Naar hoofdinhoud
Close-up van een opengeslagen boek met een potlood tussen de bladzijden, in zwart-wit

Begrippenlijst

Ethische non-monogamie

Het woord waar polyamorie, de open relatie en swingen allemaal onder vallen, en dat op één ding staat of valt: dat iedereen het weet.

Wat is ethische non-monogamie?

Ethische non-monogamie (Engels: ethical non-monogamy, meestal afgekort tot ENM) is de verzamelnaam voor relatievormen waarin iemand meer dan één seksuele of romantische band heeft en alle betrokkenen dat weten en ermee instemmen. Het woord ethisch slaat op precies dat: openheid vooraf, niet op de vorm zelf. Zonder die instemming heet het vreemdgaan.

Engelse termethical non-monogamy (ENM) en consensual non-monogamy (CNM). Beide zijn in gebruik; het onderzoek publiceert vrijwel altijd onder CNM
Ook bekend alsconsensuele non-monogamie, CNM; in het Nederlands ook wel open relatie als losse vorm
Vormen eronderpolyamorie, swingen, de open relatie en relatieanarchie
Tegenpoolmonogamie
Niet te verwarren metvreemdgaan. Het onderscheid is niet het aantal partners maar of iedereen het weet
Waar het op staat of valtde afspraak vooraf, en dat die opnieuw besproken wordt zodra hij knelt

Wat ethische non-monogamie in de praktijk betekent

Het is geen relatievorm maar een categorie, en dat is de meest gemaakte denkfout.

Roos Reijbroek omschrijft het in Systeemtherapie als “een parapluterm voor veel verschillende manieren waarop mensen niet monogaam leven, en daar met elkaar afspraken over hebben gemaakt”. Onder die paraplu staan vormen die onderling weinig op elkaar lijken.

Twee voorbeelden die dat verschil laten zien. Een stel spreekt af dat ze samen naar een parenclub gaan en daar met anderen spelen, maar dat er buiten die avonden niets gebeurt en dat er geen telefoonnummers worden uitgewisseld. Dat is swingen: de non-monogamie zit in een afgebakende setting, en de romantische exclusiviteit blijft intact.

Een ander stel spreekt af dat allebei een tweede relatie mogen opbouwen, met gevoelens erbij, en dat ze elkaar op de hoogte houden van hoe die relaties lopen. Dat is polyamorie: hier is juist de romantische exclusiviteit losgelaten, terwijl de seksuele afspraken misschien strenger zijn dan bij het eerste stel.

Beide vallen onder ENM. Wie de paraplu voor een van de vormen aanziet, praat langs de ander heen. Dat gebeurt vaak.

Welke vormen er onder ethische non-monogamie vallen

Vier, en ze verschillen op de vraag wat er precies gedeeld wordt.

  1. Swingen. Reijbroek omschrijft het als “samen seks hebben in specifieke settings (zoals in een parenclub of met een ander koppel)”. Seks buiten de relatie, meestal samen en in een afgebakende context.
  2. De open relatie. Partners “gunnen het elkaar om seksuele en/of romantische contacten naast de partnerrelatie te hebben”. Anders dan bij swingen gebeurt dat vaak apart.
  3. Polyamorie. Het aangaan van “meerdere betekenisvolle verbindingen of relaties”. Hier draait het om gevoelens en niet alleen om seks.
  4. Relatieanarchie. Het uitgangspunt dat “elk contact in iemands leven belangrijk is en dus wordt er geen morele hiërarchie gemaakt”. Geen vaste rangorde tussen partner, vriend en minnaar.

De grenzen lopen door elkaar. Een stel kan swingen en daarnaast een doorlopende band met iemand anders hebben, waarbij geen van de vier woorden precies dekt wat ze doen en ze er zelf ook geen gebruiken. Etiketten zijn hier zeldzamer dan de literatuur suggereert.

Waar het woord ethische non-monogamie vandaan komt

Uit de beweging zelf, en later dan mensen denken.

Het kader werd gepopulariseerd door The Ethical Slut van Dossie Easton en Janet Hardy, in 1997 uitgebracht bij Greenery Press. De encyclopedische ingang noemt ruim tweehonderdduizend verkochte exemplaren en de bijnaam “the poly bible”. Easton en Hardy leerden elkaar in 1992 kennen via de Society of Janus, een BDSM-organisatie, wat verklaart waarom het vocabulaire van instemming in beide werelden zo op elkaar lijkt.

Het boek muntte de frase ethical non-monogamy niet. Het zette het ethische kader neer, en de term groeide daarna in de gemeenschap. Het woord polyamorie heeft wel een aanwijsbare bedenker: Morning Glory Zell, in 1990.

Het boek is ook bekritiseerd. Onderzoeker Andrea Waling wijst erop dat het idee van een schaarste-economie versimpelt, dat monogamie er te negatief afkomt, en dat het “universal assumptions about people’s experiences” doet. Wie het leest als handleiding leest het verkeerd; als tijdsdocument klopt het.

Hoe vaak ethische non-monogamie voorkomt

Vaker dan het stigma doet vermoeden, al komt het harde cijfer uit de Verenigde Staten.

M. L. Haupert en collega’s legden twee landelijke steekproeven van alleenstaande Amerikanen dezelfde vraag voor en publiceerden dat in The Journal of Sex & Marital Therapy. In de eerste steekproef (3.905 mensen) zei 21,9 procent ooit in een consensueel non-monogame relatie te hebben gezeten; in de tweede (4.813 mensen) 21,2 procent. Ruim een op de vijf.

Het opvallendste zit in wat er níet uitmaakte. Bijna alles. Het percentage verschilde niet naar leeftijd, opleiding, inkomen, religie, regio, politieke voorkeur of afkomst. Het verschilde wel naar geslacht en naar seksuele oriëntatie: mannen rapporteerden het vaker dan vrouwen, en homoseksuele, lesbische en biseksuele deelnemers vaker dan heteroseksuele.

Een Nederlands bevolkingscijfer heb ik niet gevonden. Reken het Amerikaanse getal dus niet één op één door naar Nederland; wat het wel laat zien is dat dit geen randverschijnsel van één subcultuur is.

Waarom mensen voor ethische non-monogamie kiezen

Om uiteenlopende redenen, en het onderzoek is er stellig over dat het niet ten koste gaat van wat mensen aan hun relatie hebben.

Dat laatste is het scherpst gemeten in een meta-analyse van Joel Anderson en collega’s in The Journal of Sex Research. Zij brachten 35 studies samen, goed voor 24.489 deelnemers, en vonden geen verschil: monogame en non-monogame mensen rapporteren evenveel relatietevredenheid en evenveel seksuele tevredenheid. Dat gold ook binnen de subgroepen, dus ongeacht of het om een open, polyamoreuze of monogamish afspraak ging, en ongeacht of je naar vertrouwen, toewijding of intimiteit keek.

Wat het per betrokkene oplevert verschilt:

  • Voor wie het initiatief neemt is de winst meestal ruimte: iets kunnen verkennen zonder de bestaande relatie te hoeven opgeven.
  • Voor de partner die meegaat zit de opbrengst vaker in wat het gesprek zelf losmaakt. Om dit te kunnen afspreken moet je uitspreken wat je wilt, en dat is voor veel stellen de eerste keer dat het zo concreet wordt.
  • Voor een stel samen verdwijnt de aanname dat één persoon alles moet leveren. Dat is precies wat mensen die het doen als winst noemen.

Dat gelijke gemiddelde zegt intussen niets over jouw relatie. Een meta-analyse meet groepen, geen stellen. Wie hieraan begint om een probleem op te lossen dat er al is, verplaatst het probleem meestal alleen.

Wat mensen verkeerd denken over ethische non-monogamie

“Dat is vreemdgaan met een mooi woord.” Het verschil is het enige dat telt: bij ENM weet iedereen het en heeft iedereen ingestemd. Sprott en Schechinger vatten CNM in The Family Psychologist samen als “an agreed-upon, sexually non-exclusive relationship”. Het woord agreed-upon is de hele definitie.

“Monogame stellen zijn gelukkiger.” De meta-analyse van Anderson en collega’s vond over 35 studies en bijna 25.000 mensen geen enkel verschil, niet in relatietevredenheid en niet in seksuele tevredenheid. Er was ook geen aanwijzing voor publicatiebias, dus het is geen kwestie van gunstige uitkomsten die vaker gepubliceerd raken.

“Mensen die dit doen hebben er geen last van.” Wel degelijk, maar van de omgeving. Sprott en Schechinger stellen dat “more than half of CNM-identified individuals have experienced anti-CNM discrimination in some form”, en dat de bijbehorende minderheidsstress samengaat met meer gerapporteerde somberheid en angst. De schade zit in het stigma, niet in de relatievorm.

“Dat stigma valt wel mee.” Rhonda Balzarini en collega’s onderzochten dat bij 641 mensen voor Frontiers in Psychology. Zolang je “non-monogaam” als één categorie aanbiedt, beoordelen zelfs non-monogame deelnemers monogame mensen gunstiger. Maar zodra je de vormen apart benoemt, verdwijnt dat grotendeels: dan waarderen ze hun eigen vorm even hoog als monogamie. Het halo-effect rond monogamie, door de onderzoekers omschreven als “a cognitive bias in which an individual is rated positively based on a single attribute”, hangt dus deels aan het etiket.

Wat je kunt doen als dit je nieuwsgierig maakt

  • Begin bij de vraag wat je precies wilt, niet bij welk woord erop past. Seks, verliefdheid, aandacht en avontuur vragen elk om een andere afspraak.
  • Zeg het hardop voordat er iets gebeurt. De volgorde is het hele verschil tussen dit en vreemdgaan.
  • Spreek af wat je terugkoppelt. Alles, alleen de grote lijnen, of niets: alle drie werken, mits het van tevoren vaststaat.
  • Zet een moment in de agenda om het te herzien. Een afspraak die je nooit meer bespreekt, is over een half jaar een andere afspraak geworden zonder dat iemand dat heeft gezegd.
  • Doe dit niet om iets te repareren. Als er nu al iets scheef zit, wordt het er niet minder scheef van.
  • Houd rekening met de omgeving. Het stigma is gemeten en het is reëel; met wie je dit deelt is een aparte beslissing.

Meer lezen over ethische non-monogamie

Binnen deze begrippenlijst gaan polyamorie, swingen en monogamie dieper in op de afzonderlijke vormen, en legt compersie uit wat het tegenovergestelde van jaloezie in deze context betekent.

Buiten deze site is het artikel van Roos Reijbroek in Systeemtherapie het meest bruikbare Nederlandstalige stuk: het is voor therapeuten geschreven, maar het beschrijft de vormen preciezer dan de meeste populaire bronnen. Wie de cijfers zelf wil nalezen, vindt de meta-analyse van Anderson en collega’s en het prevalentieonderzoek van Haupert en collega’s.

Waar dit op deze site past

Veel vrouwen en stellen die mij benaderen zijn hier ergens mee bezig zonder dat ze er een woord voor hebben. Soms is de vraag of een derde erbij kan, soms of één avond met iemand anders binnen de afspraak past. Wat dat betekent voor een date met mij, en hoe we dat vooraf doornemen, staat op de pagina over koppels.

Bronnen

  • Prevalence of Experiences With Consensual Nonmonogamous Relationships: Findings From Two National Samples of Single Americans. M. L. Haupert, Amanda N. Gesselman, Amy C. Moors, Helen E. Fisher & Justin R. Garcia, Journal of Sex & Marital Therapy 43(5), 424–440, 2017 (DOI 10.1080/0092623X.2016.1178675). Twee op de Amerikaanse census gebaseerde quotasteekproeven onder alleenstaanden. Levert de deelnemersaantallen 3.905 en 4.813, de percentages 21,9 en 21,2 voor het ooit hebben van een consensueel non-monogame relatie, de vaststelling dat dit niet varieerde met leeftijd, opleiding, inkomen, religie, regio, politieke voorkeur of afkomst, en dat het wel varieerde met geslacht en seksuele oriëntatie.
  • Countering the Monogamy-Superiority Myth: A Meta-Analysis of the Differences in Relationship Satisfaction and Sexual Satisfaction as a Function of Relationship Orientation. Joel R. Anderson, Jordan D. X. Hinton, Alena Bondarchuk-McLaughlin, Scarlet Rosa, Kian Jin Tan & Lily Moor, The Journal of Sex Research 63(1), 130–142, 2026 (DOI 10.1080/00224499.2025.2462988). Meta-analyse over 35 studies met samen 24.489 deelnemers. Levert de nuluitkomsten voor relatietevredenheid en seksuele tevredenheid, de vaststelling dat die niet varieerden naar steekproefkenmerken, afspraaktype of tevredenheidsdimensie, en dat er geen aanwijzing voor publicatiebias was. De uitgeverssite blokkeert geautomatiseerde toegang; het abstract is via Europe PMC gelezen en die link staat hierboven.
  • Dimming the “Halo” Around Monogamy: Re-assessing Stigma Surrounding Consensually Non-monogamous Romantic Relationships as a Function of Personal Relationship Orientation. Rhonda N. Balzarini, Erin J. Shumlich, Taylor Kohut & Lorne Campbell, Frontiers in Psychology 9, 894, 2018 (DOI 10.3389/fpsyg.2018.00894). Onderzoek onder 641 deelnemers. Levert de omschrijving van het halo-effect als “a cognitive bias in which an individual is rated positively based on a single attribute”, en de bevinding dat het effect grotendeels verdwijnt zodra de afzonderlijke relatievormen apart worden beoordeeld in plaats van als één categorie.
  • Consensual non-monogamy: A brief summary of key findings and recent advancements. Richard A. Sprott & Heath Schechinger, The Family Psychologist, uitgave van Division 43 van de American Psychological Association, 1 april 2019. Levert de brede definitie “an agreed-upon, sexually non-exclusive relationship”, de vaststelling dat meer dan de helft van de mensen die zich als CNM identificeren een vorm van discriminatie heeft meegemaakt, en het verband tussen de bijbehorende minderheidsstress en hogere zelfgerapporteerde somberheid en angst.
  • Consensuele non-monogamie in de spreekkamer. Roos Reijbroek, Systeemtherapie 37(2), 2025. Het Nederlandstalige vakartikel dat de vormen benoemt. Levert de omschrijving van CNM als “een parapluterm voor veel verschillende manieren waarop mensen niet monogaam leven, en daar met elkaar afspraken over hebben gemaakt”, en de omschrijvingen van swingen, de open relatie, polyamorie en relatieanarchie die op deze pagina zijn overgenomen.
  • The Ethical Slut. Encyclopedische ingang over het boek van Dossie Easton en Janet Hardy, Greenery Press 1997, met latere drukken in 2009 en 2017. Levert het verschijningsjaar en de uitgever, de oplage van ruim tweehonderdduizend exemplaren, de bijnaam “the poly bible”, de kennismaking van de auteurs via de Society of Janus in 1992, en de kritiek van Andrea Waling op het schaarste-idee en op de “universal assumptions about people’s experiences”.

Verwante begrippen

Ethische non-monogamie is de paraplu; de vormen eronder hebben elk hun eigen pagina.

  • Polyamorie. Meerdere liefdesrelaties tegelijk, met medeweten van iedereen.
  • Swingen. Seks buiten de relatie in een afgebakende setting, meestal samen.
  • Monogamie. De tegenpool, en de norm waar het stigma aan hangt.
  • Compersie. Plezier voelen om wat je partner met iemand anders beleeft.
  • Metamour. De partner van je partner, en wat die verhouding met je doet.
  • NRE. De verliefdheidsroes bij een nieuwe band, en waarom die de bestaande relatie raakt.
  • Relatieanarchie. De vorm die het verst gaat: geen rangorde tussen soorten banden.
  • Ambiamoureus. Het woord voor het middenveld, voor wie beide vormen even goed passen.

Veelgestelde vragen

Wat mensen nog vragen over ethische non-monogamie.

  1. Wat is ethische non-monogamie?

    Ethische non-monogamie, meestal afgekort tot ENM, is de verzamelnaam voor relatievormen waarin iemand meer dan één seksuele of romantische band heeft en alle betrokkenen dat weten en ermee instemmen. Het is geen relatievorm op zichzelf maar een paraplu: polyamorie, swingen, de open relatie en relatieanarchie vallen er allemaal onder. Het woord ethisch slaat op de instemming vooraf, niet op de vorm.

  2. Is ethische non-monogamie hetzelfde als vreemdgaan?

    Nee, en het onderscheid is niet het aantal partners maar de volgorde. Bij ethische non-monogamie is de afspraak er vóórdat er iets gebeurt en weet iedereen ervan. Bij vreemdgaan ontbreekt precies dat. Sprott en Schechinger vatten de onderzoeksliteratuur samen met de omschrijving “an agreed-upon, sexually non-exclusive relationship”: dat woord agreed-upon is het hele verschil.

  3. Hoe vaak komt ethische non-monogamie voor?

    In twee Amerikaanse landelijke steekproeven onder alleenstaanden zei ruim één op de vijf mensen ooit in een consensueel non-monogame relatie te hebben gezeten: 21,9 procent van 3.905 deelnemers en 21,2 procent van 4.813. Dat percentage verschilde niet naar leeftijd, opleiding, inkomen, religie, regio, politieke voorkeur of afkomst. Een Nederlands bevolkingscijfer is er niet, dus reken het niet één op één door.

  4. Zijn monogame stellen gelukkiger?

    Het onderzoek zegt van niet. Een meta-analyse van Anderson en collega’s bracht 35 studies samen met 24.489 deelnemers en vond geen verschil in relatietevredenheid en geen verschil in seksuele tevredenheid tussen monogame en non-monogame mensen. Dat gold ook per afspraaktype en per dimensie, dus of je nu naar vertrouwen, toewijding of intimiteit keek. Wat dat gemiddelde niet zegt, is iets over jouw relatie.

  5. Bij wie kun je terecht met vragen over ethische non-monogamie?

    Ik ben Victor, gigolo, en veel vrouwen en stellen die mij benaderen zijn hier ergens mee bezig zonder dat ze er een woord voor hebben. Je hoeft niet te weten wat je wilt om te mogen mailen, en er zit geen verplichting aan vast. Wat een date met een stel erbij inhoudt, staat op de pagina over koppels. Voor de inhoudelijke begeleiding van zo’n keuze ben ik niet de aangewezen persoon; daar zijn relatietherapeuten voor.

Blog

Artikelen over samen iets buiten de relatie doen

Deze pagina geeft het begrip en de cijfers. Hoe zo'n avond er in de praktijk uitziet, en hoe vrouwen en stellen het zelf beleven, staat in deze artikelen.

Bijbehorende dienst

Samen een date met mij erbij

Als een derde erbij de vorm is die jullie zoeken, staat op de pagina over koppels hoe we vooraf doornemen wat er wel en niet gebeurt, en wat jullie allebei apart aangeven.

Gigolo voor koppels bij een trio
Trio MV+M

Een gigolo voor koppels: samen de sleur doorbreken, dichter naar elkaar groeien en veilig een fantasie verkennen, op jullie voorwaarden.

Meer weten

Nog vragen over ethische non-monogamie?

Ik ben Victor. Veel stellen die mij schrijven zijn hier al maanden mee bezig zonder er een woord voor te hebben. Vraag gerust wat je je afvraagt, ook als je nog nergens toe hebt besloten. Er zit geen verplichting aan vast en ik antwoord discreet.

Closing CTA on /term/ethische-non-monogamie, rendered by GlossaryTerm.astro as the last block on the page. Pairs with the final FAQ item 05-learn-more-about-enm.md, which carries the same invitation into the FAQPage JSON-LD. Deliberately does not offer guidance on the choice itself: the FAQ item points to relationship therapists for that, because this site is not a therapy practice. This body text is never rendered.

WhatsApp