op een kinklist, een domlijst of in een contract, en geldt tot de eerstvolgende herziening. Zie ook grens en hard limit. |
| Lingam | Sanskriet voor de penis, in tantra gebruikt als eerbiedige aanduiding. |
| Lingammassage | Langzame, aandachtige massage van de penis, zonder orgasme als doel. |
| Lingeriefetisj | Opwinding door ondergoed zelf: kant, satijn, korset, jarretels. Het kledingstuk is het doel en niet de verpakking. |
| Linkerkant van de slash | De D-kant in de schrijfwijze D/s of M/s, dus de sturende rol. |
| Little | De volwassene die binnen ageplay de kleine rol inneemt en zich zo laat verzorgen, met een eigen headspace erbij. De rol zegt niets over echte leeftijd, gender of geaardheid. Zie ook caregiver en DDlg. |
| Low protocol | Losse omgangsvorm binnen D/s waarin de machtsverdeling doorloopt maar aan de buitenkant niet zichtbaar wordt afgedwongen: de stand voor gezelschap, straat en werkweek. Weinig regels, en die regels vallen niet op. Tegenhanger van high protocol. Zie ook protocol. |
M
| Term | Wat het betekent |
|---|---|
| Machtsuitwisseling | Het bewust en met instemming overdragen van zeggenschap. Het Nederlandse woord voor power exchange. |
| Magic wand | Merknaam van een krachtige staafvibrator op netstroom, sinds 1968 op de markt en in BDSM veel gebruikt bij edging en forced orgasm. Geen soortnaam. |
| Maintenance spanking | Billenkoek op een vast, afgesproken moment zonder dat er iets is misgegaan, om de verhouding voelbaar te houden. Komt uit de domestic-disciplinewereld. Zie ook onderhoudsstraf, de Nederlandse naam. |
| Maledom | De D/s-dynamiek waarin de man de leidende partij is en de ander de ontvangende; de tegenhanger van femdom. Het bijzondere zit in het woord zelf: het is pas ná femdom ontstaan, in 1997 in een Usenetgroep, en wordt zelden gebruikt. Femdom is in vier talen als leenwoord overgenomen en staat in Google Books ruim zes keer zo vaak. Maledom is de kant die geen naam nodig lijkt te hebben. Zie ook dominant en switch. |
| Markeren | Met opzet een zichtbaar spoor achterlaten: blauwe plekken, striemen, zuigplekken, beetafdrukken. De afspraak gaat over óf het mag en over waar het mag komen en hoe lang het mag blijven staan. Zie ook bruising en bijten. |
| Martinet | Franse zweep met veel dunne, korte leren strengen aan een kort handvat. Fel en oppervlakkig, dus veel gevoel bij weinig schade. Zie ook flogger. |
| Masker | Bedekking van het gezicht, geheel of gedeeltelijk, gedragen voor anonimiteit of voor een rol. Laat oren, haar en achterhoofd vrij, en wordt pas ademcontrole zodra neus en mond dichtgaan. Zie ook hoofdkap en gasmasker. |
| Masochisme | Het ontlenen van lust aan pijn, ongemak of vernedering die je zelf ondergaat. De laatste letter van BDSM. |
| Masochist | Iemand die geniet van pijn die hij of zij ontvangt, of van de roes die erop volgt. Zelfgekozen woord; zegt niets over rol of gender. Zie ook masochisme. |
| Massagescenario | Opbouw waarin aanraking als massage begint en pas gaandeweg iets anders wordt. Veelgevraagd als zachte ingang. |
| Masturbatie | Jezelf seksueel bevredigen. Met 78 procent van de Nederlanders in het afgelopen halfjaar de meest alledaagse seksuele handeling die er is. Binnen BDSM juist daarom vaak uit handen gegeven: een ander bepaalt of, wanneer en hoe. Zie ook edging en kuisheid. |
| MDlb | Afkorting van Mommy Dom / little boy: de CGL-vorm waarin een vrouw de zorgende en sturende rol draagt en een man de kleine is. Géén spiegelbeeld van DDlg. Het is de minst gemelde rolverdeling, en over de mannelijke little bestaat geen onderzoek. |
| Medical play | Erotisch rollenspel met de rollen en het gereedschap van de spreekkamer: onderzoek, verpleging, eendenbek, katheter, klysma. Meestal helemaal zonder instrumenten; gaat er wél iets naar binnen, dan raakt het aan de voorbehouden handelingen van de Wet BIG. Zie ook nursing. |
| Meester | Nederlandse aanspreektitel voor de leidende partij, in de scene opgetekend sinds de vroege jaren tachtig. Het woord zelf is achthonderd jaar oud en betekent in gewoon Nederlands ook onderwijzer, gildemeester of meester in de rechten; als titel legt het alleen de aanspreekvorm vast. Zie ook Master en Meesteres. |
| Meesteres | Nederlandse titel voor de vrouw die de leiding heeft. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal kent het woord in 1905 al elf betekenissen, van “leidster” tot het toen al verouderde “bijzit”; de scenebetekenis is opgetekend sinds het begin van de jaren tachtig, aanvankelijk vooral als strenge meesteres. Zie ook Mistress en Domina. |
| Meet and greet | Vrijblijvende kennismakingsborrel voor mensen uit de lifestyle, zonder spel. Zie ook munch. |
| Melken | Prostaatstimulatie tot er zaadvocht naar buiten komt, zonder de gewone opbouw en zonder hoogtepunt. Voelt eerder mechanisch dan lekker, en dat maakt het geschikt voor kuisheids- en ontzeggingsspel. Zie ook milking en prostaatmassage. |
| Menopauze | Strikt genomen de laatste menstruatie, pas een jaar later vast te stellen. In het dagelijks spraakgebruik de hele overgang. |
| Menstruatiecyclus | De maandelijkse hormonale cyclus, die zin, gevoeligheid en stemming meebeweegt. |
| Mentale bondage | Vastzetten met een opdracht in plaats van met touw: niet bewegen, niet kijken, niet praten. |
| Mentor | Ervaren BDSM’er die iemand met minder ervaring op weg helpt met advies en uitleg, meestal zonder samen te spelen; wie begeleid wordt heet een mentee. Het woord komt uit de Odyssee en werd pas soortnaam door een Franse roman uit 1699. Zie ook kinkster en DM. |
| Metamoer | Verhollandsing van metamour, af en toe gebruikt in de Nederlandse polyscene. Zie ook metamour. |
| Metamour | De partner van jouw partner, met wie jij zelf geen liefdes- of seksuele relatie hebt; de band loopt volledig via die ene gedeelde persoon. In de scene afgekort tot meta. Het woord komt van Grieks meta ‘voorbij’ plus Frans amour, en is pas sinds 2000 aantoonbaar in gebruik. Zie ook polyamorie, compersie en veto. |
| Meubelstuk | Het Nederlandse woord voor een mens die de plaats van een meubel inneemt: voetenbank, tafel, kapstok, asbak. Het woord zelf komt van meubel, in het Middelnederlands nog een bijvoeglijk naamwoord voor ‘verplaatsbaar’. Precies wat je hier niet mag zijn. Wie knielt betaalt aan de buitenkant van de knie. Zie ook forniphilia, human furniture en objectificatie. |
| MFM | Trio met twee mannen en één vrouw, waarbij de mannen elkaar niet aanraken. |
| Microbranding | Brandmerken in kleine puntjes in plaats van in één figuur, op deze site beschreven als cell-popping. |
| Micro-vreemdgaan | Kleine handelingen die de grens aftasten: gewiste gesprekken, een profiel dat blijft staan, appjes die niemand mag zien. De lichtste vorm van een emotionele affaire. |
| Milking | Het Engelse woord voor dezelfde handeling als melken, maar het draagt meer mee: het werkwoord betekent sinds de zestiende eeuw ook “uitbuiten voor winst”, en het machinebeeld komt uit de veehouderij, waar elektro-ejaculatie letterlijk zo werkt. Scenetaal, geen medische term. |
| Mindfuck | Scène waarin iemand doelbewust in verwarring wordt gebracht over wat er gebeurt, gaat gebeuren of gebeurd is; de misleiding is hier de handeling zelf. Dát er misleid wordt is vooraf afgesproken, wanneer en hoe niet. Zonder afspraak, uitgang en einde is het geen mindfuck maar gaslighting. |
| Minnaar | Man met wie iemand een seksuele relatie heeft buiten de vaste relatie om. |
| Minnares | De vrouwelijke tegenhanger van de minnaar. |
| Missionarishouding | Standje waarbij de een op de rug ligt en de ander erbovenop, gezicht naar gezicht. Veel oogcontact, weinig bewegingsvrijheid voor wie onder ligt. |
| M-jo | Japans woord (M女, emu-jo) voor een vrouw met masochistische neigingen: de letter M voor masochist plus 女 ‘vrouw’. Anders dan slavin of dorei benoemt het een aanleg en geen verhouding. In het Japans is die M gewone woordenschat; de Digitale Daijisen voert masochist als de veertiende betekenis van de letter, naast de meter en de magnitude. Zie ook masochist. |
| Mommy | Verzorgende, sturende vrouwelijke rol in caregiverdynamieken, en de aanspreekvorm die daarbij hoort. Zie ook mommy domme en Daddy Dom. |
| Mommy domme | De vrouwelijke naam voor de zorgende dominant tegenover een little: regels stellen, bijhouden hoe het gaat en corrigeren in een moederlijk register, zonder verwantschap of leeftijdsverschil. De naam ligt nergens vast. Wiktionary voert daddy dom wel als lemma en mommy dom niet, domme is een pseudo-gallicisme naast het echte Franse dominatrice, en in het Nederlands is domme de verbogen vorm van dom. Zie ook caregiver, daddy dom en MDlb. |
| Mondknevel | Het Nederlandse woord voor het voorwerp waarmee de mond wordt gevuld of afgedekt: mond plus knevel. Net zo vaak zelfgemaakt als gekocht, en juist die zelfgemaakte prop is de riskante: los materiaal kan naar achteren zakken. Kwijlen hoort erbij, want slikken lukt niet meer terwijl de speekselaanmaak doorgaat. Zie ook gag en de blogpost over mondknevels. |
| Mondspreider | Het Nederlandse woord voor de knevel die de mond openhoudt in plaats van hem te vullen, in twee bouwvormen: de ring met vaste maat (waaronder de spidergag) en de instelbare schroefspreider uit de chirurgie. Vervormt spraak zonder hem onmogelijk te maken, en de begrenzing zit in het kaakgewricht, niet in het instrument. Zie ook kaakklem en gag. |
| Monogamie | Eén partner tegelijk, met trouw als afspraak en niet als gevoel. In Nederland alleen wettelijk vastgelegd voor het huwelijk zelf; wat er verder onder valt spreekt een stel zelf af, of juist niet. Cultureel zeldzamer dan het lijkt, en meestal serieel ingevuld. Zie ook consent en, voor het tegendeel, cuckolding. |
| Monogamish | Grotendeels monogame relatie met een paar afgesproken uitzonderingen. Woord van Dan Savage. |
| Moxa | Samengeperst bijvoet (Artemisia vulgaris) dat langzaam smeult in plaats van vlamt, tot een kegel of stokje geperst. Het Japanse mogusa betekent letterlijk brandkruid. Anders dan kaarsvet koelt de hitte niet af onderweg maar loopt hij op, en het kegeltje stopt pas als iemand het weghaalt. Zie ook fireplay. |
| M/s | Master/slave: de doorlopende verhouding met expliciet eigenaarschap, waarin dienstbaarheid en gehoorzaamheid de kern zijn en niet de pijn. Reikt verder dan D/s doordat ook huishouden, agenda en geld eronder vallen. Een slavencontract legt dat vast maar is juridisch nietig. Zie ook 24/7 en collaring. |
| Multi-orgasme | Meerdere orgasmes achter elkaar zonder helemaal terug te zakken. |
| Mummificatie | De omhullende soort bondage: het lichaam volledig inwikkelen in folie, tape of latex in plaats van het op punten vast te zetten, met het hoofd vrij. Niet de strakheid maar de temperatuur bepaalt hoe lang het duurt, want afgesloten materiaal laat zweet niet verdampen. Zie ook cocooning en bodybag. |
| Munch | Informele bijeenkomst van kinky mensen aan een gereserveerde tafel in een gewoon café of restaurant, in dagelijkse kleding en zonder spel. Fetisjkleding wordt er juist afgeraden. Je komt en gaat binnen de aangegeven uren. De naam komt uit de Amerikaanse scene van begin jaren negentig. Zie ook kinkster en fetishfeest. |
| Musketonhaak | Haak waarvan de opening wordt afgesloten door een schuivend deel, zoals aan een hondenriem. Daarin verschilt hij van de karabijnhaak, die scharniert. Er staat geen werklast op, dus hang er niets aan wat een mens hoort te dragen. |
N
| Term | Wat het betekent |
|---|---|
| Naaldenspel | Steriele naalden oppervlakkig door de huid steken en er na afloop weer uit halen, zodat er niets achterblijft. Valt in Nederland buiten het Warenwetbesluit tatoeëren en piercen, dat over doorboringen met een achterblijvend sieraad gaat; niemand controleert de hygiëne dus. Zie ook needle play en play piercing. |
| Nagloed | De ontspannen, verbonden toestand na de seks, die uren kan aanhouden. Engels: afterglow. Zie ook aftercare. |
| Naspel | De aandacht en de aanraking na de seks. Zie ook aftercare en nagloed. |
| Naturisme | Bloot recreëren zonder seksuele bedoeling, met eigen etiquette rond kijken, fotograferen en handdoekgebruik. Wordt verward met de saunaclub, waar de regels anders liggen. |
| Nawa | Japans voor touw, en het grondwoord onder bijna elke term uit de touwscene: nawashi (touwmeester), nawajiri (het werkende uiteinde), nawa-ato (de afdrukken op de huid) en asanawa (het natuurvezeltouw). Zie ook ichinawa en sabaki. |
| Nawa-ato | De afdrukken die touw op de huid achterlaat na een sessie: strepen in het patroon van de wikkels, doorgaans enkele uren tot een dag zichtbaar. Voor veel rope bottoms een gewaardeerd souvenir. Komt er gevoelloosheid of krachtsverlies bij, dan is het geen afdruk maar een zenuw. |
| Nawa yoi | “Touwdronken”: de zweverige, warme roes waarin een rope bottom tijdens of na een touwsessie belandt. De touwvariant van subspace, niet te verwarren met de drop die er soms na komt. Zie ook shibari en nawa. |
| Nawashi | Japanse titel voor een touwmeester: iemand die het binden met touw als vak beoefent binnen shibari. Het achtervoegsel 師 duidt de vakman aan, zoals in 医師 (arts) en 猟師 (jager), dus “touwmaker” is een verkeerde vertaling. Zie ook bakushi, rigger en rope top. |
| Nazorg | Het Nederlandse woord voor aftercare, overgenomen uit de gezondheidszorg, waar nazorg de fase ná de behandeling aanduidt. Omvat het losmaken, warmte en drinken, het nakijken van huid en gevoel, en de afspraak over wie er in de dagen erna contact opneemt. |
| Nazorgplan | De afspraak wie wat doet na de sessie, de dagen erna inbegrepen. Zie ook aftercare en drop. |
| Negeren | Het Nederlandse woord voor ignore play: doen alsof iemand die aanwezig is er niet is, voor een afgesproken tijd. Het werkwoord betekende tot in de negentiende eeuw alleen “ontkennen”, en dat dekt de scene beter dan “geen aandacht geven”. Wordt in de Nederlandse scene ook ignoratie genoemd; die woordgeschiedenis staat op dezelfde pagina. |
| Neon wand | Compacte, solid-state uitvoering van de violet wand: een handgreep met een glazen elektrode die vonkjes op de huid geeft. Zwakker dan de klassieke uitvoering met Tesla-spoel, verder hetzelfde principe. Niet gebruiken bij een pacemaker. |
| Neotantra | De westerse, sterk op seks gerichte herinterpretatie van tantra, vermengd met psychologie en lichaamswerk. |
| Nesting partner | De partner met wie je samenwoont, los van de vraag of die ook primair is. Nederlands: woonpartner. |
| Neuken | Grof en veelgebruikt woord voor geslachtsgemeenschap. Zie ook vrijen, dat hetzelfde kan aanduiden maar zachter klinkt. |
| Neushaak | Haakje of touwlus in de neusgaten die omhoog wordt getrokken, waardoor de neuspunt optrekt en het gezicht vervormt. Houdt niets vast en doet nauwelijks pijn: het gaat om het beeld. Heet in de Japanse touwscene hanazeme. Het risico is bloed, niet pijn. |
| Newbie | Iemand die net in de scene komt. Zie ook frenzy. |
| New guard | De lossere, opener leatherstroming na de old guard, gebouwd op onderhandeling en SSC in plaats van afkomst en protocol. Opener voor vrouwen, hetero’s en queer mensen. Het verschil met old guard is er een van gradatie, niet van soort. |
| Niet-hiërarchische polyamorie | Vorm zonder vaste rangorde, waarin elke relatie krijgt wat ze zelf nodig heeft in plaats van wat haar label toestaat. |
| No-go | Het alledaagse woord voor wat de scene een harde grens noemt: iets waar iemand botweg nee tegen zegt. Geen scenejargon maar erkend Nederlands, en daarom meestal het eerste van de twee woorden dat in een gesprek valt. Een halve no-go bestaat niet. |
| Non-monogamist | Iemand voor wie seks en romantiek niet bij één vaste partner horen, met medeweten en instemming van alle betrokkenen. De vorm ligt niet vast: meerdere relaties, losse contacten ernaast of iets daartussenin. Ook een van de vijfentwintig archetypen van de BDSM-test. Zie ook monogamie. |
| No-show | Afspraak waarbij iemand zonder bericht niet komt opdagen. |
| NRE | New relationship energy: de opgewonden uitgelatenheid van een pas begonnen intieme relatie. Een woord uit de kringen rond polyamorie, omdat daar ook een bestaande partner het van dichtbij meemaakt. Meetbaar aan cortisol en aan de serotoninetransporter, en na twaalf tot vierentwintig maanden zijn de verschillen weg. Zie ook compersie. |
| Nudes | Naaktfoto’s die iemand van zichzelf maakt en deelt. Wie ze krijgt, krijgt geen eigendom: doorsturen of publiceren mag niet zonder toestemming. |
| Nursing | Twee dingen onder één woord. Meestal: verpleegkundig rollenspel, de zorgkant van medical play, wassen, verschonen, voeden, controleren, waar het onderzoeken de andere kant is. Daarnaast ook adult nursing, het drinken aan de borst van een volwassene, met of zonder melk. |
| Nuru-massage | Massage waarbij beide lichamen met een dikke, geurloze gel worden ingesmeerd en de gever met het hele lichaam masseert. Van oorsprong Japans. |
| Nylonfetisj | Opwinding door panty’s en kousen, door het geluid en het gevoel van nylon. Vaak gecombineerd met voet- of beenaanbidding. |
O
| Term | Wat het betekent |
|---|---|
| Objectificatie | Iemand behandelen als voorwerp in plaats van als persoon, met instemming en voor een afgesproken tijd. De paraplu boven forniphilia, meubelstuk, dollification en ignore play. Ruim de helft van de vrouwen in Rehors kinkonderzoek deed er ooit aan mee. Buiten een afspraak is het juist het verschijnsel waar de psychologie voor waarschuwt. |
| Oestrogeen | Hormoon dat onder meer slijmvlies, vochtigheid en elasticiteit op peil houdt. |
| Old guard | De oudere, sterk gestructureerde leathertraditie met vaste protocollen, rangen en rituelen, waarin je je leer verdiende volgens high protocol naar militair model. Ontstaan na 1945, deels bij teruggekeerde militairen. Tegenover new guard, die losser met regels omgaat. Het beeld is sterk geromantiseerd en geldt deels als ontstaansmythe. |
| Onderdanige | Degene die binnen een BDSM-verhouding zeggenschap afstaat, voor een avond of doorlopend. Wat wordt overgedragen zijn beslissingen; de grenzen en het stopwoord blijven bij de onderdanige zelf. Het overkoepelende begrip boven sub, submissive, slaaf en service sub. |
| Onderhandelen | Het gesprek vóór de sessie waarin wensen, grenzen, gezondheid, stopwoord en nazorg worden vastgelegd. Wederkerig: ook wie de leiding neemt legt eigen grenzen op tafel, en er wordt niets afgedongen. Het woord betekent letterlijk “over en weer praten”. |
| Onderhoudsseks | Seks die vooral bedoeld is om de relatie soepel te houden. Kan prettig zijn, tot het de enige soort wordt. |
| One bar prison | Stang met vier manchetten die beide polsen en beide enkels op één punt samenbrengt, zodat iemand voorovergebogen vaststaat en niet kan lopen, rechtop komen of gaan zitten. Dezelfde bocht als een strappado, maar van bovenaf afgedwongen. De duur is het risico, niet de sluiting. |
| Onenightstand | Seks met iemand zonder de bedoeling het te herhalen. Vraagt om dezelfde afspraken over voorbehoedsmiddelen en grenzen als elke andere ontmoeting. |
| One penis policy | Afspraak waarin een man meerdere vrouwelijke partners mag hebben terwijl zijn partner alleen met vrouwen mag. Breed bekritiseerd als eenzijdig. Afgekort OPP. |
| Ontmoetingsfantasie | Fantasie waarin de aantrekkingskracht van het onbekende voorop staat en niet de handeling. |
| Ontrouw | Seksueel of emotioneel contact buiten de relatie zonder medeweten van de partner. Zie ook ENM en DADT. Het verschil zit in de instemming, niet in de handeling. |
| Ontvoeringsscène | Vooraf geregeld rollenspel waarin iemand wordt “meegenomen”, een uitwerking van CNC. Vraagt uitgebreide afspraken, een derde die op de hoogte is en een stopteken zonder woorden. Het enige scenario met een eigen strafbepaling erachter: artikel 282 Sr over wederrechtelijke vrijheidsberoving. |
| Ontwikkelingstrauma | Trauma dat in de jeugd ontstaat en de vorming van hechting en zelfbeeld raakt. |
| Openbaar spel | Spelen waar anderen bij zijn en toekijken: op een feest, in een club, of buiten. In het openbaar is dat in Nederland strafbaar (artikel 254b Sr); op een besloten plek alleen als er iemand tegen zijn wil bij is, en daar zijn de huisregels voor. Een tuin of balkon die vanaf de straat te zien is, telt als openbaar. |
| Open huwelijk | Huwelijk waarin allebei de partners afspreken dat seks of romantiek met anderen mag. Dezelfde afspraken als bij een open relatie, met een juridische en vaak familiale lading erbovenop. |
| Open relatie | Relatie waarin beide partners buiten de relatie seksueel contact mogen hebben, met medeweten van de ander. Zie ook swingen en polyamorie. |
| Opwarmen | De rustige eerste fase van impact play: tien tot vijftien minuten licht en ritmisch slaan op één plek, zodat de huid doorbloed raakt en de pijndrempel meestijgt. Niet de endorfine: die is tijdens BDSM wel gemeten en kwam niet in de uitkomsten terug. Wie het overslaat moet harder slaan voor hetzelfde gevoel. |
| Opwinding | De staat waarin het lichaam zich op seks voorbereidt: meer doorbloeding, vochtiger worden, hartslag omhoog. Valt niet altijd samen met verlangen, zie opwindingsdiscrepantie. |
| Opwindingsdiscrepantie | Het verschil tussen wat het lichaam doet en wat iemand voelt. Nat of stijf worden betekent niet vanzelf dat er zin is. Engels: arousal nonconcordance. |
| Orale seks | Seks waarbij mond, lippen en tong het geslachtsdeel van de ander raken, in het Nederlands opgesplitst in pijpen en beffen en zonder woord voor het geheel. Beide woorden zijn jong: beffen is opgetekend in 1972 en teruggedateerd naar 1966, pijpen in deze betekenis pas in 1976. Volgens de Monitor Seksuele Gezondheid 2023 van Rutgers heeft 81 procent van de Nederlanders het ooit gedaan en hoorde het bij 58 procent bij de laatste keer seks. Geen veilige seks: 70 tot 90 procent van de keelinfecties blijft zonder klachten. Zie ook 69, deep throat en rimjob. |
| ORE | Old Relationship Energy: de rust en de vanzelfsprekendheid van een lange relatie. Tegenhanger van NRE. |
| Orgasm denial | Het Engelse woord voor het wéigeren van een orgasme: er wordt geprikkeld, maar het hoogtepunt komt er niet. Daarin verschilt het van edging, waar het uiteindelijk wel komt. Loopt de afspraak dagen door, dan sluit er meestal een kuisheidskooi omheen. Zie ook orgasmeontzegging, het Nederlandse woord. |
| Orgasme | De piek van de seksuele reactie, met ritmische samentrekkingen en daarna ontspanning. Niet het doel van seks maar een mogelijke afloop; zie ook orgasmekloof en orgasmecontrole. |
| Orgasmecontrole | De afspraak dat iemand anders bepaalt of, wanneer en hoe je klaarkomt. Verzamelnaam voor vier bewegingen: uitstellen (edging), weigeren (orgasmeontzegging), verlengen, en afdwingen (forced orgasm). Duurt het dagen of weken, dan heet het kuisheid en is er een sleutelhouder bij. |
| Orgasmekloof | Het gemeten verschil in hoe vaak mannen en vrouwen klaarkomen bij heteroseks. Engels: orgasm gap. |
| Orgasmeschema | Vooraf vastgelegd schema van wanneer er wel en niet klaargekomen mag worden. Zie ook orgasmecontrole. |
| Orgastische meditatie | Partneroefening waarin de clitoris vijftien minuten lang wordt gestreeld, met aandacht en zonder orgasme als doel. |
| Orgie | Seks met vier of meer mensen tegelijk, zonder vaste rolverdeling. |
| OSO | Other significant other: de partner van je partner met wie je zelf ook een band hebt. Wordt door elkaar gebruikt met metamour, al legt OSO de nadruk op die eigen band. |
| Outcall | Afspraak op de locatie van de klant, thuis of in een hotel. |
| Outing | Iemands kink, seksuele voorkeur of scene-identiteit bekendmaken zonder toestemming. Altijd door een ander gedaan: wie het zelf vertelt doet een coming-out. Binnen de scene geldt het als een zware schending, en daarbuiten kan het smaad opleveren (artikel 261 Sr), ook als het verhaal waar is. |
| Overgang | De jaren rond het stoppen van de menstruatie, met gevolgen voor slaap, stemming, lichaam en zin. Gemiddeld bereiken Nederlandse vrouwen de menopauze rond hun 50e of 51e; de perimenopauze duurt gemiddeld vier tot zes jaar. |
| Overknee | De houding waarin billenkoek wordt gegeven: de gever zit, de ontvanger ligt met de buik over zijn bovenbeen en de billen omhoog. Geen handeling maar een positie, en de enige waarin de gever de reactie voelt in plaats van ziet. Afgekort OTK, wat in de mode juist “boven de knie” betekent. |
| Overnight | Afspraak waarbij de nacht erbij hoort, inclusief slapen en ontbijt. |
| Ovulatie | De eisprong, halverwege de cyclus. Bij veel mensen het moment van de meeste zin. |
| Owner | Degene die eigenaarschap draagt over een ander en er doorlopend verantwoordelijkheid voor neemt; de tegenrol is doorgaans een pet. In de BDSM-test een eigen archetype naast Master/Mistress, dat juist bij een slaaf hoort. Zie ook M/s en handler. |
| Oxytocine | Stof die vrijkomt bij aanraking en orgasme en die hechting en rust bevordert. Zie ook endorfine en adrenaline. |
P
| Term | Wat het betekent |
|---|---|
| Paddle | Slaginstrument met een plat blad aan een handvat, meestal van hout, soms van leer, siliconen of perspex. Verdeelt de kracht over een groot vlak: een scherpe steek die overgaat in doffe pijn dieper in het weefsel. Van oorsprong een Amerikaans strafvoorwerp. Zie ook plak en de blogpost over paddle play. |
| Pain slut | Masochist die veel en zware pijn opzoekt en dat als eigen naam gebruikt. |
| Paniekhaak | Sluiting die ook onder spanning met één hand opengaat, doordat het slot los staat van het lastdragende deel. Komt uit de paardensport. Bedoeld voor lichte belasting en snel ontkoppelen; wie een heel lichaam ophangt, gebruikt een gekeurde karabijnhaak. Zie ook musketonhaak. |
| Parachute | Kegelvormig leren kraagje om de balzak met drie of vier korte kettinkjes eronder, waaraan gewichten worden gehangen. Gereedschap binnen CBT dat als enige van de familie met hangende trek werkt in plaats van met druk, afstand of houding. Pijn zegt hier niets, want gevoelloosheid kan van de doorbloeding komen; kleur, gevoel en zwelling zijn de meters. Het woord betekent letterlijk “dat wat tegen een val beschermt”. |
| Parafilie | Klinische term voor een intense, aanhoudende seksuele voorkeur voor iets ongebruikelijks. Op zichzelf geen aandoening: pas bij lijdensdruk of schade spreekt de psychiatrie van een parafiele stoornis, en de ICD-11 schrapte sadomasochisme juist als diagnose. In de scene zelden gebruikt; kink of fetisj zijn gangbaarder. |
| Parallelle polyamorie | Stijl waarin elke relatie los van de andere loopt en metamours elkaar nauwelijks kennen. De tegenhanger van kitchen table polyamory. |
| Paramour | Ouderwets woord voor een geliefde buiten het huwelijk, in polykringen gebruikt voor een partner zonder verdere status. Nederlands: minnaar of minnares. |
| Parenclub | Nederlandse naam voor een uitgaansgelegenheid waar stellen en singles elkaar ontmoeten en ter plekke seks kunnen hebben; seks hoort erbij maar is niet verplicht. In de praktijk vaak hetzelfde als een swingersclub, en een vorm van seksclub. Zie ook swingen. |
| Partial suspension | Ophanging waarbij het touw een deel van het gewicht draagt en de rest steun houdt van de vloer, klassiek balancerend op één voet met het andere been omhoog. Minder kracht per wikkel dan bij volledige ophanging, en het staande been houdt de bloedsomloop draaiend. Zenuwbeknelling blijft mogelijk. |
| Partnerruil | Het Nederlandse woord voor swingen: als twee stellen met instemming van alle vier van partner wisselen. Loopt van soft swap tot full swap. |
| Paypig | De persoon die binnen findom geld of cadeaus afstaat: findom is de dynamiek, paypig de rol daarin. Het label wordt vrijwel altijd door de betrokkene zelf gekozen, en de vernedering zit al in het woord. Ook finsub, cash piggy, human ATM of geldslaaf genoemd. Zie ook tribute. |
| PDE5-remmer | De groep medicijnen die de bloedtoevoer naar de penis verbetert. In de volksmond de erectiepil. |
| Peer rope | Touwbijeenkomst zonder leraar, lesplan of demonstratie, waar mensen als gelijken naast elkaar oefenen en elkaar bevragen. Peer betekent gelijke. Scheelt lesgeld en gezag, maar niemand corrigeert je verplicht. Zie ook rope jam en de munch. |
| Pegging | Een vrouw penetreert een man anaal met een voorbinddildo. Het gevoel zit vooral op de voorwand van de endeldarm, vlak over de prostaat, dus diepte doet minder dan tempo. Vraagt veel glijmiddel en rustige opbouw. Het woord bestaat pas sinds 2001. Zie ook voorbinddildo en strap-on. |
| Penetratie | Het binnengaan van vagina, anus of mond met penis, vinger of voorwerp. De wet en de gezondheidszorg leggen hier precies de grens die het dagelijks taalgebruik niet legt. |
| Penis | Het mannelijke geslachtsdeel, dat bij opwinding volloopt met bloed. Zie erectie, ejaculatie en refractaire periode voor wat er tijdens en na afloop gebeurt. |
| Penispomp | Cilinder met pomp die door onderdruk bloed naar de penis trekt. Gebruikt bij erectieproblemen en als spelvorm; te hard of te lang zuigen geeft blauwe plekken. |
| Pepermuntolie | Vluchtige olie die op de huid een branderig-koud gevoel geeft doordat de menthol de koudereceptor prikkelt; er koelt niets af. Een luchtstroom of ademtocht versterkt het. Altijd verdund, nooit op slijmvlies of bij de ogen. Afspoelen met water haalt olie niet weg; een neutrale olie of een droge doek wel. |
| Perimenopauze | De jaren voor de laatste menstruatie, waarin de klachten meestal het heftigst zijn. Onderdeel van de overgang. |
| Perineum | De strook huid tussen geslachtsdelen en anus, in de volksmond de bilnaad. Gevoelig gebied, dat bij mannen boven de prostaat ligt. |
| Petplay | Rollenspel waarin de een een huisdier speelt en de ander dat dier houdt: voeren, aaien, belonen, corrigeren. De tak van animal play waarin het dier gehouden wordt, wat ponyplay er juist buiten laat vallen. Zie ook puppy play, kitten play, handler en owner. |
| Pick-up play | Spelen met iemand die je pas die avond hebt ontmoet, na een korte onderhandeling ter plekke. Wat ontbreekt is geen toezicht (dat levert het feest juist wél) maar ervaring met elkaars signalen. Spreek daarom eerst het einde af, en kies een stopteken dat ook zonder stem werkt. |
| Pijngrens | Twee punten in één woord: waar een prikkel pijn wordt (de pijndrempel) en waar je hem niet langer wilt verdragen (de pijntolerantie). Allebei meetbaar met een drukmeter, allebei anders per dag, en allebei stijgend tijdens een sessie. Zegt niets over wat het weefsel eronder verdraagt. |
| Pijnspel | Erotisch spel waarin pijn met instemming wordt toegediend en opgezocht, als prikkel en niet als straf: de Nederlandse praktijknaam voor de pijnhelft van sadomasochisme. Dunkley en collega’s beschrijven in The Journal of Sex Research hoe emotionele, lichamelijke en psychologische factoren samen maken dat pijn hier als plezier binnenkomt, met eigen wil en controle als een van de zwaarste factoren. Het woord pijn zelf komt van Latijn poena, ‘straf’, en betekende pas lichamelijke pijn omdat straffen vaak lijfstraffen waren. Zie ook pijngrens, impact play en sensation play. |
| Pijpen | Orale seks bij een penis. Latijn: fellatio; zie ook deep throat. |
| Pinwheel | Roestvrijstalen wieltje met radiale punten op een steel van zo’n achttien centimeter, dat rollend over de huid gaat: van kriebelend tot scherp, zonder de huid te openen. Duw je het stil op één plek, dan gaat de opperhuid wél kapot. Komt uit het neurologisch onderzoek en wordt daar juist om hygiënische redenen nauwelijks meer gebruikt. Zie ook wartenbergwiel, de Nederlandse naam met de neuroloog erachter. |
| Plak | Nederlandse naam voor de paddle: een hard, vlak blad aan een korte steel. Van huis uit het strafwerktuig van de schoolmeester, dat neerkwam op de binnenkant van de hand; daar komt de uitdrukking onder de plak zitten vandaan. Zie ook de blogpost over peddelen. |
| Plasseks | Het Nederlandse verzamelwoord voor seksueel spel met urine: geven, ontvangen, kijken én het ophouden tot vlak voor het misgaat. Ruimer dus dan een golden shower, dat één handeling benoemt. Volgens het RIVM gaat hiv niet via urine, cytomegalovirus wel. Zie ook watersports. |
| Platonische aanraking | Aanraking zonder seksuele bedoeling: een hand, een omhelzing, tegen elkaar aan zitten. |
| Play piercing | Engelse naam voor naaldenspel, met de nadruk op de doorboring: de naald gaat erin en er weer uit, en anders dan bij piercen blijft er geen sieraad achter. Het meest voorkomende dat misgaat is niet de pijn maar de flauwte, en die is te zien aankomen. Zie ook needle play. |
| Plezierkloof | Ruimer dan de orgasmekloof: het verschil in hoeveel plezier iemand denkt te mogen verwachten. Engels: pleasure gap. |
| Plichtseks | Seks uit verplichting in plaats van uit zin. De belangrijkste sluipweg naar seksloosheid. |
| Polsboeien | Brede manchetten om de polsen van leer of nylon, met een D-ring waaraan een karabijnhaak, ketting of band gaat. Ze beperken zelf weinig; het bevestigingspunt is hun functie. Onder de band ligt de carpale tunnel, waar de druk acht tot tien keer stijgt zodra de pols knikt. Zie ook handboeien, de stalen ratelvariant. |
| Polyamorie | Duurzame liefdesrelaties met meerdere personen tegelijk, met instemming en medeweten van alle betrokkenen; zonder dat medeweten heet hetzelfde gedrag vreemdgaan. Verschilt van swingen doordat het om relaties gaat en niet om seks. In Nederland niet strafbaar, maar wel onregistreerbaar: huwelijk én geregistreerd partnerschap gaan met één andere persoon. Zie ook compersie en non-monogamist. |
| Polyandrie | Vorm van polygamie waarin één vrouw meerdere echtgenoten heeft. |
| Polybom | Polyamorie onaangekondigd op tafel leggen bij een partner die er niets van wist. |
| Polycule | Het hele netwerk van partners en metamours dat via elkaar verbonden is. Samentrekking van poly en molecule. |
| Polyfideliteit | Gesloten groep van drie of meer die onderling exclusief is. Naar binnen open, naar buiten dicht. |
| Polygamie | Getrouwd zijn met meer dan één echtgenoot tegelijk. Juridisch iets anders dan polyamorie, dat over liefde gaat en niet over het huwelijk. |
| Polygynie | Vorm van polygamie waarin één man meerdere echtgenotes heeft. |
| Poly/mono | Relatie tussen iemand die polyamoureus is en iemand die monogaam is. Zie ook monogamish. |
| Polyvagaaltheorie | Theorie van Stephen Porges over hoe het zenuwstelsel schakelt tussen veiligheid, alarm en uitschakelen. In de traumapraktijk breed gebruikt, binnen de neurowetenschap omstreden. Zie ook vaguszenuw. |
| Polyverzadigd | Wel polyamoureus, maar op dit moment vol. Geen tijd of ruimte voor iemand erbij. Engels: polysaturated. |
| Ponyplay | Animal play in de rol van paard of pony, met bit, tuig, staart en soms teugels of een kar. Draait om houding, tred en africhten in plaats van om gehouden worden, en valt daarmee buiten petplay, al rekent Brits onderzoek uit 2026 het er juist wél onder. De leidende rol heet hier trainer of menner, en op Nederlandse kinklijsten staat het spel onder horseplay. Zie ook handler. |
| Poreus materiaal | Materiaal dat vocht opneemt en niet helemaal schoon te krijgen is. De reden om voor siliconen, glas of staal te kiezen. |
| Positietraining | Het aanleren van vaste houdingen zoals knielen, presenteren en wachten, die op één woord worden aangenomen. Getraind wordt de omschakeling, niet de houding; drie tot vijf houdingen is het gebruikelijke maximum. Lang stilknielen belast de knieën, en het opstaan erna is het moment waarop mensen duizelig worden. Hoort vooral bij high protocol. |
| Postmenopauze | De periode na de laatste menstruatie. Zie overgang. |
| Postnatale seks | Seks in de periode na de bevalling, met een eigen tempo en eigen aandachtspunten. |
| Power exchange | Engelse term voor machtsuitwisseling, en de kern onder D/s, M/s en TPE. |
| Praise kink | Opwinding en overgave door lof: ‘goed zo’, ‘braaf’. De tegenpool van degradatie, en op checklists vaak apart vermeld. Werkt alleen zolang de lof gemeend overkomt; overdreven lof schrikt juist af bij een laag zelfbeeld. Vraagt om een afspraak vooraf over welke woorden mogen vallen. |
| Predicament bondage | Bondage waarin elke mogelijke houding iets kost: de uitgangshouding put een spier uit, en die spier ontlasten trekt aan iets anders. De grens wordt bepaald door spiervermoeidheid en niet door wilskracht, dus de tijd wordt vooraf afgesproken. Zie ook judaszetel en hogtie. |
| Prestatiedruk | De eis aan jezelf om te presteren in bed, waardoor precies het omgekeerde gebeurt. Zie ook spectatoring en seksuele rem. |
| PRICK | Personal Responsibility, Informed Consensual Kink: kader dat de eigen verantwoordelijkheid van beide partijen benadrukt. Naast SSC en RACK, en zonder aanwijsbare bedenker of juridische status. |
| Primaire partner | De partner die voorrang heeft in tijd, huis, geld en beslissingen binnen een hiërarchische afspraak. |
| Primal hunter | De jagende, roofdierachtige helft binnen primal play: grommen, achtervolgen, vastpinnen. Stuurt met zijn lijf in plaats van met opdrachten, dus geen dominant. Archetype uit de BDSM-test. Zie ook primal prey. |
| Primal play | Ruw, instinctief spel zonder gereedschap: worstelen, bijten, grommen, jagen. Er wordt tijdens de scène nauwelijks gepraat, dus een gesproken stopwoord werkt hier niet. Niet te verwarren met animal play, waarin juist wél een dierenrol wordt gespeeld. Zie ook primal hunter en primal prey. |
| Primal predator | Andere naam voor de primal hunter, de jagende helft in primal play. |
| Primal prey | De vluchtende, opgejaagde helft binnen primal play: wegkruipen, worstelen, gepakt worden. Het verzet is de inhoud van de rol, dus actiever dan onderdanig zijn. Archetype uit de BDSM-test. Zie ook primal hunter. |
| Pro Dom | Dominant zijn als beroep: iemand die tegen betaling een sessie opzet en leidt, in het Nederlands meestal een man. Wat er wel en niet gebeurt is een beroepsgrens en verschilt sterk per persoon. Zie ook prodomme en dominatrix. |
| Prodomme | Het woord dat de vrouwelijke beroepsdominant zelf gebruikt, samengetrokken uit professional domme. In haar profiel zet zij haar aanbod er nadrukkelijk mee af tegen ander sekswerk. Zie ook dominatrix en Pro Dom. |
| Prostaatmassage | Druk op de prostaat via de voorwand van de endeldarm, met een vinger of speeltje. Komt uit de urologie, waar de handeling kliervocht opleverde voor onderzoek, en wordt daarnaast om het gevoel zelf gedaan; een hoogtepunt kan zonder erectie. Nooit bij een acute prostaatontsteking. Zie ook melken en milking. |
| Protector | Ervaren scenegenoot die als buffer optreedt voor iemand die nieuw is, zolang die zijn eigen zekerheid opbouwt. Geen D/s-verhouding en geen spel: de protector heeft geen zeggenschap over wie hij dekt. Zie ook mentor en DM. |
| Protocol | De vooraf afgesproken omgangsvorm binnen een D/s-band: aanspreektitel, volgorde van spreken, houding, en wat er bij een fout gebeurt. Regelt de vorm en niet de inhoud, en gaat op een afgesproken moment aan en weer uit. High protocol en low protocol zijn twee standen van hetzelfde lijstje, geen twee soorten. |
| PSE | Porn Star Experience: afspraak die juist op prestatie en fantasie is gericht in plaats van op verbinding. |
| Pup hood | Kap in de vorm van een hondenkop, het herkenbaarste voorwerp uit puppy play. Beperkt zicht en gehoor, en helpt de drager de rol in te gaan. |
| Puppy play | Petplay in de rol van hond of pup: spelen, apporteren, kluifje, masker en staart, met een handler die leidt. De meest onderzochte vorm van dierenrollenspel, ontstaan in de leatherclubs, en de enige met een eigen uitgaansleven: moshes, packs, pupnamen en rassen. Bijna de helft van de beoefenaars noemt het even sociaal als seksueel. |
Q
| Term | Wat het betekent |
|---|---|
| Quad | Polyamoureus verband van vier mensen, vaak twee stellen die met elkaar verweven zijn geraakt. |
| Queening | De vorm van facesitting waarbij mond en neus bedekt raken; het woord verwijst naar een troon. De woordenboekomschrijvingen zetten de beperkte ademhaling voorop en niet de orale bevrediging. Een gesproken stopwoord werkt hier niet, dus spreek een teken zonder stem af. Zie ook ademcontrole en smothering. |
| Quirt | Korte zweep uit het Amerikaanse Westen: gevlochten leren steel met twee brede leren slagen aan het uiteinde. Gemaakt om vee vanaf het zadel op te jagen, niet om een paard mee te sturen. Zie ook karwats, die één gevlochten slag heeft in plaats van twee. |
R
| Term | Wat het betekent |
|---|---|
| RACK | Risk-Aware Consensual Kink: kader dat erkent dat niets volledig veilig is, en dat kennis van de risico’s de basis van toestemming vormt. In 1999 voorgesteld door Gary Switch als antwoord op SSC; niet alleen veilig werd vervangen door risicobewust, ook verstandig verdween. Zie ook PRICK en de 3V’s. |
| RADAR | Vast, terugkerend relatiegesprek over de afspraken en over hoe het gaat. Komt uit de polyamoriepraktijk. Zie ook check-in. |
| Rape play | Rollenspel rond gedwongen seks, volledig vooraf afgesproken en de bekendste uitwerking van CNC. Verzet hoort bij de rol; wat de scène stopt is een teken dat geen woord is. Zie ook verkrachtingsfantasie, dat over de fantasie zelf gaat en niet over de nagespeelde scène. |
| Rechterkant van de slash | De s-kant in D/s of M/s, dus de ontvangende rol. |
| Refractaire periode | De hersteltijd na een orgasme waarin een volgende voorlopig niet lukt. Verschilt sterk per persoon en per leeftijd. |
| Regels | Afspraken over gedrag die buiten de sessie doorlopen: houding, kleding, aanspreken, toestemming vragen. Anders dan een protocol, dat op een afgesproken moment begint en eindigt. Zie ook huisregels, die voor een hele zaal gelden in plaats van tussen twee mensen. |
| Reistoeslag | Extra bedrag voor reistijd en reiskosten bij een afspraak buiten de eigen regio. |
| Relatieanarchie | Stroming die weigert relaties te rangschikken. Vriendschap, seks en romantiek krijgen elk hun eigen vorm zonder vaste hierarchie. Komt uit een Zweeds manifest van Andie Nordgren uit 2006. Een van de vormen onder ethische non-monogamie. |
| Relatieanarchie-smorgasbord | Werkblad waarop twee mensen per onderdeel invullen wat ze met elkaar willen: seks, wonen, geld, tijd, aanraking. Bedoeld om de relatie zelf te ontwerpen in plaats van een kant-en-klare vorm te kiezen. |
| Relatiediversiteit | Nederlandse koepelterm voor de veelheid aan relatievormen, zonder ze langs de sociale norm te leggen. |
| Relatie-escalator | De vaste roltrap van daten naar verkering, samenwonen, trouwen en kinderen, waarbij elke trede vanzelf op de vorige volgt. Wie eraf stapt, kiest bewust een andere vorm. Engels: relationship escalator. |
| Relatiegesprek | Het geplande, terugkerende gesprek over afspraken, grenzen en hoe het gaat. In de scene ook RADAR of check-in genoemd. |
| Relatienetwerk | Nederlandse term voor een polycule: iedereen die via partners en metamours aan elkaar vastzit. |
| Relatietherapie | Begeleiding van een stel bij communicatie, conflict en intimiteit. Zie ook sekstherapie. |
| Relatievorm | De afgesproken structuur van een relatie: monogaam, open, polyamoureus, swingend, of iets ertussenin. |
| Relsub | Nederlands scenewoord voor een brat: een onderdanige die plaagt en uitdaagt om een reactie uit te lokken. Zie ook brat tamer en bratting. |
| Responsief verlangen | Zin die pas ontstaat na aanraking, veiligheid en de juiste omstandigheden. Niet minder verlangen, wel een andere volgorde. |
| Rietje | Het Nederlandse woord voor de cane: de lange dunne stok van rotan of bamboe waarmee op de billen wordt geslagen. Het Algemeen Nederlands Woordenboek voert die betekenis apart op van het buisje waar je mee drinkt, en geeft Spaans rietje als tweede naam. Zie ook caning. |
| Rigger | Het westerse scenewoord voor degene die vastbindt, met de nadruk op de techniek: knopen, belasting, ophanging, en snel kunnen losmaken. Het woord komt uit de scheepvaart, waar een rigger vanaf de jaren 1610 schepen optuigde. Draagt de verantwoordelijkheid voor zenuwbanen en doorbloeding. Geen beschermde titel: er is geen examen en geen register. Zie ook rope top, nawashi en shibarite. |
| Rijzweep | Het Nederlandse woord voor de crop: de korte zweep met een leren klepje uit de paardensport. De KNHS heeft er als enig BDSM-gereedschap letterlijke regels voor: in de springsport maximaal 75 cm, nooit bovenhands, geen verzwaard uiteinde, hoogstens drie slagen op rij, en zichtbare sporen op de huid gelden al als overmatig gebruik. |
| Rimjob | Orale stimulatie van de anus, met tong of lippen; medisch anilingus. In een Australisch onderzoek onder hetero’s had ruim een kwart van de vrouwen het in drie maanden ondergaan. Douchen maakt het prettiger maar haalt geen ziekteverwekker uit een darm: een beflapje en vaccinatie tegen hepatitis A doen dat wel. Zie ook rimmen. |
| Rimmen | Het Nederlandse woord voor anilingus, geleend uit het Engelse rimming. Het staat in geen enkel Nederlands woordenboek, maar wel letterlijk in de LCI-richtlijn Shigellose van het RIVM, die oraal-anaal contact als risicofactor noemt. Zie ook rimjob. |
| Risky play | Losse Engelse aanduiding voor spel waarvan het risico blijft bestaan, oftewel edgeplay; een eigen afgebakende BDSM-betekenis heeft de frase niet. In een heel ander veld is ze wél vastgelegd: Sandseter en Kennair omschrijven risky play in Evolutionary Psychology als spannende speelvormen van kinderen met kans op letsel, in zes categorieën waaronder gevaarlijk gereedschap en gevaarlijke elementen. Zie ook RACK. |
| Rits | Rij knijpers met een touwtje erdoor, die in één ruk van de huid wordt getrokken. De klap zit niet in de druk maar in het bloed dat overal tegelijk terugstroomt. Trek loodrecht: schuine trekkracht is precies wat de huid doet scheuren. Zie ook zipper. |
| Rode vlag | Waarschuwingssignaal bij een mogelijke speelpartner: haast, grenzen oprekken, geen referenties, geen naam. |
| Rollenspel | Seks of BDSM waarin je een afgesproken rol speelt in plaats van jezelf: ageplay, petplay, medical play, nursing, verhoor, ontvoering. Ongeveer een kwart van de volwassenen deed het ooit. Het personage is verzonnen, de toestemming en het stopwoord niet. |
| Roofdier | Iemand die zich in de scene bewust op onervaren mensen richt. Zie ook rode vlag en protector. |
| Rope bottom | Degene die in een touwscène wordt vastgebonden, en tegelijk een werkwoord: rope bottomen. Het neutrale woord van het stel, dat niets over onderdanigheid zegt. Zij is de enige die merkt of een wikkel op een zenuw ligt, want dat is van buitenaf niet te zien; melden is daarom haar deel van het werk. Er bestaat sinds 2014 zelfs een handboek dat alleen voor deze kant is geschreven. Zie ook rope bunny, rope top en rigger. |
| Rope bunny | Het koosnaamwoord voor iemand die zich graag laat vastbinden. Geen graad van enthousiasme en geen niveau: hetzelfde plekje in de scène als rope bottom, maar met een bijklank. In het Engels betekent bunny al sinds 1700 “aantrekkelijke jonge vrouw” én, in dezelfde woordenboekingang, “sukkel” en “nieuweling”. Vandaar dat de een het met plezier draagt en de ander het weigert. Zie ook bunny. |
| Rope jam | Informele bijeenkomst waar mensen een middag of avond vrij met touw oefenen; je neemt zelf touw mee. Het woord komt uit de jazz: een jam session is sinds 1933 muziek die de band ter plekke verzint. Niet het Nederlandse woord voor peer rope, zoals hier eerder stond: allebei zijn in Nederland in gebruik, en een jam hangt hier juist vaak achter een korte workshop. |
| Rope share | Bijeenkomst waar touwliefhebbers samen oefenen en kennis uitwisselen. Zie ook rope jam. |
| Rope space | Het Engelse scenewoord voor de toestand tijdens langdurig touwspel die het Japans nawa yoi noemt: traag denken, weinig woorden, een aandacht die tot het touw krimpt. Het verschil zit in het beeld: rope space denkt in plaatsen waar je in- en uitgaat, nawa yoi in dronkenschap. Overkomt vooral de gebonden kant, omdat de ander moet blijven bewaken. Geen woordenboek heeft er een lemma voor; de literatuur schrijft over subspace. |
| Rope top | Rolwoord in plaats van vakwoord: de partij die in een touwscene de leiding heeft, ook als er nauwelijks techniek aan te pas komt. Gebouwd op top, dat de gevende rol aanduidt en niet automatisch de dominante: een top past sensatie toe, een dominant oefent macht uit. Tegenhanger van rope bottom, en waar rigger over knopen gaat, gaat rope top over wie de scene stuurt. Zie ook nawashi en shibarite. |
| Rozenceremonie | BDSM-ritueel waarin Dominant en onderdanige zich aan elkaar verbinden met een witte en een rode roos, een halsband door de kaarsvlam en twee druppels gemengd bloed. Uitgebreide variant van collaring, nooit openbaar, met hooguit twee getuigen. Niet Nederlands, zoals hier eerder stond: de Nederlandse tekst uit 2016 is een weergave van het Engelse Ceremony of the Roses, dat al in 2008 online stond. Het bloeddeel is echt bloed-bloedcontact. |
| Rubberfetisj | Fetisj voor rubber en latex als tweede huid. Zie ook latex. |
| Ruined orgasm | Stimulatie precies op het omslagpunt weghalen, zodat de ontlading wel doorgaat maar de piek grotendeels uitblijft. De enige vorm van orgasmecontrole waarbij het orgasme wél komt. Werkt vooral bij mensen met een penis, omdat orgasme en zaadlozing daar twee losse processen zijn. Nederlands: geruïneerd orgasme. |
| Ruiterstandje | Standje waarbij de ontvangende partner bovenop zit en zelf tempo en diepte bepaalt. Engels: cowgirl. |
S
| Term | Wat het betekent |
|---|---|
| Sabaki | Japans voor touwbehandeling: hoe soepel en beheerst iemand het touw hanteert tijdens shibari. Niet het patroon telt, maar de handbeweging. Zie ook nawa en ichinawa. |
| Sacred kink | Kink die bewust op spiritualiteit en op bewustzijnsverandering is gericht. |
| Sadisme | Opwinding halen uit pijn, ongemak of vernedering die je een ander toebrengt, met diens instemming. De gevende helft van sadomasochisme, en de S uit S/M. Niet “de eerste S van BDSM”, zoals hier eerder stond: die afkorting heeft er maar één, en de kleine s van D/s staat voor submissie. Woord uit 1888, naar graaf Donatien de Sade. |
| Sadist | Iemand voor wie pijn geven opwindend is, binnen wat de ander vraagt en aankan. De persoon achter sadisme. In het Nederlands sinds 1887, en tot vandaag een scheldwoord buiten de scene: in onderzoek noemen mensen zichzelf eerder “semi-sadist” dan sadist. Zegt niets over wie de leiding heeft; dat is D/s. |
| Sadomasochisme | Verzamelnaam voor erotisch spel waarin pijn en kwelling een centrale rol spelen: de een geeft, de ander ontvangt, allebei met instemming. Koepel boven sadisme en masochisme, en de S/M uit BDSM. Niet per se een verdeling over twee mensen, zoals hier eerder stond: het samengestelde woord is in 1916 juist gemunt voor het naast elkaar bestaan van beide kanten in één persoon, en Belgisch bevolkingsonderzoek vond dat belangstelling voor geven en voor ontvangen sterk samenhangt. Sinds de ICD-11 geen diagnose meer. |
| Safe call | De kortere naam voor dezelfde afspraak met een vertrouwd persoon: adres, tijdstip, en een plan voor als het belletje uitblijft. Dat tweede deel is het deel dat mensen overslaan; onderzoek naar sekswerk noemt het uitdrukkelijk apart. Zie ook safety call. |
| Safety call | De gangbaarste naam voor de maatregel waarmee iemand buiten de kamer weet waar je bent en wanneer je klaar zou zijn. In onderzoek staat hij naast buddy system en check-in group als drie namen voor één gewoonte. Hij voorkomt niets; hij verkort de tijd voordat iemand merkt dat er iets mis is. Zie ook safe call. |
| Safeword | Het Engelse leenwoord voor het afgesproken woord dat een scène per direct beëindigt. Het staat bewust buiten het spel, want “nee” en “stop” kunnen er juist in voorkomen. Onderzoek noemt safewords uitdrukkelijk niet waterdicht: ze worden gemist, geweigerd of onbereikbaar. Aangeraden voor beide rollen, niet alleen voor wie ontvangt. Zie ook stopwoord, veiligheidswoord en stopgebaar. |
| SAM | Smart Ass Masochist: onderdanige die brutaal uitlokt om de reactie te krijgen. Zie ook brat. |
| Saunaclub | Erotische sauna voor stellen en singles, een vorm van seksclub met een wellnesskern, dicht tegen de parenclub aan. Let op: in Duitsland is een saunaclub juist een bordeel. Niet te verwarren met naturisme. |
| Scarificatie | De verzamelnaam voor huidwerk dat een blijvend litteken als doel heeft: snijden (cutting), branden (branding), schuren of etsen. Anders dan bij elke andere wond wordt hier bewust voorkomen dat de wond snel dichtgaat, want een snelle genezing laat te weinig litteken achter. Het woord staat sinds 1597 in het Nederlands. |
| Scat | Verzamelnaam voor seksueel spel met ontlasting, in de vakliteratuur coprofilie; het draagt het hoogste gezondheidsrisico van de lijst, want ziekteverwekkers in ontlasting gaan via de fecaal-orale route over. Zie ook watersports, toilet service en toiletslaaf. |
| Scene | Twee betekenissen, en het Nederlands houdt ze uit elkaar met een accent. Een scène (twee lettergrepen, Frans uitgesproken) is één afgebakende sessie van begin tot eind. De scene (één lettergreep, Engels uitgesproken) is de gemeenschap van mensen die aan BDSM doen; die tweede betekenis staat sinds 1972 in het Nederlands en komt uit de drugswereld. |
| Scene name | De naam waaronder iemand in de scene bekend staat, op profielen en op een munch. Bestaat vooral omdat werk de plek is waar de meesten niets vertellen. Geeft geen anonimiteit: op een feest zie je gezichten. Nederlands heeft er geen eigen woord voor, want “scenenaam” betekent hier iets anders. |
| Schandblok | Twee planken op een paal met drie gaten ertussen, twee ter grootte van een pols en één ter grootte van de hals, zodat je voorovergebogen vaststaat. In Nederlandse speelruimtes heet hetzelfde meubel meestal schandpaal. Nagebouwd naar een echte straf, die hier in 1854 werd afgeschaft. |
| Scharnier | De persoon in het midden van een V, degene die twee partners heeft die onderling geen relatie hebben. Engels: hinge of pivot. |
| Scharrel | Nederlands woord voor iemand met wie je iets hebt zonder dat het een relatie is. Losser dan friends with benefits en meestal zonder afspraken vooraf. |
| Scheren | Schaam- of lichaamshaar weghalen als afgesproken handeling, waarbij iemand anders het mesje vasthoudt. Krijgt drie verschillende betekenissen: overgave, verzorging of vernedering. Een van de gewoonste dingen uit de kinkscene: 80,63 procent van 1.580 vrouwen deed ooit iets uit deze categorie. Laat geen markering achter maar een afwezigheid. |
| Scissoring | Tegen elkaar schurende vulva’s, met de benen als schaar. De vaktermen ervoor zijn tribadisme en frottage. |
| Screening | Een nieuwe klant of speelpartner controleren voordat de afspraak doorgaat. Zie ook vetting en safe call. |
| Secundaire partner | Partner met minder voorrang dan de primaire, meestal zonder samenwonen of gedeelde financiën. |
| Seksclub | Algemene naam voor een gelegenheid waar bezoekers ter plekke seks hebben. In Nederland meestal een parenclub, swingersclub of saunaclub, elk met eigen huisregels. |
| Seksloos huwelijk | Relatie waarin al lange tijd geen seks meer is, meestal zonder dat het ooit is uitgesproken. Vaak de aanleiding om voor het eerst naar een gigolo te zoeken. |
| Seksnegatief | Houding die seks vooral als risico, zonde of schaamte benadert. |
| Sekspop | Levensgrote pop voor seksueel gebruik, tegenwoordig meestal van siliconen. Zie ook agalmatofilie, de aantrekking tot poppen en beelden zelf. |
| Sekspositief | Houding die seks als een gewoon en gezond deel van het leven ziet, met toestemming als harde ondergrens. |
| Seksscript | Het onbewuste draaiboek dat bepaalt hoe seks hoort te verlopen. Het herkennen ervan is meestal de eerste stap om ervan af te wijken. |
| Seksspeeltje | Verzamelnaam voor alles wat bij seks gebruikt wordt: vibrator, dildo, plug, klemmen, ringen. Het materiaal bepaalt de hygiëne, want poreus materiaal is niet volledig schoon te krijgen. |
| Sekstherapie | Begeleiding bij seksuele klachten, verlangen en intimiteit, met gesprekken en oefeningen voor thuis. |
| Seksueel gaspedaal | Alles wat opwinding aanzet: aanraking, geur, sfeer, fantasie. |
| Seksueel zelfbeeld | Hoe iemand zichzelf als seksueel wezen ziet: aantrekkelijk, capabel, welkom, of juist niet. |
| Seksuele autonomie | Zelf beschikken over je lichaam, je grenzen en je plezier, ook binnen een relatie. |
| Seksuele biografie | Het verhaal van je eigen seksuele leven: wat je leerde, wat je meemaakte en wat je meedraagt. Vaak het beginpunt van sekstherapie. |
| Seksuele burn-out | Een aanhoudend verlies van zin dat blijft, ook uitgerust, meestal na lange stress of seks die een verplichting werd. Geen officiële diagnose; klinisch heet het weinig of geen zin met er last van hebben. Zie ook libido. |
| Seksuele communicatie | Praten over wat je wil, niet wil en niet zeker weet. De vaardigheid waar de hele kinkscene op draait en die daarbuiten nauwelijks wordt geleerd. |
| Seksuele dienstverlening | De neutrale term uit de zorg voor betaalde intimiteit met een zorgdoel. |
| Seksuele handelingen | Verzamelnaam voor wat mensen seksueel met elkaar of met zichzelf doen. Nederlands onderzoek rekent er vier dingen onder, namelijk aftrekken of vingeren, orale seks, penis-in-vagina seks en anale seks, en zet masturberen er juist buiten. Het Wetboek van Strafrecht gebruikt precies deze woorden en omschrijft nergens welke handelingen het zijn; de enige onderverdeling die de wet maakt is met of zonder seksueel binnendringen. Dat orale seks bij bijna zes op de tien mensen niet als “seks gehad” telt, is in 1999 in JAMA gemeten. Deze rij komt niet uit de oorspronkelijke A-Z-bron en is op 10 augustus 2026 op verzoek toegevoegd als ouder van orale en anale seks. |
| Seksuele heling | Seksualiteit terugwinnen na misbruik, ziekte of jaren van afwezigheid. |
| Seksuele nieuwsgierigheid | De wil om te weten wat er nog meer is, zonder dat er al een plan of een label bij hoort. |
| Seksuele opvoeding | Wat iemand thuis over seks meekreeg, uitgesproken of tussen de regels door. Bepaalt vaak meer dan alle latere kennis. |
| Seksuele rem | Alles wat opwinding tegenhoudt: stress, schaamte, haast, een vol hoofd. Vaak belangrijker dan wat er wel gebeurt. |
| Seksuele responscyclus | Model van de fasen van opwinding: opwinding, plateau, orgasme, herstel, met verlangen dat Kaplan er in 1974 voor zette. Basson liet in 2000 zien dat verlangen bij veel vrouwen juist volgt op opwinding, en het dual control model beschrijft het geheel als een saldo van gas en rem. |
| Seksuele schaamte | Het gevoel dat er iets mis is met wat je wil of met wie je bent. De grootste rem op het opnemen van contact. |
| Seksuele schuld | Het gevoel iets verkeerds te doen. Iets anders dan seksuele schaamte, dat over wie je bent gaat. |
| Seksuele valuta | Term van Karen Gurney voor alle kleine aanrakingen en toespelingen buiten de slaapkamer die seks überhaupt mogelijk houden. |
| Seksuologie | Het vakgebied dat seksualiteit bestudeert en behandelt. |
| Sekswerk | Neutrale verzamelterm voor betaalde seksuele dienstverlening, in 1978 bedacht door Carol Leigh. Dekt meer dan prostitutie: ook camwerk, striptease en telefoonseks vallen eronder. Zie ook boyfriend experience en pro-dom. |
| Sekswerkersstigma | De formelere Nederlandse variant van hoerenstigma, gebruikt in onderzoek en beleid. |
| Sekszorg | Seksuele dienstverlening aan mensen met een beperking of een chronische aandoening, meestal via een bemiddelaar. |
| Semenawa | 責め縄, letterlijk “kwelt-touw”: touwwerk waarin het doorstaan het punt is en niet het patroon. Het woorddeel 責め betekent in het Japans zowel kwellen als een opgelegde plicht, en het is het achtervoegsel in de namen van de Edo-verhoormethoden. |
| Sensate focus | Oefenreeks van Masters en Johnson waarin een stel elkaar aanraakt met een tijdelijk verbod op seks, zodat de prestatie uit het contact verdwijnt. |
| Serieel monogaam | Steeds één partner tegelijk, maar in de loop van een leven meerdere achter elkaar. De norm die de meeste mensen ongemerkt volgen. |
| Service | Het scenewoord voor handelingen die je verricht omdat een ander ze wil. Het duidt een richting aan en geen positie: ook een service top, die slaat of bindt op aanwijzing van de ontvanger, geeft service. In gewoon Nederlands betekent het woord juist het omgekeerde. |
| Service bottom | Iemand die ondergaat en tegelijk actief verzorgt wat de top nodig heeft. |
| Service sub | Onderdanige wiens overgave vooral in dienen zit: verzorgen, klaarzetten, huishouden, agenda. Pijn en bondage hoeven er niet aan te pas te komen. Het is een zelfbenoeming uit de scene en geen rol uit het onderzoek. Zie ook dienstbaarheid en service. |
| Service top | Iemand die de handelingen van een top doet, maar precies zoals de bottom het wil. |
| Sexological bodywork | Beroepsvorm waarin een begeleider iemand via aanraking en ademwerk het eigen lichaam beter leert kennen. |
| Sexting | Seksueel getinte berichten, foto’s of video’s uitwisselen. Werkt op instemming van allebei de kanten; doorsturen zonder toestemming is strafbaar. |
| Shibari | Japans voor ‘binden’, en buiten BDSM-kringen niets seksueels. In het Westen de gangbare naam voor Japanse touwbondage. In Japan heet de erotische vorm kinbaku. Zie ook Japanse bondage. |
| Shibarite | Japans voor degene die bindt, letterlijk “de bindende hand”: de rope top in een touwsessie. Benoemt de rol, niet de kunde, anders dan de eretitels nawashi en bakushi. Zie ook rigger en shibari. |
| Shinju | 真珠, letterlijk “parel”: in het Westen de naam voor een borstharnas van touw, waarbij de parel beeldspraak is voor de borsten. In het Japans betekent het woord alleen de edelsteen; touwmensen noemen munenawa taalkundig juister. Zie ook borstbondage en karada. |
| Signal whip | Kort lid van de single tail-familie, ongeveer 0,9 tot 1,2 meter, dat als enige géén fall heeft: de cracker zit rechtstreeks aan het lichaam van de zweep. Oorspronkelijk gemaakt om hondenteams mee aan te sturen, met geluid en niet met een klap; de wedstrijdregels van de International Sled Dog Racing Association verbieden hem inmiddels bij naam. Het Nederlands heeft er geen woord voor. Zie ook snake whip en stockwhip. |
| Single column tie | Basisboei om één kolom, die onder belasting niet dichttrekt. “Single” telt kolommen en geen ledematen: twee polsen tegen elkaar zonder touw ertussen zijn samen één kolom, en de encyclopedie noemt zelfs de gote shibari een enkele kolomboei van het bovenlichaam. Een lus die wél meeloopt met de spanning is een strop. Zie ook double column tie en cinch. |
| Single tail | Verzamelnaam voor zwepen met één lange streng in plaats van een bos slippen. Géén synoniem van bullwhip: dat is één lid van de familie, naast de snake whip (geen handvat vanbinnen), de signal whip (geen fall) en de Australische stockwhip (los handvat met een keeper). Precisiewerk; vraagt veel oefening en veel ruimte. |
| Sir | Aanspreektitel voor de leidende partij, onvertaald overgenomen uit het Engels en van huis uit het Latijnse senior, “de oudere”. Het woord legt vast hoe je iemand noemt en niet wat er gebeurt. In de leathertraditie is Sir daarnaast een titel die op een podium wordt gewonnen: International LeatherSIR telt dertien regionale wedstrijden in Noord-Amerika. Geen enkel woordenboek voert er een BDSM-betekenis bij, Green’s Dictionary of Slang evenmin. Zie ook boy, Meester en Master. |
| Sissificatie | Het over langere tijd vrouwelijk maken van een man in kleding, houding, stem en gedrag, met vernedering als middel. Het achtervoegsel -ficatie zegt waar het om draait: een omvorming die wordt opgebouwd, met regels, opdrachten en een rolnaam die tussen de afspraken door doorloopt. Het Engelse sissification is opgetekend vanaf 1915, het werkwoord sissify al vanaf 1897. Ruim voor de scene bestond. Zie ook sissy en forced feminization. |
| Sissy | De rolnaam voor wie binnen sissificatie vrouwelijk wordt gemaakt. In het Engels een scheldwoord voor een man die als niet-mannelijk geldt, en dat blijft het hier ook. De angel is de functie. Begon in 1768 als spreektaalvorm van sis, uit sister, en werd pas rond 1873 een belediging. Zie ook forced feminization. |
| Sjambok | Zware, taps toelopende zweep van Zuid-Afrikaanse oorsprong. Komt hard aan en vergeeft weinig. |
| Slaaf | De dienende helft van een M/s-verhouding: een gekozen rol met eigenaarschap als uitgangspunt, die reikwijdte en duur toevoegt aan wat een onderdanige doet. Niet zwaarte. Het gewone Nederlandse woord betekent iets anders: het gaat via middeleeuws Latijn sclavus terug op Slavus, “iemand van Slavische herkomst”, en de Nederlandse staat spreekt sinds 2022 over tot slaaf gemaakten in plaats van over slaven. Zie ook slave, slavin en dorei. |
| Slaapdeprivatie | Slaap onthouden als onderdeel van training of een scenario, meestal een verhoorscène. Wat wegvalt is niet het gehoorzamen, dat blijft juist het langst werken, maar het omgaan met het onverwachte: een plan herzien, afleiding weerstaan, helder communiceren. Na 17 tot 19 uur wakker zakt de prestatie naar het niveau van de rijgrens, binnen 24 tot 48 uur beginnen waarnemingsstoornissen. Valt onder edgeplay. |
| Slapper | Plat leren slaginstrument van twee of drie losse lagen, alleen bij de greep aan elkaar genaaid. Het geluid komt van leer op leer en niet van leer op huid, dus het klinkt harder dan het aankomt. Vandaar dat een slapper vooral bij het opwarmen wordt gepakt. Anders dan een paddle, die één stijf blad heeft. Zie ook de zweepsoorten op de blog. |
| Slavencontract | De zwaarste vorm van een contract: het legt een hele M/s-verhouding vast, van huishouden en agenda tot geld. Juridisch niets waard, de Grondwet noemt het recht op onaantastbaarheid van het lichaam onoverdraagbaar, en tegelijk een sterk gespreks- en ritueel instrument. De onmisbare bepaling is de uitgang; het oudste bekende exemplaar, uit Venus im Pelz (1870), heeft er juist géén. |
| Slavenveiling | Spelvorm op een play party of fetishfeest waarbij deelnemers zichzelf laten veilen: de hoogste bieder krijgt een afgesproken blok tijd, en het geld gaat naar een goed doel. Wat er wordt geveild is tijd en geen persoon. De geveilde stelt de voorwaarden vóór het bieden en kan altijd stoppen. Niet alleen onderdanigen doen mee. |
| Slavin | De vrouwelijke vorm van slaaf, gemaakt met het achtervoegsel -in. Dat achtervoegsel is niet-productief, er komen geen nieuwe woorden mee bij, en het betekent volgens de Algemene Nederlandse Spraakkunst zowel ‘vrouwelijke x’ als ‘vrouw van x’, zoals een boerin allebei kan zijn. Het Engelse slave kent geen vrouwelijke variant. |
| Slechte pijn | Pijn die buiten de bedoeling valt en op schade wijst: stekend, scherp, verkeerd geplaatst. Reden om te stoppen. |
| Sleepsack | Zak van leer of latex waarin het hele lichaam wordt ingesnoerd. Zie ook bodybag en cocooning. |
| Sleutelhouder | Het Nederlandse woord voor keyholder: wie de sleutel van een kuisheidsslot voor een ander bewaart. Het woordenboek kent het lemma niet en de oudste krantenvindplaats, uit 1877, is een sleutelrekje. Houder is wél een juridisch woord: artikel 3:107 BW noemt bezit ‘het houden van een goed voor zichzelf’, en dat is precies wat een sleutelhouder niet doet. Zie ook kuisheid. |
| Sling | Schommel van leer of kunststof die aan kettingen aan het plafond of aan een eigen frame hangt, meestal op vier punten, waarin je ligt met je benen in beugels. Gebouwd voor toegang en voor lang liggen zonder inspanning; polsen en enkels vastzetten kan alleen als het model daar lussen voor heeft. Het ophangpunt is het enige waar het misgaat. |
| Smothering | Mond en neus afsluiten met een lichaam, een hand of een kussen. Forensisch is dat verstikking en geen wurging: de hals blijft vrij, dus de waarschuwingen over de halsvaten bij ademcontrole gelden hier niet. Wat wel telt is de tijd, en het feit dat je er niets aan ziet; de zichtbare sporen komen van verzet, en dat is in een scène juist weggeregeld. Praten kan niet, dus spreek een stopteken zonder stem af. Zie ook facesitting. |
| Snake whip | Single tail zonder stijf handvat vanbinnen, waardoor hij oprolt tot een platte kring die op een slang lijkt; daar komt de naam vandaan. Het gewicht zit in een leren zak met loodkorrels over ongeveer driekwart van de streng, dus je stuurt vanuit je pols en niet vanaf een vast punt. De zware blacksnake-uitvoering heeft die lading tot in de greep. Nederlands slangenzweep staat drie keer in het krantenarchief, waarvan één keer over dit voorwerp. Zie ook bullwhip en zweep. |
| Sneakarchy | Rangorde die ongemerkt terugkruipt in een relatie die zichzelf niet-hiërarchisch noemt. |
| Soa | Seksueel overdraagbare aandoening. In het Engels STI of STD. |
| Soa-test | Test op seksueel overdraagbare aandoeningen. In de lifestyle en de kinkscene vaak een voorwaarde vooraf. |
| Soft swap | Partnerruil waarbij alles mag behalve geslachtsgemeenschap, zoals zoenen, strelen en soms oraal; de lichtere vorm van swingen, tegenover full swap. |
| Solopolyamorie | Polyamorie waarin iemand zichzelf als eigen primaire partner ziet. Meerdere relaties, geen samenwonen en geen samengevoegde financiën. |
| Solopraktijk | Kink die je alleen doet, van zelfbondage tot orgasmecontrole. Zie ook autobondage. |
| Somatic experiencing | Lichaamsgerichte traumamethode van Peter Levine, waarin spanning in kleine porties ontlaadt in plaats van dat het verhaal opnieuw wordt doorleefd. |
| Somatische seksuologie | Lichaamsgerichte benadering van seksualiteit, waarin je leert via sensatie en ervaring in plaats van via praten alleen. |
| Sounding | Een glad staafje, een sound, in de urinebuis brengen voor de sensatie. Het woord betekent peilen, want het instrument was oorspronkelijk een meetstok van de arts; oprekken doet de dilator en afvoeren de katheter. Alleen met steriel, daarvoor gemaakt materiaal, en zelfs dan blijft het risico staan: bijna de helft van de blijvende vernauwingen van de urinebuis ontstaat door instrumenten die in een ziekenhuis zijn ingebracht. |
| Spectatoring | Tijdens de seks naar jezelf kijken en jezelf beoordelen in plaats van voelen. De vaakst gemiste reden om niet opgewonden te raken. |
| Spanking | Het Engelse scenewoord voor slaan op de billen als erotisch spel. Het werkwoord is opgetekend in 1727 en sloeg eerst op de lijfstraf; het Nederlands heeft het nooit overgenomen, dus je geeft billenkoek of je zegt het in het Engels. Eén addertje: Amerikaanse woordenboeken rekenen gereedschap mee onder spanking, Britse alleen de blote hand, en dat verschil merk je zodra je Engelstalig materiaal leest. Zie ook billenkoek en impact play. |
| Speculum | De vakterm voor het spreidinstrument, en Latijn voor spiegel: het ding is genoemd naar het kijken en niet naar het spreiden. Naast gynaecologische bestaan er ook rectale, neus- en oorspecula. Zes bronzen Romeinse exemplaren liggen nog in musea, van Napels tot Londen. Zie ook eendenbek, de Nederlandse bijnaam, en dilator, het instrument dat wél oprekt. |
| Speeldate | Vooraf afgesproken afspraak om samen te spelen, tegenover het spontane van pick-up play. |
| Speelfeest | Het Nederlandse woord voor een play party, en het woord dat op een Nederlandse uitnodiging staat, meestal met “besloten” ervoor. Opvallend: geen enkel Nederlands woordenboek voert het, en de 34 krantenartikelen in het archief van de Koninklijke Bibliotheek gaan over kinderfeesten. De route erheen loopt meestal via een munch. Niet te verwarren met een parenclub of een swingersfeest. |
| Speelgoedhygiëne | Toys schoonmaken en zo nodig steriliseren tussen twee keer gebruiken en tussen partners door. |
| Speelkamer | Hetzelfde vertrek als een dungeon, maar dan onder het neutraalste van de drie woorden: een gewone samenstelling van spelen en kamer, die het WNT en het ANW allebei gewoon voeren. Dat is de hele winst, want dit is het enige woord dat je kunt zeggen waar anderen bij zijn. Nadeel: zoeken erop levert kinderkamers op, want van de 10.169 krantenartikelen met dit woord gaat vrijwel geen enkele over BDSM. Zie ook dungeon en kerker. |
| Speelrelatie | Doorlopende afspraak om samen BDSM te doen: opgebouwd vertrouwen en vaste gewoontes, maar geen verkering en vaak ook geen seks. Geen randverschijnsel. In een enquête onder 810 beoefenaars noemde 42,3 % partners met wie ze verder niets hebben. Het tegenovergestelde uiteinde van dezelfde as is pick-up play, het andere uiterste 24/7. Het Nederlandse woord staat in geen enkel woordenboek. |
| Sperma | Het vocht dat bij een zaadlozing vrijkomt, met daarin de zaadcellen. Speelt mee bij anticonceptie, bij soa-overdracht en bij spelvormen als creampie en facial. |
| SPH | Small Penis Humiliation: vernedering die op het formaat van de penis speelt. Zie ook vernedering. |
| Spider gag | Ringknevel met metalen armen die de mond open houdt. Zie ook mondspreider. |
| Spitting | Spugen op of in de mond van iemand anders als vernedering. Klein gebaar, sterke lading, en daarom een eigen regel op vrijwel elke checklist. Het gaat mis bij de plek: in de mond en op het lichaam zijn twee verschillende afspraken. Hiv gaat er niet mee over, maar gonorroe in de keel wel. Zie ook humiliation. |
| Spontaan verlangen | Zin die uit het niets opkomt, zonder aanleiding. Bij lang niet iedereen de gewone gang van zaken. |
| Spotter | Iemand die tijdens een scène alleen op de veiligheid let, bijvoorbeeld bij suspensie. |
| Spreader bar | Het Engelse woord voor een spreidstang, en het woord waaronder internationale webshops en handleidingen hem voeren. Anders dan je bij zo’n technische samenstelling verwacht, gaat het Engelstalige encyclopedielemma zonder omhaal over dit voorwerp. In Nederlandse kranten komt de frase in honderd jaar precies één keer echt voor, en dan is het een gebroken vliegtuigonderdeel. |
| Spreekverbod | Afspraak dat iemand een afgesproken tijd niet praat. Anders dan een knevel: die maakt praten onmogelijk, dit maakt het verboden, en juist daardoor is elke seconde zwijgen een keuze. Er moet altijd een gebaar tegenover staan dat het safeword vervangt. Gewoon Nederlands, met 7.590 krantenartikelen over politici, journalisten en gevangenen. Zie ook zwijgplicht, de staande regel. |
| Spreidstang | Stang met een boei aan elk uiteinde die enkels, knieën of polsen op vaste afstand uit elkaar houdt; sluiten kan niet meer. Het woord komt uit de orthopedie: de oudste krantenvindplaatsen, uit 1953, gaan over een nachtbeugel met “een spreidstang van twintig centimeter”. Let op je evenwicht, want staand kun je een duw niet meer opvangen. Zie ook spreader bar. |
| Squick | Afkeer zonder afkeuring: iets waar je van terugdeinst zonder dat je er een oordeel over hebt. Nadrukkelijk géén grens en geen afspraak. Wat je écht niet wilt, benoem je als harde grens. Uit de nieuwsgroepen van 1991. |
| Squirten | Het uitstoten van een flinke hoeveelheid vocht via de plasbuis bij hoge opwinding. Onderzoek wijst op sterk verdunde urine uit de blaas. |
| SSC | Safe, Sane and Consensual: het oudste veiligheidskader van de scene. Geen leus maar de aanhef van de statuten die Gay Male S/M Activists in New York op 17 augustus 1983 aannam, en die je bij inschrijving ondertekende. Zie ook de 3V’s, RACK en PRICK. |
| Stag | De man in een hotwifing-afspraak die zijn partner met anderen laat gaan en daar zelf van geniet, zonder de vernedering die bij een cuckold hoort. Vernoemd naar het hert waar ook de spreekwoordelijke hoorns van de bedrogen man vandaan komen. |
| Standje | De houding waarin mensen seks hebben. Bepaalt diepte, tempo, oogcontact en wie de beweging stuurt; wisselen tijdens de seks is normaal. |
| Stellenafspraak | Afspraak waarbij een stel samen iemand uitnodigt of samen bij iemand komt. |
| Stockwhip | Australische veezweep uit de single tail-familie, met als kenmerk dat het handvat niet in de streng zit maar er los aan hangt aan een strook leer die keeper heet. Vijf onderdelen: stock, keeper, thong, fall en cracker. De maat wordt alleen aan de streng genomen, standaard 1,8 meter. De “stock” in de naam is het vee en niet de stok, ook al heet het handvat zelf ook zo. Zie ook bullwhip en snake whip. |
| Stopgebaar | Afgesproken teken dat de rol van stopwoord overneemt als praten niet kan, bijvoorbeeld door een knevel. Twee keer tikken, in de handen klappen of een voorwerp loslaten dat je vasthield. Kies het op de houding: wie straks met vastgezette polsen ligt, kan niet klappen. |
| Stoplichtsysteem | Groen, oranje en rood als snelle manier om tijdens spel aan te geven hoe het gaat. Let op de middelste: oranje betekent hier niet “bijna stoppen” zoals in het verkeer, maar “blijf hier, ga niet verder”. Rood doet het werk van een stopwoord. |
| Stracciatella | Nederlandse scenegrap voor iemand die niet helemaal vanilla is, maar zich ook geen BDSM’er noemt. Genoemd naar het ijs. |
| Straf | Het Nederlandse woord voor de consequentie op gedrag dat vooraf verboden was, in de scene even vaak gebruikt als punishment. Het woord sleept drie dingen mee die in een slaapkamer geen van drieën bestaan: een overtreding, een bevoegdheid en iemand die het niet wilde. Zie ook funishment en lijfstraf. |
| Straitjacket | Het Engelse woord voor een dwangbuis. Strait betekent nauw en niet recht, wat de spelling straightjacket fout maakt; in twintig Nederlandse krantenartikelen met dit woord gaat er geen enkele over het kledingstuk. |
| Strap-on | Het Engelse woord voor een voorbinddildo, en het wijst de banden aan en niet de dildo. Green’s Dictionary of Slang dateert het op 1959, ruim veertig jaar voor pegging bestond. Wat de praktijk maakt of breekt is het harnas: een losse ring laat de dildo doorzakken en ronddraaien. Zie ook voorbinddildo. |
| Strappado | Positie waarin de op de rug gebonden polsen omhoog worden getrokken tot je voorover moet buigen. Wat het belast is niet de spier maar de zenuwbundel over het schoudergewricht, en de schade laat zich niet aan de buitenkant zien; de voeten blijven daarom op de vloer en de tijd wordt vooraf afgesproken. Zie ook one bar prison. |
| S-type | Verzamelterm voor alle ontvangende rollen: sub, slaaf, little, pet. |
| Sub | Dagelijkse verkorting van submissive, en het woord dat in de scene het vaakst als aanspreekvorm en als rollabel op profielen wordt gebruikt. Het is een zelfbenoeming en geen meting: het zegt aan welke kant van de streep iemand staat, en niets over pijn, over bottom zijn of over hoe lang het doorloopt. Voor de rol zelf: onderdanige. |
| Subdrop | De emotionele en lichamelijke dip die de ontvangende partij uren tot dagen ná een sessie kan overvallen, meestal pas op dag twee. De sterkte zegt iets over de hoogte van de piek en niets over de kwaliteit van de sessie, en aftercare direct na afloop voorkomt hem niet. Zie ook drop. |
| Sublijst | Ingevulde lijst waarop de ontvangende kant per handeling aangeeft of iets mag. Het Nederlandse formulier dat rondgaat opent met vijftien medische regels en kent per regel alleen ja of nee. Een misschien-kolom zit er niet in. Zie ook domlijst, kinklist en yes/no/maybe-lijst. |
| Submissie | De handeling in plaats van de persoon: het afstaan van zeggenschap zelf, de kleine s in D/s. Kan een uur duren of een leven lang, maar geldt altijd binnen een omschreven bereik. In het Nederlands was submissie ooit de naam van precies zo’n afspraak, in het arbitragerecht. Zie ook onderdanige. |
| Submissive | Het Engelse woord voor onderdanige, en de vorm die op internationale profielen en in het onderzoek wordt gebruikt. In gewoon Engels beschrijft het een karakter en geen keuze. De erotische betekenis is pas vanaf 1969 opgetekend en het gebruik als zelfstandig naamwoord vanaf 1985, terwijl het bijvoeglijk naamwoord uit de jaren 1580 stamt. |
| Subspace | Toestand waarin een sub tijdens het spel terecht kan komen: traag denken, weinig woorden, een tijdsbesef dat niet meer klopt. Geen slaap en geen euforie per se. Wat er meetbaar aan is, is dat het afwegende deel van het hoofd tijdelijk minder hard werkt, en dus dat je er niets in kunt beslissen. Nazorg hoort erbij. Tegenhanger van domspace. |
| Sugar mommy | De vrouwelijke tegenhanger van de sugar daddy. Zie ook toyboy. |
| Surrogaatpartner | Iemand die binnen een therapeutisch traject als oefenpartner werkt aan aanraking, intimiteit en seks. Geïntroduceerd door Masters en Johnson. |
| Surrogaatpartnertherapie | Traject met drie partijen: cliënt, therapeut en surrogaatpartner. De historische legitimatie van betaalde intimiteit als behandeling. |
| Suspension | Bondage waarbij het volledige gewicht aan touw hangt en niets meer de vloer raakt. Het gevaar zit niet in de hoogte maar in het bewegingloos hangen: van veertig proeven met gezonde vrijwilligers in een gordel moest dertig procent worden afgebroken wegens dreigend flauwvallen, en het gepubliceerde zenuwletsel bij touwbondage ontstond al na vijf minuten. Blijft een voet, knie of schouder dragen, dan heet het partial suspension. |
| Suturing | Huidplooien tijdelijk hechten als spelvorm. Zwaar medical play, met steriel werken als voorwaarde. |
| Swingen | Als vaste partners samen seks hebben met anderen, met medeweten en instemming van elkaar. Het woord zegt dát het samen gebeurt en niets over hoe ver het gaat. Dat regelen soft swap en full swap. In gewoon Nederlands betekent swingen dansen; de praktijk kwam hier in januari 1969 binnen onder de naam partner-ruil. |
| Swingersclub | Club die om swingen draait, met speelruimtes op locatie waar stellen en singles aan partnerruil en groepsseks doen. In Nederland praktisch hetzelfde als een parenclub; valt onder de bredere naam seksclub. Loopt van soft swap tot full swap. |
| Switch | Iemand die zowel de sturende als de ontvangende rol neemt, afhankelijk van de partner, de plek of de scène. Geen tussenstand tussen dominant en onderdanige maar een derde optie. In het Engels was switch vanaf de jaren 1590 een dunne rijzweep; de rolbetekenis is pas in 1992 vastgelegd. |
T
| Term | Wat het betekent |
|---|---|
| Taboe | Het verbodene als brandstof voor opwinding. Verklaart waarom juist het niet-mogen zo goed werkt. Zie ook erotische vergelijking. |
| Takate kote | De shibari-boei die de onderarmen schuin omhoog op de rug vastzet, met wikkels boven en onder de borst. 高手小手 is een gewoon Japans vierletterwoord voor “gebonden handen en armen” en zegt niets over de rug; daar is 後ろ ushiro voor nodig. Zie ook gote shibari, dezelfde boei onder de andere naam. |
| Takedown | Scène waarin de een de ander achtervolgt, vangt en vastzet. Zie ook primal play en ontvoeringsscène. |
| Takel | Katrolsysteem dat het gewicht over meer kettingdelen verdeelt: vier delen, een kwart van de kracht, maar ook vier meter ketting per meter hoogte, en het ophangpunt wordt er niets lichter van. Gebouwd voor lading, niet voor personen. Zie ook suspension. |
| Tantra | Esoterische traditie uit hindoeisme, boeddhisme en jainisme, gericht op geestelijke verruiming. Wat in het Westen tantra heet is neotantra: een moderne stroming die het seksuele deelaspect eruit lichtte. Zie voor de praktijk wat is tantra. |
| Tantramassage | Massage van het hele lichaam, geslachtsdelen inbegrepen, zonder orgasme als doel. |
| Tasuki | Japans touwpatroon dat als een kruis of X over borst en schouders loopt, geleend van het opbinden van kimonomouwen. Vaak een sierlijke opstap binnen shibari, aangespannen met een kannuki. Zie ook kinbaku en asanawa. |
| Tawse | Dikke leren riem waarvan één uiteinde in staarten is gesneden, tot 15 augustus 1987 het strafwerktuig van de Schotse school. Daar meestal op de handpalm, niet op de billen. Klapt breed en dof in plaats van scherp. Zie ook plak en lijfstraf. |
| Tease and denial | De middenvorm van de drie die de encyclopedie onder erotic sexual denial schaart: prikkelen tot de rand en dan stoppen, waar tie and tease er touw bij doet en total denial juist alle aanraking weghaalt. Het Engelse tease betekent letterlijk wol uit elkaar plukken. Nederlands: plagen en ontzeggen. Zie ook orgasm denial en edging. |
| Teledildonics | Speelgoed dat op afstand via een app bestuurd wordt, zodat de ander de bediening heeft. Basis onder langeafstandsspel en camsex. |
| Telemour | De partner van je metamour. Nog een stap verder weg in het netwerk. |
| Temperature play | Spel met warm en koud: kaarsvet, ijsklontjes, verwarmd metaal, pepermuntolie. Warm en koud vlak naast elkaar gaat branden. Niet omdat het lichaam ze verwart, maar omdat het warme signaal de rem op de koudepijn weghaalt. De schade in de huid begint bij ongeveer 43 °C, de pijn pas bij 44,8 °C. |
| TENS | Transcutaneous Electrical Nerve Stimulation: kastje uit de pijnbestrijding dat via huidelektroden stroomprikkels geeft. In 381 onderzoeken met 24.532 deelnemers viel geen ernstig voorval aan het apparaat toe te schrijven; het risico zit in de plaatsing. Uitgesloten: de voorzijde van de hals, dwars door de borstkas (ook van arm tot arm), de ogen, de schedel, inwendig gebruik, en elke pacemaker of ICD. Zie ook e-stim en elektroplay. |
| Tepelklemmen | Klemmen voor op de tepels, van eenvoudige knijpers tot verstelbare klemmen met gewichtjes. De zwaarste pijn zit niet in het opzetten maar in de terugkeer van de doorbloeding: de tepel gaat van wit via blauwpaars naar rood, en die kleuromslag is wat pijn doet. Wegzakkend gevoel is dus geen gewenning maar het teken om de klem eraf te halen. Engels: nipple clamps. |
| Tepelorgasme | Orgasme dat alleen uit tepelstimulatie ontstaat. |
| Tertiaire partner | Losse, laagfrequente relatie zonder aanspraak op tijd of toekomstplannen. |
| Terugkoppeling | Kort contact na de afspraak over hoe het is geland. Zie ook nazorgplan en check-out. |
| Testicle cuffs | Ringen die om de balzak sluiten, tussen lichaam en teelballen, zodat die er niet meer doorheen terug kunnen. Vaak twee gekoppelde ringen, één om de balzak en één om de penisbasis, soms gewoon een hangslot. Het enige CBT-gereedschap dat niets dóét: het gaat om bezit, wat het dichter bij de collar zet dan bij de parachute. De scrotumring van een humbler is er een. |
| Testosteron | Hormoon dat bij alle geslachten meespeelt in zin en opwinding, niet alleen bij mannen. |
| Themafeest | Clubavond met een vast onderwerp of publiek: lingerie, latex, bi-avond, vrouwenavond. Het thema bepaalt de dresscode en wie er binnenkomt. |
| Throuple | Samentrekking van three en couple: een stel van drie dat zichzelf als één relatie ziet. Zie ook triade. |
| Tijdsblok | De gereserveerde duur van de afspraak, aankomen, praten en nazorg inbegrepen. |
| Titratie | Trauma in kleine hoeveelheden benaderen, zodat het zenuwstelsel het aankan. Uit somatic experiencing. |
| Tit torture | De Engelse naam voor pijnspel op borsten en tepels, uitgelegd op de blog, afgekort tot TT. In gedragsonderzoek staat het apart van gewoon borstspel, en de grens ligt bij het gereedschap: slaan en knijpers heten breast play, doorboren, samendrukken, oprekken en haken heten breast torture. Letterlijk zeggen de twee woorden “tepel verdraaien”. Nederlands: borstmarteling. Zie ook tepelklemmen. |
| TK | Geschreven kortschrift voor takate kote, de Japanse bovenlichaamsboei met de armen op de rug. Basis onder de meeste ophangingen, en het touw loopt vlak langs de zenuwbaan in de bovenarm, dus hier hoort les bij. De twee letters laten weg dat de armen áchter de rug zitten: dat zegt pas het losse 後ろ ushiro. Buiten de touwkamer is .tk het landendomein van Tokelau. |
| TNG | The Next Generation: groepen en munches voor jongere kinksters, doorgaans 18 tot 35 jaar, als eerste stap in de scene. Zie ook kinkevenement. |
| Toenaderingspoging | Klein signaal om contact te maken: een aanraking, een opmerking, een blik. Of die beantwoord wordt voorspelt meer dan de grote gebaren. Engels: bid for connection. |
| Toestemmingscultuur | Omgeving waarin vragen, weigeren en van gedachten veranderen normaal en veilig zijn. |
| Toestemmingsworkshop | Training in het gesprek vooraf: hoe je vraagt, hoe je twijfel herkent en wat je doet met een nee. Engels: consent workshop. |
| Toilet service | Dienstbaarheid rond urine en ontlasting, van opvangen tot opruimen; door de hoge hygiëne- en gezondheidsrisico’s voor de meesten een harde grens. Zie ook toiletslaaf en scat. |
| Toiletslaaf | De onderdanige die binnen watersports of scat de rol van toilet vervult; de bijbehorende praktijk is toilet service. |
| Tolerantievenster | De zone waarin iemand spanning aankan zonder over te slaan naar paniek of naar afwezigheid. Engels: window of tolerance. |
| Top | Degene die in een sessie de handeling uitvoert: bindt, slaat, raakt aan, geeft een opdracht. Top gaat over de handeling, dominant over de zeggenschap, en bij een service top lopen die twee tegen elkaar in. Het Nederlandse woord top dekt die rol niet: dat is een kruin of een kledingstuk. Zie ook bottom en rope top. |
| Topdrop | De dip die de uitvoerende partij ná een scène kan overvallen, van minuten tot ongeveer een week erna. Voelt meestal als leegte en futloosheid, niet als verdriet, en volgt juist op scènes die goed gingen: de enige publicatie erover leest hem als rouw om een verloren piekervaring en zet hem naast toneel en topsport. Dezelfde terugslag heet naar de zeggenschap domdrop. Zie ook drop en aftercare. |
| Topping | Het uitvoeren van de handeling in een scène: binden, slaan, aanraken, een opdracht geven. De werkwoordsvorm bij top, en daarmee een bezigheid en geen identiteit. Zegt niets over zeggenschap: die ligt bij de dominant, en bij een service top loopt ze de andere kant op. Het oudste citaat is van 15 augustus 1981, waarin Pat Califia haar overstap van bottomen naar toppen beschrijft. Het Nederlands heeft er geen werkwoord voor, en topping is hier iets op je eten. Zie ook bottoming. |
| Topping from the bottom | Het verwijt dat iemand instemt met de onderdanige kant en vervolgens tóch de scène stuurt, tegen de afspraak in. Geen handeling met een naam, maar een oordeel over een handeling, en vrijwel altijd uitgesproken door een ander. Het woordenboek omschrijft de werkwoordsvorm als to make demands while supposedly in a submissive role, met het oordeel dus al in de definitie. Aangeven wat je voelt en een stopwoord gebruiken vallen er niet onder. De afgesproken vorm heet service top. |
| Topspace | De staat van volledige concentratie waarin de top tijdens een scène terechtkomt: vernauwd blikveld, weinig woorden, en een tijdsbesef dat niet meer klopt. Dat laatste is gemeten: hoe meer flow, hoe sneller de tijd subjectief gaat. Topspace is het woord met een woordenboekingang en het woord dat het onderzoek gebruikt; domspace is dezelfde toestand in scenetaal. Zie ook subspace en topdrop. |
| Total power exchange | Machtsuitwisseling die alle levensgebieden dekt: ook geld, agenda, kleding en werk. Het woord total slaat op de reikwijdte en niet op de hardheid, en dat is meteen het verschil met 24/7, dat over de duur gaat. Juridisch bestaat de vorm niet: een volmacht over geld eindigt volgens artikel 3:72 BW “door herroeping door de volmachtgever”, zonder voorwaarden. Zie ook M/s en TPE. |
| Touw | Basismateriaal van bondage, en vooral een gemaakt ding: vezel, garen, streng, touw, met elke laag tegengesteld gedraaid. Die tegendraaiing houdt een streng bij elkaar, niet de vezelsoort, en daarom lijken touwen van heel verschillende materialen zo op elkaar. Rond 6 millimeter en zeven tot acht meter is de shibarimaat. Zie ook jute, henneptouw en asanawa. |
| Touwbeheer | Het onderhoud van touw: wassen, drogen, oliën en nakijken op slijtage. |
| Toyboy | Flink jongere man in een relatie met een oudere vrouw, vaak met een verschil in geld erbij. |
| TPE | Afkorting van total power exchange, de machtsuitwisseling die alle levensgebieden dekt, ook geld, kleding en agenda. Geen aparte praktijk, dezelfde afspraak korter geschreven. Buiten de scene staan dezelfde letters voor onder meer thermoplastisch elastomeer, de sportlandcode van Chinees Taipei en een Britse spoorwegmaatschappij; de onderzoeksliteratuur schrijft de frase altijd voluit. Zie ook 24/7 en M/s. |
| Training | Het aanleren van gedrag door herhaling in een vaste context, met terugkoppeling erop. Het opbouwende deel van discipline: regels spreek je in één gesprek af, gedrag kost weken. Onderzoek naar dagelijkse gewoontes vond 18 tot 254 dagen tot iets vanzelf gaat, en één keer overslaan bleek niet te schaden. Zie ook positietraining, het onderdeel dat over de houdingen gaat. |
| Trampling | Met toestemming op iemand gaan staan of over iemand heen lopen. Het gewicht doet minder dan het contactoppervlak: bij gewoon staan draagt de hiel 60 procent van de belasting, en een naaldhak brengt hetzelfde gewicht op een paar vierkante millimeter. Het risico zit niet in botbreuken maar in de ademhaling, dus blijft er geen gewicht staan op borstkas of buik. Zie ook crushing voor de variant met voorwerpen. |
| Trauma-geïnformeerd werken | Werkwijze die ervan uitgaat dat iedereen iets kan meedragen. Tempo, keuze en voorspelbaarheid zijn er de standaard en niet de uitzondering. |
| Travestie | Kleding dragen die met een ander geslacht wordt geassocieerd, om de beleving of de erotiek. Het oudere Nederlandse woord; tegenwoordig zegt men meestal crossdressing. In het Nederlands betekende travestie eerst een literaire parodie (1805) en pas vanaf 1876 het verkleden; het Engelse travesty betekent nog steeds alleen dat eerste. De klinische vormen transvestie en transvestitisme zijn jaren dertig en dragen de diagnose met zich mee, die de ICD-11 heeft geschrapt. |
| Triade | Relatie van drie mensen die alle drie een band met elkaar hebben. Zie ook driehoek en throuple. |
| Tribadisme | Twee mensen die hun vulva’s tegen elkaar bewegen. |
| Tribute | Betaling of cadeau binnen findom, als teken van overgave in plaats van als vergoeding voor iets. Het overmaken zelf is de handeling; er hoort geen dienst en meestal geen ontmoeting bij. Het woord is letterlijk de Romeinse schatting die de ene heerser aan de andere betaalde “in acknowledgment of submission”. Zie ook paypig. |
| Trigger | Prikkel die een heftige, ongewilde reactie oproept omdat hij lijkt op iets uit een eerdere ervaring. Hoort in het onderhandelingsgesprek, samen met medische informatie. Anders dan een harde grens kies je een trigger niet: je spreekt niet af dát het niet gebeurt maar wat er gebeurt áls het gebeurt. Het woord staat niet in de DSM-5, die spreekt over traumatic reminders, en een waarschuwing vooraf blijkt de reactie niet te verzachten. |
| Trio | Seks tussen drie mensen tegelijk, waarbij minstens één van hen lichamelijk bezig is met allebei de anderen. Drie mensen die twee aan twee bezig zijn, vormen dus geen trio. In het Nederlands heet het meestal een triootje; het WNT kent alleen het muziekstuk. De cijfers hangen af van wie je het vraagt: 13 % ervaring onder studenten tegen 30 % in een bredere groep volwassenen, met 81 % die er enige belangstelling voor heeft. Het loopt zelden stuk op de seks en meestal op de vraag wie de derde wordt. Zie ook swingen, spitroast en DP. |
| Triootje | De alledaagse verkleinvorm van trio, en het woord dat mensen zelf intypen. |
| Triskelion | De driespaakse figuur op het BDSM-embleem, en de naam die scenegenoten er zelf voor gebruiken. |
| Troilisme | Opwinding uit het kijken naar je eigen partner met iemand anders. |
U
| Term | Wat het betekent |
|---|---|
| Undinisme | Verouderd woord voor opwinding door urine, in 1928 bedacht door Havelock Ellis; tegenwoordig heet dat watersports of plasseks. |
| Unicorn | Alleenstaande, meestal biseksuele vrouw die met een stel meedoet. Zo genoemd omdat de zoektocht zelden iets oplevert. |
| Unicorn hunters | Stel dat een unicorn zoekt onder voorwaarden die haar geen eigen stem geven. In de scene een waarschuwing, geen compliment. |
| Uniformfetisj | Opwinding door dienstkleding en door het gezag dat die kleding aankondigt: politie, leger, verpleging, brandweer, dienstmeisje. Anders dan bij leer of latex draagt niet de stof de lading maar de betekenis, waardoor een imitatiejasje vaak even goed werkt als het echte. Thuis is het kleding; in het openbaar raakt het in Nederland aan artikel 435a Sr en in Duitsland aan §132a StGB. Vaak gecombineerd met rollenspel. |
| Urethraal spel | De paraplu boven alles wat met instemming in de urinebuis gebeurt: sounding met een massief staafje, oprekken met een dilator, een plug, een katheter en elektrostimulatie. Alleen met steriel materiaal dat er echt voor gemaakt is, en niets dat blijft zitten. De afloop waar mensen bang voor zijn is een scheur; de afloop die veel vaker komt is een blaasontsteking, en bij vrouwen ligt dat zwaartepunt anders dan het meeste scenemateriaal suggereert. |
| Uurtarief | De prijs per uur, meestal met een minimumduur en een lager tarief naarmate de afspraak langer duurt. |
V
| Term | Wat het betekent |
|---|---|
| Vacuümbed | Latexhoes in een frame waar de lucht uit wordt gezogen, zodat het rubber het lichaam volledig omsluit. Extreme vorm van bondage en zintuigontneming tegelijk. Ademen gaat via een slang of een verstevigde opening, en de druk staat ook op de borstkas: die kan niet vrij uitzetten, wat het opvangen van zuurstoftekort juist moeilijker maakt. Wie erin ligt bedient de pomp niet en komt er zonder hulp niet uit, dus alleen gebruiken kan niet. |
| Vagina | Het inwendige kanaal tussen vulva en baarmoeder. De uitwendige delen heten samen de vulva; dat onderscheid komt terug in vaginisme en vaginale droogheid. |
| Vaginale atrofie | Dunner en kwetsbaarder worden van het slijmvlies doordat het oestrogeen daalt. Geeft droogte en pijn, en is goed te behandelen. |
| Vaginale dilatatie | Stapsgewijs oprekken met dilatoren, gebruikt bij vaginisme en na operaties. |
| Vaginale droogheid | Te weinig eigen vocht, waardoor penetratie schuurt of pijn doet. Vaak op te lossen met glijmiddel of een lokale behandeling. |
| Vaginisme | Onwillekeurig samentrekken van de bekkenbodemspieren, waardoor penetratie pijn doet of niet lukt terwijl je het wel wilt. In vragenlijstonderzoek meldt 5,2 procent van de Nederlandse vrouwen het, terwijl de huisarts 0,03 nieuwe gevallen per 1000 patienten per jaar noteert. Ontspanning komt pas na opwinding, zie seksuele responscyclus; het hulpmiddel uit de bekkenbodemtherapie staat bij dilator. |
| Vaguszenuw | Zenuwbaan die aanraking vertaalt naar ontspanning. De fysiologie onder aftercare en knuffelen. |
| Vanilla | Alles buiten BDSM en kink, en ook de mensen die er niets mee hebben. Het woord komt uit de scene zelf en benoemt een afwezigheid in plaats van een handeling; op papier staat het sinds 1972, in het Nederlands sinds een ingezonden brief in De Waarheid van 24 april 1982 waarin het als strijdterm werd gebruikt. Let op de valse vriend: het Nederlandse vanilleseks betekent volgens het Algemeen Nederlands Woordenboek “zachte, tedere seks” en dus iets anders. Zie ook kink en kinky. |
| Vaste klant | Iemand die met regelmaat terugkomt, waardoor de intake en de opbouw korter kunnen. |
| Vecht-of-vluchtreactie | De automatische alarmreactie van het lichaam op dreiging, in 1915 zo genoemd door Walter Cannon. Bevriezen en pleasen zijn er later bij gekomen. Bij seksueel geweld is bevriezen de meest gerapporteerde reactie: 70 procent in het onderzoek van Moller. |
| Vee | Relatievorm waarin één persoon twee partners heeft die zelf niets met elkaar hebben. De V-vorm van het schema. Zie ook scharnier. |
| Veilige hechting | Nabijheid kunnen toelaten en alleen kunnen zijn, zonder dat het ene het andere bedreigt. |
| Veiliger vrijen | Verzamelterm voor alles wat de kans op een soa of zwangerschap verkleint. Veiliger en niet veilig, want nul risico bestaat niet. |
| Veiligheidsgevoel | Het lichamelijke besef dat je hier weg mag, nee mag zeggen en niets hoeft. De voorwaarde voor alles wat daarna komt. |
| Vensterperiode | De periode na een besmetting waarin een test nog niets aantoont. De reden dat net getest iets anders is dan schoon. |
| Verbale vernedering | Vernederen met woorden: scheldwoorden, kleineren, benoemen. Wat vooraf wordt vastgelegd zijn beter gebieden dan losse woorden, want een woord over de situatie is de volgende dag weg en een woord over wie zij is niet. Stoppen gaat met een woord dat buiten de scènetaal valt, omdat “nee” hier tekst is. Het is de enige vorm van vernedering waarvan bevolkingsonderzoek de versie met en zonder toestemming apart telt, en die twee liggen dichter bij elkaar dan bij welke andere handeling ook. |
| Verkrachtingsfantasie | Fantasie waarin je tegen je wil tot seks wordt gedwongen. Bij bijna twee op de drie vrouwen komt hij voor, en bij 46 procent zitten opwinding en afkeer tegelijk in hetzelfde beeld. Een fantasie is nog geen scène: pas als hij wordt nagespeeld ligt alles vooraf vast en is er een teken dat het onmiddellijk stopt. Zie ook rape play en CNC. |
| Verlangengesprek | Een gepland gesprek over wat ieder van beiden nog wil, los van het verwijt over wat er niet gebeurt. |
| Verlangenkloof | Het verschil tussen hoeveel zin de een heeft en hoeveel de ander. Niet het probleem zelf, wel de plek waar het misgaat als erover gezwegen wordt. |
| Verlenging | Het tijdsblok ter plekke uitbreiden, als de agenda het toelaat. |
| Vermijdende hechting | Nabijheid als bedreigend ervaren en afstand nemen zodra het dichtbij komt. |
| Vernedering | Iemand met instemming lager zetten, in houding, in rang of in woorden. Het woord betekent letterlijk lager maken: het WNT voert vernederen eerst op voor bergen, muren en waterstanden die dalen, en pas als negende betekenis voor iemand oneer aandoen. Of het spel blijft, hangt niet af van hoe zwaar het is maar van één woord dat het stopt en dat ook wordt opgevolgd; in K.A. en A.D. tegen België (2005) woog het Europees Hof voor de Rechten van de Mens precies dat mee. Zie ook humiliation en degradatie. |
| Veto | Het recht van een partner om een bepaalde activiteit of een bepaald contact te verbieden, ongeacht wat de ander wil. Vooral relevant in poly- en cuckoldafspraken, en dus iets anders dan een stopwoord, dat een scène afbreekt, of een harde grens, die over jezelf gaat. Het woord is Latijn voor “ik verbied” en was in Rome het protest van de volkstribuun. In de praktijk is de zachte variant de lastigste: geen verbod, maar het contact zo onprettig maken dat het vanzelf ophoudt. |
| Vetting | Een mogelijke speelpartner natrekken voordat de afspraak doorgaat: profielen, referenties, videobellen. |
| Vibrator | Trillend seksspeeltje dat niets hoeft te penetreren, binnen BDSM veel gebruikt bij orgasmecontrole en overprikkeling. Ruim de helft van de vrouwen heeft er ooit een gebruikt. Het bekende verhaal dat Victoriaanse artsen er hysterie mee behandelden is in 2018 nagelopen op de bronnen en bleek nergens op te steunen. Zie ook magic wand en dildo. |
| Vier ruiters | De vier voorspellers van een breuk uit het onderzoek van John Gottman: kritiek, minachting, verdediging en muren optrekken. |
| Vingercondoom | Latex hoesje voor één vinger, gebruikt bij penetratie met de hand. |
| Vingeren | Met een of meer vingers een vagina of anus binnengaan. Nagels kort, handen schoon, glijmiddel binnen handbereik. |
| Violet wand | Handapparaat met een glazen elektrode die vonken op de huid laat overspringen, doorgaans 35 tot 65 kilovolt bij zeer lage stroom en hoge frequentie. Werkt met één pool, dus er loopt geen stroom door je lichaam heen zoals bij een kastje met twee pads; de vonk raakt alleen de bovenste laag huid. Bestaat met Tesla-spoel of volledig elektronisch, en die tweede heet in de scene een neon wand. Niet bij een pacemaker of ICD. |
| Vixen | De vrouw in een stag-en-vixenafspraak, dus dezelfde rol als de hotwife onder een naam die niets over trouwen zegt. Letterlijk een wijfjesvos, en in het Engels sinds de jaren 1570 ook een scheldwoord voor een kribbige vrouw. |
| Vliegenmepper | Huishoudelijk voorwerp met een veerkrachtige steel en een breed plat blad, in BDSM gebruikt als licht slagwerktuig voor impact play. De steel katapulteert het blad, dus je krijgt een scherpe tik op de huid en geen diepe dreun. De elektrische variant hoort hier niet bij: dat is een gaas dat insecten verbrandt, zonder regeling, en het staat twee keer in de brandwondenliteratuur. |
| Vloeistofbinding | Nederlandse term voor fluid bonding: de afgesproken kring waarbinnen zonder barrière gevrijd wordt. |
| Voetaanbidding | Voeten kussen, likken, masseren, ruiken of verzorgen als vorm van onderwerping. De rangorde komt uit de hoogte: de een zit, de ander zit lager, en er is geen touw of klap voor nodig. Anders dan bij boot worship voelt de ontvanger het, dus het werkt in twee richtingen. Er hoeft geen seks aan te pas te komen. Het Nederlands had er al eeuwen een woord voor, voetkus. |
| Voetfetisj | Seksuele opwinding door voeten, en de meest voorkomende fetisj die op een niet-geslachtelijk lichaamsdeel is gericht. Dit is waar het verlangen op mikt; voetaanbidding is de handeling. De bekendste verklaring, dat voet en geslachtsdeel in de hersenschors naast elkaar liggen, is in 2014 getoetst en niet bevestigd. |
| Voice play | Psychologisch spel met stem, toon en tempo in plaats van met handen. |
| Voorbinddildo | Dildo op een harnas dat om de heupen en tussen de benen wordt gedragen: de Nederlandse naam voor de strap-on, en het gereedschap waar pegging om draait. Het Nederlandse woord noemt het voorbinden en het Engelse de banden; voorbinden staat in het WNT met een vindplaats uit 1552, tussen de schorten en de schootsvellen. In druk is het jong: vier krantenartikelen tussen 1988 en 1997, waarvan er drie over televisie gaan. Zie ook dildo. |
| Voorspel | Alles wat aan penetratie voorafgaat. Voor veel mensen niet de opwarming maar het hoofdgerecht. |
| Voyeur | Iemand die opgewonden raakt van kijken naar anderen. Het woord benoemt de persoon; de voorkeur zelf heet voyeurisme. Frans leenwoord, in het Engels gedateerd op 1889, vierentwintig jaar ouder dan het woord voor de voorkeur. In de scene een zelfgekozen rol, daarbuiten meestal een verwijt; het Nederlandse woord is gluurder. |
| Voyeurisme | Opwinding door kijken naar anderen die naakt zijn, zich uitkleden of seks hebben. In een Zweedse bevolkingssteekproef meldde 7,7 procent dat ooit te hebben gevoeld. Kijken is in Nederland als zodanig niet strafbaar; een beeld maken met een verborgen apparaat wel (artikel 139f Sr). Op feesten geldt de huisregel: kijken mag, aanraken niet. |
| Vreemdelingenfantasie | Scenario waarin twee mensen spelen dat ze elkaar niet kennen. Vaak de eerste stap voor wie rollenspel wil proberen. |
| Vrijen | Nederlands woord voor seksueel contact, van zoenen en strelen tot geslachtsgemeenschap. Breder dan neuken en zonder de nadruk op penetratie. |
| Vroegtijdige zaadlozing | Klaarkomen eerder dan gewenst, zo vaak en zo hinderlijk dat er last van is. Komt veel voor en is goed te behandelen; huisarts en Thuisarts zijn het beginpunt, niet een pil van internet. |
| Vrouwelijke ejaculatie | Een kleine hoeveelheid melkachtig vocht uit de Skene-klieren rond de plasbuis. Iets anders dan squirten, al lopen de woorden door elkaar. |
| Vuistneuken | De letterlijke Nederlandse vertaling van fisting, en niet een ruwere variant ervan: de hand of een deel daarvan vaginaal of anaal inbrengen, waarbij de vuist pas binnenin ontstaat. Het woord klopt twee keer niet, want er gaat geen vuist naar binnen en neuken betekende oorspronkelijk stoten. Het kwam in 1987 via de aidsvoorlichting in de Nederlandse krant en staat er vijf keer in. Zie ook anale seks. |
| Vulva | Het geheel van de uitwendige geslachtsdelen: schaamlippen, clitoris en de opening van de vagina. Wordt vaak per ongeluk vagina genoemd, en dat is het inwendige deel. |
| Vulvodynie | Aanhoudende pijn aan de vulva zonder zichtbare oorzaak, vaak brandend of stekend. Een diagnose die de huisarts stelt; deze lijst legt het woord uit, de behandeling hoort in de spreekkamer. |
| Vuurspel | De Nederlandse verzamelnaam voor kortstondig vuur op de huid, en breder dan het Engelse fireplay: ook fire cupping en een brandende flogger vallen eronder. Het gevaar zit niet in de vlam maar in de fles, want de damp boven ethanol is bij kamertemperatuur al brandbaar en bijvullen is de handeling waarbij de ernstigste ongelukken gebeuren. Buiten de scene betekent vuurspel in 160 krantenartikelen sinds 1864 gewoon een vuurschouwspel. |
W
| Term | Wat het betekent |
|---|---|
| Wachtlijst | Lijst van mensen die wachten op een plek in de agenda. |
| WAM | Wet and Messy: spel met natte, plakkerige of smerige stoffen. Zie ook sploshing. |
| Wartenbergwiel | De Nederlandse naam voor de pinwheel, genoemd naar neuroloog Robert Wartenberg, die het instrument niet uitvond maar het in 1937 in JAMA aan Amerikaanse collega’s aanbeval als onmisbaar onderdeel van de dagelijkse uitrusting. Hij schreef die aanbeveling in een Amerikaans tijdschrift omdat hij tot de neurologen behoorde die na 1933 uit het Duitse vak werden verdreven. Het Nederlandse woord staat nul keer in het krantenarchief; het Duits heeft er wél een eigen woord voor. |
| Wasknijpers | Gewone houten of kunststof knijpers als goedkoop alternatief voor klemmen, op tepels, huidplooien of schaamlippen. De veer is de hele specificatie: er valt niets aan te stellen, dus hout klemt milder dan strak kunststof en zachter wordt het alleen door een ander merk of meer huid. Hout is bovendien poreus en dus niet echt schoon te maken. Aan een touwtje geregen vormen ze een rits. Zie ook knijpers en zipper. |
| Waterboarding | Water over een bedekt gezicht gieten om een verdrinkingsgevoel op te wekken. Zwaar edgeplay. |
| Watersports | Het Engelse jargonwoord voor hetzelfde gebied als plasseks: geven, ontvangen, kijken en ophouden. Het is het woord dat op contactsites en in clubregels wordt aangevinkt in plaats van uitgesproken; in een studie naar 6.837 profielen van Britse clubbezoekers stond het op 15 procent. In het Nederlands is het een valse vriend, want watersport betekent hier zeilen en surfen. Zie golden shower voor de hygiënevraag, want urine is niet steriel. |
| Waxplay | De Engelse naam voor de praktijk waarvan kaarsvet het materiaal is: gesmolten was op de blote huid, de warme kant van temperature play. Dat het kan terwijl huid al bij 44 °C beschadigt, komt doordat paraffine zijn warmte traag afstaat; in een studie in het Journal of Burn Care & Research lag was van 52 °C twintig minuten op de huid zonder gemelde bijwerkingen. De rode plek is vaatverwijding, geen schade. Welke kaars wel en niet kan, staat op kaarsvet. |
| Wederzijdse masturbatie | Elkaar tegelijk met de hand bevredigen, of samen masturberen zonder elkaar aan te raken. Vaak de eerste stap voor wie penetratie niet wil of niet kan. |
| Wensenlijst | Overzicht van wat iemand graag wil, als vertrekpunt voor het gesprek vooraf. |
| Wheel of Consent | Model van Betty Martin dat aanraking indeelt naar wie het doet en voor wie het is: nemen, toestaan, dienen, ontvangen. |
| Wheel of pain | Draaischijf met zelf ingevulde vakjes die bepaalt welke prikkel volgt: je draait eraan in plaats van te kiezen. Er is niets misgegaan, dus dit hoort bij funishment en niet bij straf; het rad maakt de aanleiding. Alles wat erop staat is vooraf goedgekeurd, en het safeword staat erboven. De naam komt van het molenrad uit Conan the Barbarian (1982). |
| White knight | Dominant die zichzelf als redder opwerpt en zo afhankelijkheid kweekt. |
| Wibble | Korte steek van onzekerheid als je je partner met iemand anders ziet. Geen echte jaloezie, wel even schrikken. |
| Wife sharing | Engelse volksterm voor een man die zijn vrouw met anderen deelt en daar zelf opwinding uit haalt. Zie candaulisme, waar het initiatief net zo bij hem ligt. |
| WIITWD | What it is that we do: bewust brede verzamelterm voor alles wat de scene doet, voor als BDSM te nauw voelt. Zie ook kink. |
| Wooden horse | Speelmeubel met een scherpe bovenrand waarop iemand schrijlings zit. Zie ook bok en judaszetel. |
| Woonpartner | Nederlandse term voor de nesting partner: degene met wie je een huis deelt binnen een polyamoureus netwerk. |
| Workshop | Les waarin een techniek wordt uitgelegd en meteen geoefend, van touw tot impact tot het gesprek vooraf. |
| Worship | Het kussen, likken, ruiken, masseren of verzorgen van een specifiek lichaamsdeel als vorm van overgave. Het woord noemt de handeling en niet het lichaamsdeel, dus het geldt voor voeten, laarzen, handen en spieren. Het Engelse worship komt van Oudengels weorðscipe, “de toestand van waardig zijn”: het kent waarde toe in plaats van begeerte uit te drukken, en dat is het verschil met een fetisj. In een onderzoek onder 1.580 vrouwen uit de kinkgemeenschap deed 61,20 procent er ooit aan. Zie ook boot worship en voetaanbidding. |
X
| Term | Wat het betekent |
|---|---|
| X-kruis | Het derde Nederlandse woord voor hetzelfde staande frame: voluit een andreaskruis, in een inventarislijst kortweg het kruis. De handel gebruikt deze vorm omdat andreaskruis in het Nederlands al bezet is door de spoorwegovergang, de heraldiek en de liturgie: 1.344 krantenartikelen, geen enkele over een speelmeubel. Op x-kruis geeft datzelfde archief er nul. |
Y
| Term | Wat het betekent |
|---|---|
| Yes/no/maybe-lijst | Lijst waarop je per activiteit ja, nee of misschien invult, meestal ook apart voor geven en ontvangen. De naam noemt de antwoordschaal en niet het onderwerp, en dat is de reden dat dezelfde lijst ook buiten de scene wordt gebruikt, door seksuologen en in de voorlichting. De middelste kolom is het hele punt: in vragenlijstonderzoek maakt het weglaten van een middenoptie de antwoorden niet scherper maar willekeuriger. Een misschien is bedoeld als “ja, mits”, dus zonder de voorwaarde erbij is het gewoon een nee. Zie ook kinklist, sublijst en domlijst. |
| YKINMK | Your kink is not my kink: iemands voorkeur respecteren zonder die zelf te delen, het tegengif tegen kinkshaming. Zie ook YKINMKBYKIOK en kink-friendly. |
| YKINMKBYKIOK | De volledige, uitgesproken vorm van YKINMK: “your kink is not my kink but your kink is ok”, met het “en dat is oké” er hardop achter. |
| YMMV | Your mileage may vary: wat voor de een werkt, werkt voor de ander niet. Veelgebruikt voorbehoud bij een tip of ervaring. Zie ook kinklist. |
| Yoni | Sanskriet voor vulva en vagina, in tantra gebruikt om er zonder klinische of platte lading over te praten. |
| Yonimassage | Langzame, aandachtige massage van vulva en vagina, zonder orgasme als doel. |
Z
| Term | Wat het betekent |
|---|---|
| Zaadretentie | Bewust niet ejaculeren, om energie of intimiteit vast te houden. Engels: semen retention. |
| Zachte grens | Een handeling die niet doorgaat tenzij er één vooraf genoemde voorwaarde bij komt: nee, tenzij. Wat de grens zacht maakt is die voorwaarde, niet de twijfel eromheen. Verschuiven kan tussen twee afspraken door en alleen door de eigenaar; wordt de voorwaarde tijdens de scène door een ander opgerekt, dan is dat een consent violation. Nederlandse naam voor de soft limit, en tegenhanger van de harde grens. |
| Zakdoekcode | Het Nederlandse woord voor de hanky code: een gekleurde zakdoek in je achterzak die zonder woorden vertelt wat je zoekt, met links gevend of dominant en rechts ontvangend. Een vorm van flagging. |
| Zapper | Klein apparaatje dat een korte elektrische prikkel geeft. Zie ook e-stim en TENS. |
| Zelfbondage | Jezelf vastbinden terwijl er niemand anders aanwezig is om je los te maken. Het Nederlandse woord voor autobondage, en de enige vorm die de Nederlandse krant haalde: drie annonces uit 1987, één ervan met de spelling zelf-bondage. Extra riskant omdat elke veiligheidsmaatregel bij dezelfde persoon ligt die het risico loopt: regel altijd een uitweg, een schaar binnen handbereik en een safety call. Zie ook jibaku. |
| Zelfregulatie | Jezelf terugbrengen naar rust zonder dat er iemand anders bij nodig is. |
| Zelfstandig sekswerker | Sekswerker die voor eigen rekening werkt, zonder club of bemiddelaar. |
| Zentai | Naadloos pak dat het hele lichaam inclusief hoofd bedekt. De fetisj zit in de volledige bedekking en in de anonimiteit. |
| Zintuiglijke deprivatie | Zintuigen wegnemen met blinddoek, oordoppen, kap of vacuümbed, zodat wat overblijft veel harder aankomt. Na een tijdje verliest de ontvanger het gevoel voor tijd. De uitgeschreven Nederlandse naam, en de zeldzaamste van de drie: het krantenarchief geeft er drie artikelen op, tegen eenenveertig voor sensorische deprivatie. Zie ook deprivatie en sensory deprivation. |
| Zintuiglijke focus | De Nederlandse naam voor sensate focus, zoals de seksuologie hem gebruikt. |
| Zintuiglijk spel | Alles wat huid en zintuigen prikkelt zonder dat machtsuitwisseling de kern is: veren, ijs, bont, kaarsvet, wieltjes, geluid. Populair beginpunt voor wie nog niets met pijn heeft. Het Nederlandse woord bleef in de scene ongebruikelijk omdat het in de zorg en de pedagogiek al bezet was; de enige krantenvindplaats, uit 1977, gaat over spelen met kinderen. Zie ook sensation play. |
| Zoenen | Kussen op de mond, met of zonder tong. Voor veel mensen intiemer dan seks zelf, en in betaald contact daarom vaak een aparte grens. |
| Zwangerschapsseks | Seks tijdens de zwangerschap. Meestal veilig, met houding en gevoeligheid als aandachtspunt. |
| Zweep | Verzamelnaam voor slaginstrumenten met een handvat en een of meer soepele strengen: flogger, single tail, bullwhip, kettingzweep. Het Nederlandse woord benoemt de beweging en niet het voorwerp: het hoort taalkundig bij zwaaien en zwiepen, en de oudste vindplaats is uit 1285. Daarom dekt één woord een dozijn heel verschillende dingen. |
| Zwijgplicht | Staande regel dat de onderdanige alleen spreekt als er iets gevraagd wordt: een gewoonte binnen high protocol, niet een verbod voor één scène zoals een spreekverbod. In gewoon Nederlands betekent het woord iets heel anders, namelijk de plicht om niet door te vertellen wat je beroepshalve hoort (artikel 88 Wet BIG, artikel 272 Sr). Geen woordenboek kent de scenebetekenis; het woord dook in 1905 op in een zaak over het beroepsgeheim van een journalist. Let op wie het gebruikt om je bij anderen weg te houden. |
Van BDSM-begrippenlijst naar sublijst
Woorden kennen is één ding. Weten wat je er zelf van wilt, is een heel ander verhaal.
Daarvoor bestaat de sublijst, ook wel checklist of yes/no/maybe-lijst genoemd. Je loopt alle activiteiten langs en zet erbij of het een ja is, een misschien, of een nee waar niet over te praten valt. De betere lijsten vragen ook of je iets wilt geven of ontvangen, en of je er al ervaring mee hebt. Dat laatste vakje zegt vaak meer dan de wens zelf.
Mijn eigen versie staat op de inspiratiepagina. Kruis aan wat je aanspreekt, laat de rest leeg. Wat je invult blijft van jou, en we doen er pas iets mee als jij dat wilt.
Wat zo’n lijst vooral doet: het gesprek op gang brengen. Een vakje aankruisen is nou eenmaal minder eng dan hardop uitspreken wat je wilt. En zodra het papier eenmaal op tafel ligt, praat je vanzelf door.
Een ingevulde lijst is trouwens geen contract. Het is een momentopname tussen twee specifieke mensen, op één specifieke avond. Wat vandaag een nee is, kan volgend jaar een misschien zijn. Andersom net zo goed.
Wat de betekenis van een term niet vertelt
Elke term hierboven zegt wát iets is. Geen enkele zegt hoe het voelt.
Dat is geen luiheid. Je kunt subspace omschrijven als een zweverige, euforische toestand, en dan weet je nog steeds niet hoe het is om er zelf in weg te zakken. Hetzelfde geldt voor het moment waarop een touw voor het eerst echt strak trekt. Of voor de stilte daarna, als iemand een deken over je heen legt en verder niets zegt.
Woorden zijn het gereedschap waarmee je de afspraak maakt. Meer niet.
Blijft er iets aan je haken?
Loop deze lijst eens door en je blik blijft ergens hangen. Bij twee termen, misschien drie. Dat betekent nog niet dat je het wilt doen. Wel dat het de moeite waard is om er een keer over te praten.
Stuur me een appje als je daar zin in hebt. Geen druk, geen verplichtingen, ik app rustig terug. Zoek je iemand die deze taal spreekt en weet waar de grenzen liggen: kijk bij BDSM-date of boek me direct.
Termen met een eigen pagina
Sommige woorden zijn met één regel niet af. Die staan hieronder als kaartje, met een eigen pagina erachter: waar het vandaan komt, hoe het in de praktijk gaat, wat mensen erin zoeken en wat je beter niet doet als je het zelf wilt proberen. Er komen er langzaam bij. Ik lees eerst wat er aan onderzoek over bestaat, en dat kost tijd.
