
Begrippenlijst
Overgang
Vier woorden die vaak door elkaar lopen, terwijl de richtlijn ze scherp uit elkaar houdt: overgang, perimenopauze, menopauze en postmenopauze.
Wat is de overgang?
De overgang (Engels: menopause of the menopausal transition) is volgens de huisartsenrichtlijn “de periode van een veranderend menstruatiepatroon en de eerste menstruatievrije jaren, waarin een vrouw klachten en symptomen kan ervaren die een relatie hebben met een veranderende ovariële functie”. De menopauze zelf is één moment daarin: de laatste menstruatie.
| Engelse term | menopause voor het moment, menopausal transition of perimenopause voor de periode |
| Overgang | de hele periode van veranderende cyclus tot de eerste jaren zonder menstruatie |
| Menopauze | de laatste menstruatie, pas achteraf vast te stellen, één jaar later |
| Perimenopauze | de periode vóór de menopauze tot één jaar erna; duurt gemiddeld 4 tot 6 jaar |
| Postmenopauze | de periode vanaf één jaar na de laatste menstruatie |
| Gemiddelde leeftijd in Nederland | 50 tot 51 jaar; bij vrouwen die roken lager |
De vier woorden uit elkaar gehaald
Ze worden door elkaar gebruikt, en de richtlijn houdt ze scherp uit elkaar.
De NHG-Standaard De overgang definieert ze zo:
- Overgang. De periode van een veranderend menstruatiepatroon en de eerste menstruatievrije jaren.
- Menopauze. “De laatste menstruatie in het leven van een vrouw; het tijdstip van de menopauze wordt retrospectief bepaald 1 jaar na de laatste menstruatie.”
- Perimenopauze. “De periode voor de menopauze waarin de menstruaties veranderen, tot 1 jaar na de laatste menstruatie.”
- Postmenopauze. “De periode vanaf 1 jaar na de laatste menstruatie.”
Daarnaast kent de standaard vroegtijdige overgang: een menopauze vóór het veertigste jaar. De omschrijvingen van menopauze, peri- en postmenopauze volgen de definities van de Wereldgezondheidsorganisatie.
Wat daaruit volgt is praktisch. Je weet pas een jaar ná je laatste menstruatie dat het de laatste wás, wat betekent dat iemand die zegt “ik zit in de menopauze” vrijwel altijd de perimenopauze bedoelt en dat pas achteraf kan bevestigen. Verwarrend, maar zo is het gedefinieerd.
De cijfers voor Nederland
Uit de huisartsenrichtlijn, en ze zijn concreter dan de meeste voorlichting.
De gemiddelde leeftijd waarop Nederlandse vrouwen de menopauze bereiken is 50 tot 51 jaar. Bij vrouwen die roken ligt die gemiddelde leeftijd lager. Of hij verschilt tussen etnische achtergronden is niet bekend.
Ongeveer 80 procent van de vrouwen heeft vasomotorische symptomen, de opvliegers en nachtelijke zweetaanvallen. Die worden het vaakst gemeld in het eerste jaar na de menopauze, en de duur “loopt uiteen en bedraagt doorgaans 3-7 jaar, soms langer”.
De perimenopauze duurt gemiddeld ongeveer vier tot zes jaar, al kunnen vrouwen de menopauze ook na een korte periode van onregelmatige cycli bereiken. De richtlijn benadrukt dat het individuele beloop en de hinder van de klachten sterk variëren en niet goed te voorspellen zijn.
In de huisartsenpraktijk is de incidentie van overgangsklachten 26 per 1000 vrouwen per jaar in de leeftijdsgroep 45 tot 64 jaar.
Wat er met seks gebeurt
Twee dingen, en het tweede wordt vaker gevoeld dan besproken.
Het eerste is lichamelijk. De prevalentie van klachten van vaginale atrofie neemt na de menopauze toe en is vier tot vijf jaar postmenopauzaal het hoogst. Volgens de richtlijn ervaart ongeveer 15 procent van de perimenopauzale vrouwen en 30 procent van de postmenopauzale vrouwen zulke klachten.
Thuisarts.nl, dat op dezelfde standaard is gebaseerd, formuleert het gevolg in gewone taal: “Het duurt langer voor je vagina vochtig wordt als je zin in seks hebt.” Ongeveer drie op de tien vrouwen heeft daar last van.
Het tweede is dat de richtlijn een instructie geeft die zelden wordt doorgegeven. Bij pijn tijdens seks staat er: “Bespreek bij klachten van dyspareunie het belang van adequate stimulatie en opwinding voor voldoende lubricatie.”
Dat is geen bijzin. Er staat dat meer tijd en betere opbouw onderdeel van de aanpak zijn, en niet alleen een tube glijmiddel. Hoe opwinding en verlangen zich tot elkaar verhouden staat bij seksuele responscyclus.
Waarom vaginale atrofie tegenwoordig anders heet
Omdat de oude term te smal was voor wat mensen werkelijk merken.
David Portman en Margery Gass publiceerden in 2014 in Maturitas de uitkomst van een consensusconferentie van de International Society for the Study of Women’s Sexual Health en The North American Menopause Society. Beide besturen namen dat jaar formeel een nieuwe term aan: genitourinary syndrome of menopause, afgekort GSM.
Het bezwaar tegen vulvovaginale atrofie was dat het woord het uiterlijk beschrijft zonder iets te zeggen over klachten, en dat het de lagere urinewegen buiten beschouwing laat. GSM bundelt drie groepen symptomen: genitale (“dryness, burning, and irritation”), seksuele (“lack of lubrication, discomfort or pain, and impaired function”) en urinaire (“urgency, dysuria and recurrent urinary tract infections”).
De Nederlandse richtlijn gebruikt nog steeds vaginale atrofie. Kom je de afkorting GSM tegen in internationale literatuur of bij een gynaecoloog, dan gaat het over hetzelfde gebied, ruimer opgevat.
Waarom de overgang zo verschillend uitpakt
Omdat er geen vast beloop is, en dat is geen slordigheid in het onderzoek maar de bevinding zelf.
De richtlijn zegt het twee keer, en dat is opvallend voor een tekst die verder zuinig is met nadruk. Over de klachten: het individuele beloop en de hinder van vasomotorische symptomen “varieert en is niet goed te voorspellen”. Over de duur: vrouwen kunnen de menopauze ook bereiken na een korte periode van onregelmatige cycli, in plaats van na de gemiddelde vier tot zes jaar.
Zelfs de bloedwaarde helpt niet. De FSH-spiegel, het hormoon dat stijgt naarmate de eicelvoorraad afneemt, “kan in de perimenopauze sterk wisselen en heeft geen voorspellende waarde”. Meten zegt hier weinig.
Praktisch betekent dat twee dingen. Een test die je vertelt waar je zit bestaat niet, en de ervaringen van vriendinnen zeggen weinig over jouw beloop. Wat wel telt is wat je zelf merkt over langere tijd.
Wat de richtlijn over behandeling zegt
Twee dingen die vaak door elkaar lopen, en de standaard scheidt ze streng.
Voor opvliegers en nachtelijke zweetaanvallen geldt: “Alleen bij vasomotorische klachten is er een indicatie voor hormoontherapie.” Dat is een smallere indicatie dan veel mensen denken. De standaard schrijft daarnaast voor dat de arts uitlegt dat die klachten fluctueren en dat het beloop per persoon niet goed te voorspellen is.
Voor vaginale klachten ligt het anders. Daar zijn twee gelijkwaardige routes: indifferente middelen zoals een vochtinbrengende gel of een crème met hyaluronzuur, en vaginaal oestrogeen. Dat laatste is nieuw in deze versie van de standaard; indifferente middelen zijn “een gelijkwaardige optie geworden aan lokale behandeling met oestrogeen”.
Het verschil zit in het tempo. Indifferente middelen geven “een directe, maar kortdurende klachtenvermindering”. Bij vaginaal oestrogeen “kan het tot 2 maanden duren voordat het effect optimaal is”, en de eerste dagen kan het branderig aanvoelen.
Wat je daaraan hebt als je erover begint bij je huisarts: dit is een gesprek met opties en geen enkel voorschrift. Welke route bij jou past is aan jullie samen, en deze pagina schrijft niets voor.
Wat mensen verkeerd denken over de overgang
“Menopauze en overgang zijn hetzelfde.” De menopauze is één menstruatie, achteraf aangewezen. De overgang is de hele periode eromheen.
“Je weet wanneer je erin zit.” Pas een jaar na je laatste menstruatie staat vast dat het de laatste was. Daarvoor is het perimenopauze, en de richtlijn merkt op dat de FSH-spiegel in die fase sterk kan wisselen en geen voorspellende waarde heeft.
“Het duurt een paar maanden.” De perimenopauze duurt gemiddeld vier tot zes jaar, en opvliegers doorgaans drie tot zeven jaar.
“Droogheid los je op met glijmiddel.” Dat helpt, maar de richtlijn noemt bij pijn tijdens seks uitdrukkelijk ook het belang van voldoende stimulatie en opwinding. Tijd is hier een middel.
“Iedereen heeft er evenveel last van.” De standaard stelt juist dat het individuele beloop en de hinder sterk variëren en niet goed te voorspellen zijn.
Wat je hiermee kunt
- Gebruik het juiste woord als je erover praat met een arts. Perimenopauze en postmenopauze zeggen iets anders, en het scheelt uitleg.
- Reken op jaren, niet op maanden. Dat verandert wat je van jezelf verwacht.
- Neem meer tijd voor opbouw als seks pijn gaat doen. De richtlijn noemt dat expliciet als onderdeel van de aanpak.
- Meld het bij je huisarts als klachten je leven beïnvloeden. De incidentie in de huisartsenpraktijk laat zien dat je daar niet de eerste mee bent.
- Vraag naar beide routes bij vaginale klachten. De richtlijn noemt indifferente middelen en vaginaal oestrogeen als gelijkwaardig, met een verschil in hoe snel ze werken.
- Verwacht geen vaste route. Dat het beloop niet te voorspellen is, staat in de richtlijn zelf. Deze pagina legt een begrip uit en is geen medisch advies.
Meer lezen over de overgang
Binnen deze begrippenlijst legt de seksuele responscyclus uit waarom opwinding en verlangen niet in een vaste volgorde komen, en beschrijft libido hoe vaak periodes met weinig zin voorkomen, ook los van de overgang.
Buiten deze site is Thuisarts.nl de patiëntenversie van dezelfde richtlijn en daarmee het beste startpunt. Wie de onderbouwing wil, vindt die in de NHG-Standaard zelf.
Waar dit op deze site past
Een deel van de vrouwen die mij schrijft is rond deze leeftijd, en de vraag die dan meekomt gaat zelden over hormonen. Meestal gaat het over of het nog kan zoals het was. Wat een afspraak inhoudt als je vooral tijd en rust zoekt, staat bij intiem samenzijn.
Bronnen
- NHG-Standaard De overgang (M73). Nederlands Huisartsen Genootschap, versie 3.0, juni 2022. De richtlijn waarop Nederlandse huisartsen hun beleid baseren. Levert de definities van overgang, menopauze, perimenopauze, postmenopauze en vroegtijdige overgang, de vaststelling dat die conform de definities van de Wereldgezondheidsorganisatie zijn, de gemiddelde leeftijd van 50 tot 51 jaar en het gegeven dat die bij rokers lager ligt, het percentage van ongeveer 80 procent met vasomotorische symptomen met een duur van doorgaans 3 tot 7 jaar, de gemiddelde duur van de perimenopauze van 4 tot 6 jaar, de prevalentie van vaginale atrofie bij ongeveer 15 procent van de perimenopauzale en 30 procent van de postmenopauzale vrouwen, de incidentie van 26 per 1000 vrouwen per jaar in de leeftijd 45 tot 64, en de aanbeveling “Bespreek bij klachten van dyspareunie het belang van adequate stimulatie en opwinding voor voldoende lubricatie”. De officiële uitgave op
richtlijnen.nhg.orgblokkeert geautomatiseerde toegang; dit is een integraal gepubliceerd exemplaar van dezelfde standaard. - Ik ben in de overgang. Thuisarts.nl, Nederlands Huisartsen Genootschap. De patiëntenversie, gebaseerd op bovenstaande standaard. Levert de leeftijdsrange van 40 tot 60 jaar waarin de overgang kan beginnen, de gemiddelde menopauzeleeftijd van 51 jaar, de vaststelling dat 8 van de 10 vrouwen opvliegers heeft, dat ongeveer 3 van de 10 vrouwen last heeft van vaginale droogheid, en de zin “Het duurt langer voor je vagina vochtig wordt als je zin in seks hebt”.
- Genitourinary syndrome of menopause: new terminology for vulvovaginal atrophy from the International Society for the Study of Women’s Sexual Health and the North American Menopause Society. David J. Portman & Margery L. S. Gass namens het Vulvovaginal Atrophy Terminology Consensus Conference Panel, Maturitas 79(3), 349–354, 2014 (DOI 10.1016/j.maturitas.2014.07.013). Levert de invoering van de term genitourinary syndrome of menopause, de formele bekrachtiging door de besturen van beide verenigingen in 2014, het bezwaar dat vulvovaginale atrofie het uiterlijk beschrijft zonder klachten te benoemen en de lagere urinewegen buiten beschouwing laat, en de drie symptoomgroepen genitaal (“dryness, burning, and irritation”), seksueel (“lack of lubrication, discomfort or pain, and impaired function”) en urinair (“urgency, dysuria and recurrent urinary tract infections”).
Verwante begrippen
De overgang is de periode; de begrippen hieronder gaan over wat er in die periode met seks gebeurt.
- Seksuele responscyclus. Waarom opwinding tijd vraagt, en waarom verlangen ook later kan komen.
- Libido. Hoe vaak periodes met weinig zin voorkomen, en wanneer het een probleem heet.
- Hechtingsstijl. Wat er met nabijheid gebeurt als het lichaam verandert en het gesprek moeilijker wordt.
- Vaginisme. Pijn bij penetratie met een ander mechanisme eronder, waarbij de bekkenbodem onwillekeurig samentrekt.
Veelgestelde vragen
Wat mensen nog vragen over de overgang.
Wat is de overgang?
De huisartsenrichtlijn omschrijft de overgang als “de periode van een veranderend menstruatiepatroon en de eerste menstruatievrije jaren, waarin een vrouw klachten en symptomen kan ervaren die een relatie hebben met een veranderende ovariële functie”. Het is dus een periode, geen moment. De menopauze is het moment daarbinnen: je laatste menstruatie.
Wat is het verschil tussen overgang en menopauze?
De menopauze is één menstruatie: de laatste. Het tijdstip wordt pas achteraf vastgesteld, een jaar later. De overgang is de hele periode eromheen. Daarbinnen loopt de perimenopauze van de eerste veranderende cyclus tot een jaar na de laatste menstruatie, en begint de postmenopauze daarna. Wie zegt “ik zit in de menopauze” bedoelt dus vrijwel altijd de perimenopauze.
Hoe lang duurt de overgang?
De perimenopauze duurt gemiddeld ongeveer vier tot zes jaar, al kan de menopauze ook na een korte periode van onregelmatige cycli komen. Opvliegers en nachtelijke zweetaanvallen komen bij ongeveer 80 procent van de vrouwen voor en duren doorgaans drie tot zeven jaar, soms langer. De richtlijn benadrukt dat het individuele beloop niet goed te voorspellen is.
Wat doet de overgang met seks?
Ongeveer 15 procent van de perimenopauzale en 30 procent van de postmenopauzale vrouwen ervaart klachten van vaginale atrofie. Thuisarts.nl zegt het praktisch: “Het duurt langer voor je vagina vochtig wordt als je zin in seks hebt.” De richtlijn geeft daarbij een aanbeveling die zelden wordt doorgegeven: bespreek bij pijn tijdens seks “het belang van adequate stimulatie en opwinding voor voldoende lubricatie”. Meer tijd is dus onderdeel van de aanpak.
Bij wie kun je terecht met vragen over de overgang?
Bij je huisarts, en Thuisarts.nl is de patiëntenversie van dezelfde richtlijn waarop die zich baseert. Deze pagina legt een begrip uit en is geen medisch advies. Zoek je vooral tijd en rust, en vraag je je af of het nog kan zoals het was, dan lees je bij intiem samenzijn wat een afspraak met mij inhoudt.
Meer weten
Nog vragen over een afspraak?
Ik ben Victor. Een deel van de vrouwen die mij schrijft is rond deze leeftijd, en de vraag gaat dan zelden over hormonen. Meestal gaat het over of het nog kan zoals het was. Schrijf gerust; er zit geen verplichting aan vast en ik antwoord discreet.
Closing CTA on /term/overgang, rendered by GlossaryTerm.astro as the last block
on the page. Pairs with the final FAQ item 05-learn-more-about-menopause.md,
which sends complaints to the GP first. This term falls under the owner’s
2026-08-12 decision that the medical pillars name and refer, so no service.md and
nothing here that reads as a remedy. This body text is never rendered.
